De ISD-maatregel (Instituut voor Strafrechtelijke Diversivering) is een juridisch instrument dat wordt gebruikt in de Nederlandse strafrechtspraktijk om herhaalde criminaliteit te beperken en de maatschappelijke beveiliging te waarborgen. Een van de belangrijkste aspecten van deze maatregel is de mogelijkheid tot tussentijdse toetsing, waarbij wordt geëvalueerd of de voortzetting van de maatregel nog steeds noodzakelijk is. Dit artikel biedt een overzicht van het juridische kader rondom de tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel, de procedure, de criteria die rechters hanteren, en praktijkvoorbeelden uit recente uitspraken.
Inleiding
De ISD-maatregel is bedoeld voor personen die herhaaldelijk strafbare feiten hebben gepleegd en voor wie een hoge kans op herstel of herstelbevordering bestaat. Het doel is niet alleen om de maatschappij te beveiligen, maar ook om recidive te voorkomen via gedragsbeïnvloeding. Het is een langdurige maatregel die kan worden opgelegd door een rechter, vaak op basis van een reclasseringsadvies. De tenuitvoerlegging van deze maatregel kan echter niet voor eeuwig blijven zonder evaluatie. De tussentijdse toetsing is hier het mechanisme voor om de noodzakelijkheid van voortzetting te beoordelen.
Juridisch kader
De tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel is geregeld in artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering (WvS). Hierin staat dat een veroordeelde na zes maanden na het begin van de tenuitvoerlegging van de maatregel een verzoek kan indienen bij de rechter om een tussentijdse toetsing. De rechter beoordeelt dan of de maatregel nog steeds noodzakelijk is en of het doel waarvoor de maatregel is opgelegd nog steeds wordt nagestreefd.
Bevoegdheid
Het verzoek tot tussentijdse toetsing moet worden ingediend bij de rechtbank die in eerste aanleg bevoegd was, zelfs als de maatregel is opgelegd door een gerechtshof. Dit betekent dat het proces van toetsing niet verplaatst kan worden naar een andere rechtbank. De bevoegdheid ligt dus bij de rechtbank die de initiële beslissing heeft genomen.
Doel van de tussentijdse toetsing
Volgens de jurisprudentie en de wetgeving moet de rechter bij de tussentijdse toetsing de volgende kwesties beoordelen:
- Het verloop van de behandeling: Gaat het traject zoals gepland verlopen?
- De doelmatigheid: Beantwoordt de maatregel nog steeds het oorspronkelijke doel?
- Zorgvuldigheid van de tenuitvoerlegging: Wordt de maatregel zorgvuldig uitgevoerd?
- Onveiligheid en overlast: Zal het opheffen van de maatregel leiden tot onveiligheid, drugsgerelateerde overlast of verloedering van het publieke domein?
- Externe omstandigheden: Is er een omstandigheid die buiten de macht van de veroordeelde ligt, waardoor voortzetting van de maatregel niet meer zinvol is?
Als de rechter tot de conclusie komt dat de maatregel niet langer noodzakelijk is, kan hij of zij besluiten om de maatregel te beëindigen.
Procedure
De procedure voor tussentijdse toetsing is afhankelijk van wie het verzoek indient:
- Veroordeelde of zijn advocaat kan een schriftelijk verzoek indienen bij de rechter.
- Het Openbaar Ministerie (OM) kan ook een verzoek indienen om de maatregel te toetsen.
- Ambtshalve kan de rechter besluiten tot een toetsing zonder aanvraag van partijen.
De rechter beoordeelt vervolgens of de voortzetting van de maatregel nog steeds gerechtvaardigd is. De beslissing kan dan zijn:
- Voortzetting van de ISD-maatregel.
- Beëindiging van de ISD-maatregel.
- Aanpassing van de maatregel, bijvoorbeeld door andere interventies in te zetten.
Een beroep tegen de beslissing is mogelijk. Dit moet binnen het kader van artikel 6:6:15 WvS gebeuren. Het beroep wordt beoordeeld door de Penitentiaire Kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Praktijkvoorbeelden
ECLI:NL:RBMNE:2019:3337
In een zaak voor de Rechtbank Midden-Nederland (ECLI:NL:RBMNE:2019:3337) werd de ISD-maatregel beëindigd. De veroordeelde had zich goed gedragen en was erin geslaagd om zijn gedragsproblemen aan te pakken. De rechter beoordeelde dat de maatregel niet langer nodig was om de maatschappij te beveiligen en dat de kans op recidive was afgenomen.
