De richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, en met name de inrichting voor stelselmatige daders (ISD-maatregel), vormt sinds 1 januari 2014 een centrale maatregel binnen het Nederlandse strafrecht. Deze maatregel is bedoeld om het criminele gedrag van herhaaldelijke daders effectief te bestrijden, door middel van een specifieke aanpak die gericht is op zowel beveiliging van de maatschappij als gedragsverandering waar mogelijk.
In deze uitgebreide uitleg wordt de richtlijn voor strafvordering bij stelselmatige daders nader toegelicht, inclusief de juridische basis, toepassing in de praktijk, en de regels rondom tenuitvoerlegging en overgangsregels. Het artikel richt zich vooral tot professionals in het strafrecht, aangesloten bij het Openbaar Ministerie, rechtskundige deskundigen en andere betrokken partijen. Uitzonderlijk is dat ook lezers met een bredere interesse in strafrechtelijke regelgeving hierin interessante inzichten kunnen vinden.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel, of Inrichting voor Stelselmatige Daders, is een strafrechtelijke maatregel die sinds 2014 binnen het Wetboek van Strafrecht (WSr) is opgenomen. Het betreft een maatregel die is gericht op meerderjarige daders die herhaaldelijk zijn veroordeeld voor ernstige misdrijven. De ISD-maatregel maakt het mogelijk om daders voor een periode van maximaal twee jaar in een gespecialiseerde inrichting te plaatsen. Het doel is twofold: enerzijds het verhinderen van verdere criminele activiteiten, anderzijds de mogelijkheid om programma’s voor gedragsverandering aan te bieden.
De ISD-maatregel kan enkel worden opgelegd bij daders die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zoals een minimum van drie veroordelingen binnen een bepaalde periode en een straf die minimaal één maand gevangenisstraf inhoudt. Daarnaast is het noodzakelijk dat er een redelijke kans bestaat op gedragsverandering. De maatregel is dus geen straf in de klassieke zin, maar een maatregel die gericht is op preventie en beveiliging.
Juridische basis en doelstellingen
De juridische basis voor de ISD-maatregel is te vinden in de artikelen 38m t/m 38u van de Wetboek van Strafrecht. Deze bepalingen geven precies aan onder welke voorwaarden de maatregel kan worden aangewend. De doelstelling van de ISD-maatregel is twofold:
- Beveiliging van de maatschappij: De maatregel maakt het mogelijk om herhaaldelijke daders tijdelijk buiten de maatschappij te houden, zodat zij geen verdere schade kunnen aanrichten.
- Gedragsverandering: Wanneer er aanknopingspunten zijn voor verandering, kan de ISD-maatregel ook dienen als een platform voor programma’s die gericht zijn op het voorkomen van herhaling van crimineel gedrag.
De praktijk toont aan dat deze maatregel vooral wordt toegepast in gevallen waarin het risico op recidive hoog is. De ISD-maatregel is dus niet bedoeld voor iedere stelselmatige dader, maar voor daders waarbij het risico op herhaling van zwaar crimineel gedrag aanzienlijk is.
Toepassing op EU-onderdanen en vreemdelingen
De toepassing van de ISD-maatregel hangt ook af van de status van de betrokkene. Voor EU-onderdanen geldt de algemene hoofdregel, wat betekent dat zij in aanmerking komen voor de maatregel zolang zij aan de juridische voorwaarden voldoen.
Voor vreemdelingen die geen rechtmatig verblijf in Nederland hebben (zoals gedefinieerd in artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000), geldt een iets andere aanpak. Deze vreemdelingen kunnen in aanmerking komen voor de ISD-maatregel als zij feitelijk niet uitzetbaar of moeilijk uitzetbaar zijn. In dergelijke gevallen is het doel van de maatregel vooral gericht op beveiliging van de maatschappij. Daarnaast kan het ook gaan om het voorbereiden van de vreemdeling op terugkeer naar zijn land van herkomst. In dit kader kunnen vaardigheden worden aangeleerd die relevant zijn voor het herstellen van de positie van de persoon in de maatschappij van herkomst.
Praktijkregels en tenuitvoerlegging
De tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel is een belangrijk onderdeel van de richtlijn. Omdat het gaat om een maatregel die gericht is op preventie en beveiliging, zijn er specifieke regels voor de start en voortgang van deze maatregel.
Wanneer een ISD-maatregel onherroepelijk wordt, wordt de tenuitvoerlegging van andere straffen of maatregelen meestal opgeschort. Dit geldt ook voor geldboetes, schadevergoedingsmaatregelen en taakstraffen. Uitzonderingen zijn mogelijk wanneer bijvoorbeeld een geldboete zich in de fase van vervangende hechtenis bevindt. In dat geval wordt deze eerst uitgevoerd, alvorens de ISD-maatregel begint.
De ISD-maatregel kan in principe gedurende twee jaar worden uitgevoerd, maar in praktijk is het meestal van twee jaar. Dit is nodig om zowel effectieve beveiliging te garanderen als de mogelijkheid te bieden voor gedragsverandering. De praktijk wijst uit dat het effect van de maatregel groter is wanneer het langduriger wordt uitgevoerd.
