De Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) is een maatregel gericht op zwaar criminaliteitsplegers die herhaaldelijk betrokken zijn bij ernstige strafbare feiten. Deze maatregel is ontworpen om zowel de maatschappij te beveiligen als de kans op herhaling van criminaliteit (recidive) te verminderen. De kern van de ISD-maatregel ligt in een intensieve aanpak met zorg en begeleiding, waarbij het doel is om de persoonlijke problematiek van de betrokkene aan te pakken en zo een duurzame gedragsverandering te bevorderen. In dit artikel wordt ingegaan op de uitwerking van het plan van aanpak bij de ISD-maatregel, de rol van zorg en begeleiding, en de kansen voor verbetering van de huidige praktijk, zoals aangegeven in de beschikbare bronnen.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel is een maatregel die opgelegd kan worden door een rechtbank aan veroordeelden die herhaaldelijk betrokken zijn bij ernstige criminaliteit. Deze maatregel kan voor een periode van maximaal drie jaar worden opgelegd en is bedoeld om de maatschappij te beveiligen en de kans op recidive te beëindigen. Dit gebeurt enerzijds via het incapacitatie-effect, waarbij het delictgedrag wordt voorkomen door de veroordeelde tijdelijk in vrijheidsbeneming te brengen. Anderzijds is er een subsidiair doel: het aanpakken van de persoonlijke problematiek van de ISD’er om langdurige gedragsverandering te bevorderen.
De ISD-maatregel wordt uitgevoerd in een speciale omgeving, waarin zorg- en behandelingswerkers het centrale kader vormen. Deze werkers zijn speciaal opgeleid om met individuen met complexe problematiek te werken. De omgeving moet motiverend zijn en gericht op herstel en behandeling. Zoals vermeld in een bron, is het succes van de ISD afhankelijk van de kwaliteit van de behandeling, bejegening en aanpak.
De rol van het plan van aanpak
Het plan van aanpak is een centraal onderdeel van de ISD-maatregel. Het doel van dit plan is om de individuele situatie van de ISD’er te beoordelen, te bepalen welke behoeften er zijn, en een passend programma op te zetten dat gericht is op maatschappelijke herintegraatie en gedragsverandering. In de praktijk betekent dit dat het plan van aanpak wordt opgesteld in samenwerking met de Dienst Terugkeer & Vertrek (DTV) en andere betrokken partijen, zoals zorginstellingen en het gerechtelijke domein.
Het plan van aanpak is vooral relevant voor personen die op termijn teruggaan naar hun land van herkomst. In een geval, zoals beschreven in een bron, wordt er gesproken over de overplaatsing van een ISD’er naar een andere inrichting, waarbij tegelijkertijd een plan van aanpak wordt opgesteld om de verantwoorde terugkeer naar het land van herkomst te faciliteren. Deze aanpak is niet alleen gericht op het logistieke aspect van de terugkeer, maar ook op het psychosociale welzijn van de betrokkene, zoals de opname in een psychiatrische inrichting in het land van herkomst.
Het plan van aanpak omvat doorgaans een aantal kernaspecten:
- Diagnostische evaluatie: Een grondige inzichtelijke beoordeling van de persoonlijke situatie, problematiek en behoeften van de ISD’er.
- Beheersing van risico’s: Het identificeren en afwegen van risico’s die gerelateerd zijn aan recidive of maatschappelijke overlast.
- Zorg en begeleiding: Het opstellen van een programma dat gericht is op het oplossen van de persoonlijke problematiek en het bevorderen van gedragsverandering.
- Terugkeerplan: Voor personen zonder verblijfsrecht in Nederland is een plan van aanpak voor de terugkeer essentieel, zowel vanuit een juridisch als psychosociaal perspectief.
Uitdagingen bij het plan van aanpak
Hoewel het plan van aanpak een essentieel onderdeel is van de ISD-maatregel, zijn er ook een aantal uitdagingen die hierbij aan de orde zijn. Een belangrijk punt is dat de persoonlijke problematiek van de ISD’er vaak complex is en niet eenvoudig te benaderen. Volgens een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van het WODC, ontbreekt er een uitgewerkte visie op hoe (en hoe lang) stelselmatige daders met complexe problematiek in een detentie- of extramurale setting moeten worden begeleid. Hierdoor ontstaat een beperking in de effectiviteit van het plan van aanpak.
Bovendien is de nadruk bij de ISD in de praktijk vaak meer op beveiliging, risicobeheersing en detentie gericht dan op zorg en herstel. Dit is volgens de bronnen een zwakke plek van de huidige praktijk. De onderzoekers stellen dat het potentieel van de ISD beter benut kan worden door de nadruk meer te leggen op zorg en begeleiding. Dit vraagt echter om veranderingen in het klimaat binnen de inrichting, zoals het ontwikkelen van een apart regime voor ISD’ers dat los staat van het algemene detentieregime.
