Inleiding
De maatregel Inrichting voor Stelselmatige Daders (ISD) is een juridisch instrument in Nederland dat wordt toegepast op daders die zich herhaaldelijk schuldig maken aan ernstige strafbare feiten. Deze daders vormen een groep die, door hun gedrag, een ernstige belasting legt op de openbare orde en veiligheid. De ISD is bedoeld om dit patroon van recidive door te breken met behulp van intensieve begeleiding in een gespecialiseerde inrichting.
De maatregel is niet bedoeld als strafmaatregel, maar als een maatregel die gericht is op gedragsverandering en het verminderen van de herhaling van crimineel gedrag. In dit artikel worden de verplichtingen en doelstellingen van de ISD-maatregel in detail besproken, met aandacht voor juridische voorwaarden, aanvullende regelgeving en praktijkvoorbeelden. De focus ligt op hoe deze maatregel wordt toegepast, welke verplichtingen voor zowel daders als autoriteiten gelden, en welke doelen de maatregel nastreeft.
De informatie is gebaseerd op openbare documenten en juridische uitleg van betrouwbare bronnen, zoals officiële websites van justitie, rechtsadvocaten en regelgevende instanties. Deze bronnen helpen om een duidelijk en feitelijk beeld te geven van de ISD-maatregel.
De juridische basis van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is vastgelegd in de Strafwet (artikel 38m en 38n) en is sinds 2004 van kracht. De doelstelling van deze maatregel is om herhaaldelijk delinquent gedrag door stelselmatige daders te verminderen en zo de maatschappelijke veiligheid te verbeteren. Het gaat hierbij niet om een strafmaatregel in de klassieke zin, maar om een begeleidingsmaatregel die gericht is op gedragsverandering.
Een dader kan worden opgenomen in een ISD inrichting wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Deze voorwaarden worden bepaald door de rechter, op basis van een advies van de reclassering. De rechter heeft de verplichting om te bepalen of de maatregel noodzakelijk of wenselijk is, en dit moet aan de hand van een recent advies gebeuren (ongeveer binnen een jaar oud).
Een belangrijk aspect is dat de ISD-maatregel niet gelijktijdig kan worden toegepast met een gevangenisstraf. Dit is uitgesloten door jurisprudentie, hoewel dit niet expliciet is genoemd in de wet. Daardoor moet een dader ofwel in gevangenis tewerk worden gesteld ofwel in een ISD-inrichting. Deze keuze wordt door de rechter gemaakt en is sterk afhankelijk van de individuele omstandigheden van de dader.
Tijdsduur van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel kan voor een maximum van twee jaar worden opgelegd. De rechter kan rekening houden met tijd die de dader al heeft doorgebracht in een voorafgaande inrichting, zoals een psychiatrisch ziekenhuis of een inrichting voor klinische observatie. Dit is bepaald in artikel 38n Strafrecht, waarin duidelijk staat dat tijd in deze inrichtingen kan worden meegenomen.
De tijdsduur van de maatregel is bedoeld om intensieve begeleiding mogelijk te maken, waarbij daders op een systematische manier worden geholpen bij het doorbreken van hun criminele gedragspatronen. De maatregel is dus een tijdelijke, maar doelgerichte interventie.
Verplichtingen van daders in de ISD-inrichting
Wanneer een dader in een ISD-inrichting is opgenomen, zijn er een aantal verplichtingen die van toepassing zijn. Deze zijn bedoeld om de effectiviteit van de maatregel te waarborgen en om de veiligheid binnen de inrichting te behouden. De verplichtingen zijn meestal vastgelegd in de interne regels van de inrichting, die worden opgesteld op basis van algemene regelingen zoals die van de ISD Bollenstreek.
Intensieve programma’s en gedragsverandering
De centrale verplichting voor daders in de ISD is om deel te nemen aan intensieve programma’s die gericht zijn op gedragsverandering. Deze programma’s worden alleen aangeboden wanneer er aanknopingspunten zijn voor een positieve verandering. Dit wil zeggen dat de dader moet laten zien dat hij of zij openstaat voor begeleiding en bereid is om mee te werken aan het programma.
De programma’s kunnen variëren per individu en zijn meestal gericht op onderwerpen zoals verslaving, sociale isolatie, mentale gezondheid en de oorzaak van herhaaldelijk delinquent gedrag. Het doel is om de dader te ondersteunen bij het opbouwen van een betere levensstijl en om de kans op recidive te verminderen.
Regels en gedragscode
Binnen de inrichting geldt een gedragscode die de dader moet naleven. Deze code bevat regels over gedrag, respect, communicatie en beperkingen in vrijheid die noodzakelijk zijn voor het functioneren van de inrichting. Het volgen van deze regels is verplicht, en overtredingen kunnen leiden tot bestraffingen of zelfs het beëindigen van de maatregel.