Handelwijze van het Openbaar Ministerie
Het Openbaar Ministerie (OM) speelt een centrale rol bij de strafvordering, ook bij de ISD-maatregel. De richtlijn voor strafvordering bij stelselmatige daders bevat ook bepaalde instructies voor de handelwijze van het OM.
Als er al eerder straffen of maatregelen zijn opgelegd, zoals bijvoorbeeld geldboetes of taakstraffen, moet het OM deze in overweging nemen bij de vordering van de ISD-maatregel. Dit geldt vooral bij vordering van straffen en maatregelen die zijn opgelegd ter zake van een overtreding. De richtlijn bepaalt dat het OM deze straffen opschort zodra een ISD-maatregel onherroepelijk wordt, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.
Bijvoorbeeld, wanneer een geldboete zich in de vervangende hechtenisfase bevindt en samen met een misdrijf is opgelegd, wordt deze eerst uitgevoerd voor de start van de ISD-maatregel. Dit zorgt voor een duidelijke procedure en voorkomt dat de uitvoering van meerdere straffen of maatregelen elkaar belemmert.
Wijzigingen in de richtlijn
De richtlijn voor strafvordering bij stelselmatige daders is meerdere keren aangepast, vooral in reactie op juridische wijzigingen en nieuwe praktijk. Een belangrijke wijziging betreft de inwerkingtreding van de Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB). Deze wet heeft geleid tot een aanpassing van het Wetboek van Strafvordering (Sv), met name in het kader van de tenuitvoerlegging van voorwaardelijke maatregelen zoals de ISD-maatregel.
De wijzigingen hebben onder andere geleid tot een duidelijkere formulering van de regels rondom hoger beroep en de tenuitvoerleggingstermijnen. Ook is de terminologie aangepast aan het huidige wettelijke kader, zodat er minder ruimte is voor misverstanden of interpretatieve verschillen.
Overgangsregels en geldigheid
De richtlijn is oorspronkelijk opgesteld op 1 januari 2014 en is ingevoerd om de strafvordering tegen stelselmatige daders te structureren. Echter, zoals vermeld in de bron, is de regeling vervallen op 1 mei 2024. Dit betekent dat de richtlijn in de huidige vorm niet langer van toepassing is. De nieuwe regeling moet worden nageleefd door het OM en andere betrokken partijen.
Hoewel de richtlijn op deze manier is afgeschaft, blijft het een belangrijke historische bron om te begrijpen hoe het beleid tegen herhaaldelijke daders in het verleden is gestructureerd. De nieuwe regeling kan op basis van de ervaringen en kritiek op de oude richtlijn aangepast zijn.
Praktijkuitvoering en effectiviteit
In de praktijk is de ISD-maatregel een maatregel die vooral wordt toegepast in gevallen waarin er sprake is van ernstige herhaling van crimineel gedrag. De maatregel is bedoeld om daders in een gespecialiseerde inrichting te plaatsen, waar ze niet alleen worden geïsoleerd van de maatschappij, maar ook in aanmerking kunnen komen voor programma’s gericht op gedragsverandering.
In de praktijk blijkt dat de ISD-maatregel effectief kan zijn, zowel qua beveiliging als qua preventie van herhaling. Echter, de effectiviteit hangt sterk af van de samenwerking met andere instellingen, zoals het CJIB (College voor de Rechtspraak) en het OM. Daarnaast is het belangrijk dat de inrichting voor stelselmatige daders voldoende geïnvesteerd is in programma’s die gericht zijn op gedragsverandering.
Toekomst en perspectieven
Hoewel de huidige richtlijn op 1 mei 2024 is vervallen, is het belangrijk om te blijven reflecteren op de effectiviteit van de ISD-maatregel. De maatregel is een innovatieve aanpak in het strafrecht, die een alternatief biedt voor zowel strafvrijheid als gevangenisstraffen. Toekomstige regelingen kunnen hierop voortbouwen, bijvoorbeeld door de focus op gedragsverandering verder te versterken of de samenwerking met andere partijen te verbeteren.
Bij de opstelling van nieuwe regelingen is het belangrijk om te kijken naar de ervaringen uit de huidige praktijk, maar ook naar internationale voorbeelden en wetenschappelijke onderzoeken. Dit kan leiden tot een meer effectieve en doelgerichte aanpak van stelselmatige daders in Nederland.
Conclusie
De richtlijn voor strafvordering bij stelselmatige daders, met name de ISD-maatregel, is een belangrijk onderdeel van het Nederlandse strafrecht. Deze maatregel biedt een alternatief voor zowel gevangenisstraffen als strafvrijheid, en is gericht op zowel beveiliging van de maatschappij als gedragsverandering waar mogelijk.
De praktijk toont aan dat de ISD-maatregel effectief kan zijn, maar dat de uitvoering ervan afhankelijk is van samenwerking met diverse partijen en een goed georganiseerde aanpak. De richtlijn is sinds 2014 in gebruik, maar is op 1 mei 2024 vervallen. De nieuwe regeling moet worden nageleefd, en eventuele kritiek op de oude richtlijn kan leiden tot verbeteringen in de toekomst.
Zowel het Openbaar Ministerie als andere betrokken partijen spelen een cruciale rol in de toepassing en uitvoering van deze maatregel. Het blijft belangrijk om te blijven reflecteren op de effectiviteit en de ethiek van deze aanpak, zodat de maatregel kan bijdragen aan een veiligere maatschappij.