Een ander uitdaging is het gebrek aan uniformiteit in de aanpak van ISD’ers over Nederland. De bronnen geven aan dat het WODC in 2022 een onderzoek heeft uitgevoerd naar werkzame factoren in de opzet en uitvoering van de ISD-maatregel. Hieruit is gebleken dat een landelijke uniformering van het beleid rondom de ISD zou kunnen bijdragen aan een consistente en doeltreffende aanpak. Dit beleidsveld is in 2023 gestart, wat aangeeft dat het plan van aanpak op nationaal niveau verder uitgewerkt moet worden.
Uitvoering van het plan van aanpak
De uitvoering van het plan van aanpak wordt voornamelijk verzorgd door professionals die gespecialiseerd zijn in zorg en behandelingswerk. Deze medewerkers werken in een specifieke omgeving die is ontworpen om te voldoen aan de behoeften van ISD’ers. De omgeving moet motiverend zijn en gericht op herstel en behandeling, wat betekent dat het dagelijks werken aan gedragsverandering en maatschappelijke herintegraatie centraal staat.
In de praktijk betekent dit dat ISD’ers worden ingedeeld in verschillende fasen van de maatregel, waarin elk stukje van het plan van aanpak stap voor stap wordt uitgevoerd. Zo kan bijvoorbeeld een ISD’er in een later stadium van de maatregel worden opgenomen in een zorgvoorziening of een voorziening voor begeleid wonen. Deze overstap is bedoeld om het proces van herintegraatie te versnellen en de kans op recidive te verkleinen.
Het plan van aanpak wordt ook gebruikt om te bepalen of en wanneer de ISD-maatregel moet worden voortgezet. Volgens een uitspraak van een rechtbank moet uiterlijk zes maanden na aanvang van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel worden getoetst of de voortzetting noodzakelijk is. Hierbij wordt gekeken naar het effect van de maatregel op de beveiliging van de maatschappij en de kans op recidive. Als blijkt dat de ISD-maatregel nog steeds relevant is, wordt de maatregel voortgezet.
Kansen voor verbetering
De analyse van de beschikbare bronnen wijst op verschillende kansen voor verbetering van het plan van aanpak bij de ISD-maatregel. Ten eerste is er een duidelijke aanbeveling om de nadruk bij de ISD-maatregel meer te leggen op zorg en begeleiding dan op detentie en beveiliging. Dit zou beter aansluiten bij het subsidiair doel van het plan van aanpak, namelijk het verminderen van de kans op recidive op lange termijn.
Ten tweede is het belangrijk om een landelijke uniformering van het beleid rondom de ISD te bewerkstellige. Momenteel bestaan er verschillen in aanpak tussen verschillende inrichtingen, wat kan leiden tot inconsistente uitkomsten. Een uniform beleid zou betere voorspelbaarheid bieden en zou het makkelijker maken om het plan van aanpak effectief uit te voeren.
Ten derde is het belangrijk om de persoonlijke problematiek van ISD’ers beter te begrijpen en te behandelen. De bronnen wijzen erop dat de veronderstelling bestaat dat deze problematiek samenhangt met het delictgedrag, maar het is niet duidelijk hoe de ISD-maatregel precies bijdraagt aan het verminderen van deze problematiek. Er is dus ruimte voor verdere onderzoek en ontwikkeling van behandelmethoden die gericht zijn op langdurige gedragsverandering.
Conclusie
Het plan van aanpak is een essentieel onderdeel van de ISD-maatregel en speelt een centrale rol in het bepalen van de uitvoering van deze maatregel. Het plan is gericht op zowel de beveiliging van de maatschappij als het verminderen van de kans op recidive. Tegenover de doelen staat echter ook het feit dat de uitdagingen rondom het plan van aanpak aanzienlijk zijn. Deze uitdagingen omvatten het ontbreken van een duidelijke behandelvisie, de ongelijke nadruk op zorg en beveiliging, en het gebrek aan uniformiteit in de aanpak.
De verbeterpunten die uit de beschikbare bronnen zijn geëxtraheerd, wijzen op de noodzaak van een sterke focus op zorg en begeleiding, een landelijke uniformering van het beleid, en een verdieping van de inzichten in de persoonlijke problematiek van ISD’ers. Als deze verbeterpunten worden gerealiseerd, kan de ISD-maatregel een nog grotere bijdrage leveren aan de maatschappelijke beveiliging en het verminderen van recidive.