Inleiding
De maatregel Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) is sinds 2004 een onderdeel van het Nederlandse strafrechtssysteem en richt zich op herhaalde criminaliteitsplegers die meerdere zware delicten hebben gepleegd. Deze daders worden gedurende maximaal twee jaar geplaatst in een speciaal ingerichte inrichting, waarbij de nadruk ligt op het voorkomen van recidive door middel van zowel opsluiting (incapacitatie) als intensieve zorg- en begeleidingstrajekten. De ISD-maatregel is ontworpen als een alternatief voor herhaalde korte gevangenisstraffen, met als doel de maatschappij te beschermen en de daders in staat te stellen zich te herintegreerden.
In recente jaren is er intensief onderzoek gedaan naar de effectiviteit en uitvoering van de ISD-maatregel. Onderzoeken zijn uitgevoerd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving (IVO). Deze onderzoeken geven inzicht in de successen, beperkingen en verbeterpunten van de maatregel. Deze artikelen zullen de hoofdlijnen van deze onderzoeken, hun uitkomsten en de voorgestelde aanbevelingen uiteen zetten. Daarnaast zullen de landelijke uniformeringsplannen en de toekomstperspectieven voor de ISD-maatregel worden besproken.
Geschiedenis en doel van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is in 2004 ingevoerd in reactie op het probleem van recidive bij herhaalde criminaliteitsplegers. Deze daders, vaak betrokken bij zware criminaliteit, kregen vaak korte gevangenisstraffen, waardoor ze snel weer de straat op gingen en hun gedrag zich herhaalde. De ISD-maatregel biedt een alternatief: een tweejarige gevangenisstraf met de extra dimensie van zorg en begeleiding.
De maatregel is opgenomen in het Wetboek van Strafrecht en kan worden opgelegd door een strafrechter bij zware, meervoudige en doorgaande criminaliteit. De ISD-maatregel is in opzicht van duur en intensiteit afwijkend van standaard gevangenisstraffen. Naast het incapacitatie-effect (de dader wordt gedurende twee jaar uit de maatschappij gehaald), is er ook een therapeutisch component: het beoogt het afbouwen van de persoonlijke problematiek van de dader, zoals verslaving, mentale stoornissen of sociaal-structurele problemen, die vaak de oorzaak zijn van herhaalde criminaliteit.
Uitvoering en fasering van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is ingedeeld in drie fases, die elk hun eigen doelen en programma's hebben:
Intramurale fase: Tijdens deze fase verblijft de dader in de inrichting en ontvangt hij intensieve zorg en begeleiding. Het accent ligt op het opsporen en afbouwen van de oorzaken van criminaliteit, zoals verslaving of mentale stoornissen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van multidisciplinaire teams, bestaande uit psychologen, therapeuten, verslavingsdeskundigen en criminologen.
Tussenfase: In deze fase wordt de dader geleidelijk losgekoppeld van de inrichting en wordt hij begeleid in een tussenfase, waarin hij nog binnen een beheerste omgeving leeft, maar meer maatschappelijk contact heeft. Deze fase helpt bij het opbouwen van zelfstandigheid en verantwoordelijkheid, voorafgaand aan de herintegraatie in de maatschappij.
Extramurale fase: In deze laatste fase woont de dader opnieuw in de maatschappij, maar onder toezicht van een begeleider of re-integratieprogramma. Het doel is om hem te ondersteunen bij het herwinnen van een normaal leven en om herhaalde criminaliteit te voorkomen.
De drie fasen zijn ontworpen om de kans op herintegraatie te vergroten en het recidivegevaar te verminderen. Deze aanpak benadrukt dat strafrecht niet alleen om salarisstraffen draait, maar ook om herstel en sociaal herstel.
Onderzoek naar de effectiviteit van de ISD-maatregel
Sinds de invoering van de ISD-maatregel zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd om de effectiviteit en kosteneffectiviteit van deze maatregel te beoordelen. De resultaten van deze studies zijn door het WODC en Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) gepubliceerd en zijn centraal in het beleid en de uitvoering van de ISD-maatregel.
Kwalitatief en kwantitatief onderzoek
In 2012 werd een eerste effectonderzoek gepubliceerd door het WODC, waarin de kwalitatieve en kwantitatieve effecten van de ISD-maatregel werden beoordeeld. Het onderzoek concludeerde dat de ISD-maatregel effectiever was dan korte gevangenisstraffen bij het verminderen van recidive en maatschappelijke overlast.
Een vervolgonderzoek in 2014 richtte zich op een maatschappelijke kosten-batenanalyse van een eventuele verlenging van de ISD-maatregel. Deze analyse stelde vast dat de maatregel kosteneffectief is, omdat het leidt tot een verminderde hoeveelheid gerechtelijke strafzaken en minder herhaalde opsluitingen.
In 2019 werd een vervolgrapport gepubliceerd, waarin de langdurige effecten van de ISD-maatregel werden geëvalueerd. Het onderzoek wees uit dat de maatregel niet alleen leidt tot een verminderde criminaliteit, maar ook tot een vermindering van maatschappelijke overlast. De ISD-maatregel voorkomt jaarlijks tussen 1.486 en 2.408 strafzaken.
Onbenut potentieel
Een belangrijk onderzoek, uitgevoerd in 2022 en gepubliceerd in het WODC-rapport “Onbenut potentieel”, richtte zich op de uitvoering van de ISD-maatregel in de praktijk. Het onderzoek toonde aan dat hoewel de ISD-maatregel effectief is, er nog verbeterpunten zijn in de uitvoering en beleid.