De regels zijn meestal vastgelegd in documenten zoals het Huishoudelijk Reglement van de inrichting of in uitvoeringsregels zoals die van de ISD Bollenstreek. Deze regels zijn openbaar en kunnen worden ingezien op de relevante websites of door contact op te nemen met de beheerder van de inrichting.
Verplichte deelname aan activiteiten
Een dader in de ISD-inrichting is verplicht om deel te nemen aan diverse activiteiten. Deze activiteiten zijn onderdeel van het intensieve programma en zijn bedoeld om de dader te begeleiden en te ondersteunen. Denk hierbij aan:
- Werk- en beroepsgerichte trainingen
- Therapeutische programma’s
- Groepsactiviteiten
- Onderwijs en begeleiding
De deelname is een essentiële voorwaarde voor het succes van de maatregel, en daders die zich niet aan de regels houden, kunnen in overleg worden genomen over het voortzetting of beëindigen van de maatregel.
Verplichtingen voor autoriteiten en instellingen
Naast de verplichtingen voor de daders zelf zijn er ook verplichtingen voor de autoriteiten en de instellingen die de ISD-maatregel uitvoeren. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in wettelijke bepalingen en regelgevende documenten, zoals de verordeningen en regelingen van de ISD Bollenstreek. Deze documenten bepalen hoe de maatregel moet worden uitgevoerd en welke verantwoordelijkheden bij welke partijen liggen.
Rol van de rechter en reclassering
De rechter speelt een centrale rol bij de toepassing van de ISD-maatregel. De rechter is verplicht om een beslissing te nemen op basis van een advies van de reclassering. Dit advies moet bevatte informatie over de mogelijkheid tot gedragsverandering, de ernst van de overlast die de dader veroorzaakt, en de geschiktheid van de maatregel in het specifieke geval.
De rechter heeft de verplichting om het advies zorgvuldig te beoordelen en te bepalen of de ISD-maatregel noodzakelijk of wenselijk is. Daarnaast moet de rechter ervoor zorgen dat de maatregel in overeenstemming is met de wettelijke bepalingen en dat de dader voldoende informatie krijgt over zijn rechten en verplichtingen.
De reclassering is verantwoordelijk voor het uitvoeren van een gedetaileerd onderzoek naar de dader en het opstellen van het advies. Dit advies moet zorgvuldig worden opgesteld en duidelijk moeten aangeven of de ISD-maatregel een passende keuze is.
Verantwoordelijkheid van de ISD-inrichting
De ISD-inrichting is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het intensieve programma en voor het onderhouden van een veilige en effectieve omgeving. Dit omvat verantwoordelijkheden zoals:
- Het opstellen en uitvoeren van individuele programma’s
- Het aanbieden van begeleiding en ondersteuning
- Het waakzaam zijn voor de veiligheid van zowel medewerkers als daders
- Het rapporteren van vooruitgang en problemen aan relevante autoriteiten
De inrichting moet ook voldoen aan wettelijke regelgeving, zoals die omtrent het financieel beheer, de controle en het functioneren van de inrichting. Deze verplichtingen zijn vastgelegd in documenten zoals de verordening artikel 212 Gemeentewet, de verordening voor de controle op het financieel beheer, en de afstemmingsverordening PW, IOAW en IOAZ.
Transparantie en communicatie
De ISD-inrichting heeft ook verplichtingen op het vlak van transparantie en communicatie. Dit betreft het aanbieden van informatie over het programma aan daders en hun familie, het mogelijk maken van bezoeken volgens bepaalde regels, en het onderhouden van contact met externe instanties zoals de reclassering of de rechter.
De inrichting moet ook voldoen aan privacywetten en mag geen gevoelige informatie vrijgeven zonder toestemming van de dader. Dit is onder andere vastgelegd in de beleidsregels over misbruik en oneigenlijk gebruik, de verordeningen rondom archiefbeheer, en andere juridische documenten die beschikbaar zijn op de website van de ISD Bollenstreek.
Praktijkvoorbeelden: wanneer de ISD-maatregel wordt toegepast
Voorbeeld 1: een verslaafde dader
Een 52-jarige man uit Terneuzen, die meerdere keren schuldig is bevonden aan ernstige strafbare feiten, moet voor de vierde keer worden opgenomen in een ISD-inrichting. De man heeft een lang strafblad en veroorzaakt al jaren herhaaldelijk overlast. In een recente zaak heeft hij een hotel overvallen, medewerkers bedreigd met een mes en is veroordeeld voor deze daden.
De reclassering adviseerde opnieuw de ISD-maatregel, en de rechtbank volgde dit advies op. De dader moet nu voor een periode van twee jaar in een inrichting worden opgenomen. Het doel is om hem te begeleiden, hem te helpen met zijn verslavingsproblemen en om zijn herhaaldelijke delinquent gedrag door te breken.