ECLI:NL:RBAMS:2023:855
In een recente zaak voor de Rechtbank Amsterdam (ECLI:NL:RBAMS:2023:855) ging het om een veroordeelde met psychische stoornissen. De rechtbank besloot om een tussentijdse toetsing in te stellen, gezien de zorgen over het psychosociaal functioneren van de verdachte. Uit het verslag bleek dat de psychiatrische toestand was gestabiliseerd, hoewel er nog sprake was van craving en gedeeltelijk ziekteinzicht. De dwangmedicatie was gestaakt en de verdachte had op de PPC-afdeling zelfstandig functioneren getoond. De rechtbank concludeerde dat de voortzetting van de maatregel nog steeds gerechtvaardigd was.
Criteria voor voortzetting of beëindiging
De rechter baseert zijn of haar beslissing op een aantal kerncriteria, zoals beschreven in de jurisprudentie en wetgeving:
- Beveiliging van de maatschappij: Is de maatregel nog steeds nodig om de maatschappij te beschermen?
- Recidiverisico: Is het risico op herstel afgenomen?
- Doelmatigheid van de interventie: Wordt de maatregel nog steeds effectief uitgevoerd?
- Externe omstandigheden: Bestaan er omstandigheden die buiten de macht van de verdachte liggen en die de voortzetting onmogelijk maken?
Bij het beoordelen van deze kwesties moet de rechter rekening houden met psychosociale factoren, medische toestanden, en eventuele veranderingen in het gedrag van de veroordeelde. De rechter kan ook gebruik maken van verslagen van reclassering en behandeling.
Rol van de reclassering
Voorafgaand aan de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moet een reclasseringsadvies zijn ingediend. Dit advies is verplicht en moet duidelijk maken of de maatregel noodzakelijk is. Tijdens de tussentijdse toetsing wordt beoordeeld of dit advies nog steeds geldt of dat de situatie is veranderd.
Het reclasseringsadvies moet onder meer bevat:
- Het recidiverisico.
- De oorzaken van recidive.
- De ontvankelijkheid op interventies.
- De eerdere hulpverleningsgeschiedenis.
Tijdens de toetsing kan het reclasseringskantoor opnieuw worden geconsulteerd om aanvullende informatie te verstrekken.
Beroep tegen beslissing
Na de tussentijdse toetsing kan een beroep worden ingediend. Dit is mogelijk zowel door het OM als door de veroordeelde. De beroep wordt beoordeeld door de Penitentiaire Kamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De beroep is niet van hoger beroep voorzien, wat betekent dat het de eindbeslissing is.
Uitzonderingen en afwijkende situaties
In bepaalde gevallen kan de ISD-maatregel worden afgeweken. Dit geldt bijvoorbeeld voor:
- Veelplegers en stelselmatige daders waarbij de ISD-maatregel niet wordt gevorderd. In dergelijke gevallen kan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf worden gevorderd die hoger is dan de normale sanctie.
- Vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf, die feitelijk niet uitzetbaar zijn.
- Personen met psychische stoornissen of verslavingsproblematiek, waarbij speciale interventies zijn nodig.
De rechter moet in dergelijke gevallen extra zorgvuldig beoordelen of de maatregel nog steeds nodig is. De psychosociale omstandigheden spelen dan een grote rol in de beslissing.
Samenvatting
De tussentijdse toetsing van de ISD-maatregel is een essentieel onderdeel van de strafrechtspraktijk in Nederland. Het mechanisme zorgt ervoor dat de maatregel niet ondoordacht wordt voortgezet en dat de noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging regelmatig wordt geëvalueerd. De rechter beoordeelt de voortzetting van de maatregel op basis van meerdere criteria, waaronder beveiliging van de maatschappij, doelmatigheid, en externe omstandigheden.
In praktijkzaken is blijkt dat de tussentijdse toetsing kan leiden tot beëindiging van de maatregel indien de verdachte zich goed gedraagt en het recidiverisico is afgenomen. De rechter kan ook beslissen om de maatregel aan te passen of voort te zetten, afhankelijk van de omstandigheden.