Een belangrijk probleem dat werd geïdentificeerd, is de tweeledigheid van het doel van de ISD. Aan de ene kant is er een preventief doel (incapacitatie) en aan de andere kant een herstel- en begeleidingdoel. In de praktijk is het vaak onduidelijk hoe deze twee doelen op elkaar worden afgestemd, wat leidt tot incoherent beleid en uitvoering.
Daarnaast werd geconstateerd dat de zorg- en begeleidingstrajecten niet altijd voldoende intensief of gericht zijn op de individuele problematiek van de dader. Ook ontbreekt er een landelijke visie op de ISD-maatregel, wat leidt tot verschillen in uitvoering tussen de verschillende inrichtingen.
Aanbevelingen en landelijke uniformering
De resultaten van het “Onbenut potentieel”-onderzoek hebben geleid tot een aantal belangrijke aanbevelingen voor het beleid rond de ISD-maatregel. Deze aanbevelingen zijn opgenomen in een beslisnota, die is ingezonden bij de Tweede Kamer en is gebruikt voor de landelijke uniformeringsplannen.
Landelijke uniformering
De belangrijkste aanbeveling is de landelijke uniformering van het beleid en de uitvoering van de ISD-maatregel. Momenteel is er een regio-afhankelijke uitvoering, wat leidt tot verschillen in kwaliteit en doelgerichtheid. Door een landelijk uniform beleid te ontwikkelen, kan er worden gegarandeerd dat:
- De doelen van de ISD-maatregel duidelijk en gelijk zijn over de hele land.
- De zorg- en begeleidingstrajecten zijn op maat gemaakt en intensief genoeg.
- Er is een duurzame samenwerking tussen de inrichtingen, de overheid en maatschappelijke organisaties.
Het Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) is in 2023 begonnen met een herzieningstraject om tot een landelijke uniformering te komen. Dit traject omvat ook de herziening van enkele zorgprocessen binnen de ISD-maatregel, zodat deze beter afgestemd zijn op de wetenschappelijke kennis en de individuele problematiek van de daders.
Verbetering van zorg- en begeleidingstrajecten
Een andere aanbeveling is om de zorg- en begeleidingstrajecten te verbeteren. Het onderzoek heeft geconstateerd dat deze trajecten vaak niet voldoende intensief, gericht of langdurig genoeg zijn. Daarom wordt aangeraden:
- De intensiteit en duur van de zorg- en begeleidingstrajecten te verhogen.
- De aansluiting tussen de fasen van de ISD-maatregel te verbeteren, zodat de daders continu en gestructureerd worden begeleid.
- Meer multidisciplinaire samenwerking tussen psychologen, therapeuten, verslavingsdeskundigen en criminologen in te zetten.
Toekomstvisie en voortgangsrapportage
Ook is er een aanbeveling gedaan om jaarlijks een voortgangsrapport uit te brengen over de uitvoering en effectiviteit van de ISD-maatregel. Dit rapport zal worden ingezonden bij de Tweede Kamer en zal gebruikt worden voor beleidsbepaling en verbetering.
De minister van Rechtsbescherming, F.M. Weerwind, benadrukt in een kamerbrief dat de ISD-maatregel effectief en kosteneffectief is, maar dat er verbeterruimte is. Hij benadrukt het belang van investeringen in zorg en begeleiding en zegt dat het onderzoek van het IVO concrete verbeterpunten biedt die moeten worden uitgevoerd.
Kritische evaluatie van de bronnen
De informatie die in deze artikelen is gebruikt, is afkomstig uit betrouwbare bronnen zoals het WODC, DJI en officiële kamerstukken. Deze bronnen zijn wetenschappelijk onderbouwd en zijn vaak het resultaat van gecoördineerde onderzoeken door universiteiten en instituten.
Een mogelijk zwakke plek in de bronnen is dat sommige kwalitatieve gegevens gecombineerd worden met kwantitatieve resultaten, wat kan leiden tot interpretatieve variatie. Daarnaast is het landelijke uniformeringsproces nog in een vroege fase, zodat de uiteindelijke uitkomsten nog niet duidelijk zijn.
Toch is het belangrijk om te benadrukken dat de ISD-maatregel is uitgevoerd door een professionele en betrokken staf binnen de inrichtingen. Het onderzoek van het IVO benadrukt dit ook en stelt vast dat de professionals binnen de ISD-maatregel indrukwekkend werk verrichten, ondanks de beperkingen die in het onderzoek worden genoemd.
Conclusie
De ISD-maatregel is sinds 2004 een belangrijk onderdeel van het Nederlandse strafrechtssysteem en richt zich op herhaalde criminaliteitsplegers die meerdere zware delicten hebben gepleegd. De maatregel is ontworpen als een alternatief voor korte gevangenisstraffen en houdt zowel incapacitatie als zorg en begeleiding in. Onderzoeken hebben aangetoond dat de ISD-maatregel effectief is in het verminderen van recidive en kosteneffectief in vergelijking met andere maatregelen.
Toch zijn er ook beperkingen en verbeterpunten geïdentificeerd. De tweeledigheid van het doel, de onvoldoende intensiteit van zorg- en begeleidingstrajecten en de verschillen in uitvoering tussen de inrichtingen zijn belangrijke kwesties die aandacht verdienen. Daarom zijn er aanbevelingen gedaan voor landelijke uniformering, verbetering van zorgtrajecten en het uitvoeren van jaarlijkse voortgangsrapporten.
De ISD-maatregel blijft een waardige en noodzakelijke maatregel binnen het strafrechtssysteem. Het onderzoek toont aan dat er resultaten zijn, maar dat er ook ruimte is voor verbetering. Door het beleid te uniformeren en de zorg- en begeleidingstrajecten te versterken, kan de effectiviteit van de ISD-maatregel verder worden vergroot en kan het recidivegevaar nog verder worden verminderd.