Dit geval toont aan dat de ISD-maatregel in de praktijk wordt toegepast wanneer er sprake is van ernstige en herhaalde delicten en wanneer de dader een kans heeft op gedragsverandering. Het benadrukt ook dat de maatregel een intensieve en langdurige begeleiding biedt, die gericht is op de individuele problemen van de dader.
Voorbeeld 2: herhaalde delicten en het ISD-programma
In een ander geval wordt een dader opgenomen in een ISD-inrichting nadat hij meerdere keren is veroordeeld voor diefstal en overlast. De rechter bepaalt dat de ISD-maatregel de meest passende maatregel is, gezien het herhaalde karakter van de daden en de mogelijkheid tot gedragsverandering. De dader moet nu deel nemen aan intensieve programma’s die gericht zijn op het verminderen van zijn delinquent gedrag en het opbouwen van een betere levensstijl.
Deze voorbeelden illustreren hoe de ISD-maatregel in de praktijk wordt ingezet en welke doelen het nastreeft. Het benadrukt ook dat de maatregel niet bedoeld is als strafmaatregel, maar als een programma dat gericht is op gedragsverandering en het doorbreken van een negatief gedragspatroon.
De doelstellingen van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel is ontworpen met duidelijke doelen in de voor ogen. Deze doelen zijn juridisch vastgelegd en worden ook aangehaald in memorieën van toelichting. De doelstellingen zijn grotendeels gericht op het verminderen van ernstige overlast, het verminderen van recidive, en het bevorderen van sociaal functioneren bij herhaaldelijk delinquent gedrag.
Verminderen van ernstige overlast
Een van de belangrijkste doelen van de ISD-maatregel is het verminderen van ernstige overlast die wordt veroorzaakt door stelselmatige daders. Deze daders veroorzaken vaak een ernstig en langdurig probleem in de maatschappij, en hun gedrag leidt vaak tot een voortdurende belasting op de openbare orde en veiligheid.
Door deze daders intensief te begeleiden in een gespecialiseerde inrichting, wordt geprobeerd om hun gedrag te veranderen en om hun herhaaldelijke delinquent gedrag te stoppen. Dit heeft als gevolg dat de overlast die zij veroorzaken wordt verminderd en dat de openbare veiligheid verbetert.
Verminderen van recidive
Een tweede belangrijke doelstelling van de ISD-maatregel is het verminderen van recidive. Recidive is een groot probleem in de Nederlandse justitie, en stelselmatige daders vormen hierbij een aparte groep. Deze daders zijn vaak niet te beïnvloeden door conventionele maatregelen, zoals een gevangenisstraf of een beperkte reclassering. Door deze daders intensief te begeleiden in een ISD-inrichting, wordt geprobeerd om hun herhaaldelijke gedrag door te breken en om hen in staat te stellen om een betere levensstijl op te bouwen.
Bevorderen van sociaal functioneren
Ten slotte is het doel van de ISD-maatregel om het sociaal functioneren van de dader te bevorderen. Veel stelselmatige daders hebben onderliggende problemen, zoals verslaving, mentale gezondheidsproblemen of sociale isolatie. Deze problemen maken het voor deze daders moeilijk om zich adequaat te gedragen in de maatschappij en leiden vaak tot herhaaldelijk delinquent gedrag.
De ISD-maatregel is bedoeld om deze problemen aan te pakken en om de dader te ondersteunen bij het opbouwen van een betere levensstijl. Dit omvat onder andere het aanbieden van therapeutische programma’s, beroepsgerichte trainingen en sociaal functioneren. Het doel is om de dader in staat te stellen om na afloop van de maatregel opnieuw te functioneren in de maatschappij en om recidive te vermijden.
Conclusie
De ISD-maatregel is een juridisch instrument dat gericht is op het verminderen van ernstige overlast en recidive door stelselmatige daders. Het is een intensieve maatregel die gericht is op gedragsverandering en het doorbreken van een negatief gedragspatroon. De maatregel is niet bedoeld als strafmaatregel, maar als een begeleidingsmaatregel die gericht is op de individuele problemen van de dader.
De verplichtingen voor zowel daders als autoriteiten zijn duidelijk vastgelegd in wettelijke bepalingen en regelgevende documenten. Daders zijn verplicht om deel te nemen aan intensieve programma’s, regels te volgen en activiteiten te volgen. Autoriteiten en instellingen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de maatregel, het aanbieden van begeleiding en het onderhouden van een veilige en effectieve omgeving.
De doelstellingen van de ISD-maatregel zijn gericht op het verminderen van overlast, het verminderen van recidive en het bevorderen van sociaal functioneren. Deze doelen worden in de praktijk bereikt door intensieve begeleiding, therapeutische programma’s en beroepsgerichte trainingen.
Met de juiste aanpak en begeleiding kan de ISD-maatregel een waardevolle bijdrage leveren aan de maatschappelijke veiligheid en het verminderen van herhaaldelijk delinquent gedrag.