Inleiding
De ISD-maatregel (Interventie Specifieke Daders) is een strafrechtelijke maatregel gericht op stelselmatige daders die opnieuw risico lopen om te recidiveren. Deze maatregel is bedoeld om te zorgen voor intensieve begeleiding en behandeling, zodat herstel en gedragsverandering mogelijk worden. Echter, er zijn juridische mogelijkheden voor de tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel. In dit artikel worden de juridische kaders en praktijkuitvoering van deze beëindiging besproken, met aandacht voor de rol van de rechter, de minister van Justitie en de casemanager. Daarnaast wordt ingegaan op voorbeelden uit jurisprudentie en praktijkadviezen.
De informatie is afgeleid uit juridische bronnen, rechtspraak en praktijkrapportages. Het doel is om een duidelijk overzicht te geven van de mogelijkheden en voorwaarden voor een tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel, waarbij de nadruk ligt op feiten die uit de beschikbare bronnen zijn afgeleid.
Rechtbankelijke beoordelingen en artikelen 38s en 38u Sr.
Een belangrijke weg tot tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel ligt via de rechter. Artikel 38s van de Strafwet (Sr.) biedt een juridisch kader voor een tussentijdse beoordeling door de rechtbank. Deze beoordeling is bedoeld om te bepalen of de noodzaak en uitvoering van de ISD-maatregel nog steeds aanwezig zijn. Het verzoek tot beëindiging dient in te dienen bij de rechtbank die de maatregel in eerste aanleg heeft opgelegd.
Een voorwaarde voor het gebruik van artikel 38s Sr. is dat er al enige tijd verstreken is sinds de maatregel is opgelegd. De rechter kan bepalen dat een tussentijdse beoordeling plaatsvindt, bijvoorbeeld na zes maanden. In een rechtszaak uit 2005, bijvoorbeeld Rechtbank Zwolle-Lelystad (LJN AU 9604), oordeelde de rechtbank dat er geen inhoudelijke uitvoering was gegeven aan de ISD-maatregel en dat het geen kwestie was van korte termijn. Daarom werd de maatregel beëindigd.
Een andere juridische weg is het verzoek aan de minister van Justitie, zoals beschreven in artikel 38u Sr. Deze weg is minder gebruikelijk, maar kan van toepassing zijn in situaties waarin de rechtbankelijke beoordeling niet voldoende is of niet haalbaar is. Hierbij is het de minister die de maatregel kan beëindigen, mits de inrichting waar de betrokkene is geplaatst hierover advies heeft uitgebracht.
Jurisprudentie en praktijkuitvoering
In de jurisprudentie zijn diverse gevallen waarin de ISD-maatregel is beëindigd. Een bekend voorbeeld is Rechtbank Den Haag (23 mei 2006, LJN AX 4217). In deze zaak oordeelde de rechtbank dat de ISD-maatregel onvoldoende aandacht zou geven aan de psychiatrische problemen van de verdachte. Hierdoor zou de maatregel feitelijk leiden tot een reguliere detentie, wat tegenstrijdig was met de doelstellingen van de ISD-maatregel. De rechtbank beëindigde de maatregel.
In een ander geval, Rechtbank Amsterdam (16 juni 2006, LJN AY5607 en AY5613), werd de ISD-maatregel beëindigd vanwege het feit dat de betrokkene niet kon worden geplaatst in de geplande inrichting. Hierbij was sprake van landelijke problemen met financiële verantwoordelijkheden en wachtlijsten. De rechtbank oordeelde dat er geen korte-termijnoplossing mogelijk was en dat de maatregel dus onhaalbaar was.
In het geval van Rechtbank Utrecht (3 mei 2006, LJN AW8982) werd de ISD-maatregel beëindigd omdat onvoldoende uitvoering had plaatsgevonden. De rechtbank stelde vast dat de maatregel niet effectief was en dat er geen korte-termijnuitkomst zichtbaar was. Ook hier werd de maatregel beëindigd.
Deze voorbeelden tonen aan dat de rechtbank een actieve rol speelt bij de tussentijdse beëindiging van de ISD-maatregel. De beoordelingen zijn gebaseerd op feiten en omstandigheden die tijdens de maatregel zijn ontstaan.
Rol van de ISD-casemanager en de minister van Justitie
Naast de rechter zijn ook de ISD-casemanager en de minister van Justitie betrokken bij de evaluatie en eventuele beëindiging van de maatregel. De casemanager is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de maatregel en geeft advies aan de rechter of de minister. In het geval van Rechtbank Zeeland-West-Brabant (25 oktober 2023, ECLI:NL:RBZWB:2023:7375), werd het advies van de casemanager meegenomen in de uitspraak. De casemanager adviseerde tot voortzetting van de maatregel, aangezien de betrokkene zich onttrok aan de maatregel en niet betrouwbaar was in het nakomen van afspraken.
De minister van Justitie kan de ISD-maatregel ook direct beëindigen, zoals beschreven in artikel 6:2:20 van de Staatstelecomwet (Sv). Deze beëindiging kan op elk moment plaatsvinden, mits er een advies van de inrichting is ingediend. In de praktijk is dit een minder gebruikelijke weg, maar kan het nodig zijn in uitzonderlijke gevallen.
Beëindiging bij eind van de opgelegde duur
De ISD-maatregel eindigt automatisch na de opgelegde duur van één of twee jaar. Dit gebeurt van rechtswege en is dus geen tussentijdse beëindiging. Als de maatregel niet is beëindigd op basis van artikel 38s of 38u Sr., dan loopt de maatregel af. Na deze tenuitvoering kan de betrokkene opnieuw worden meegenomen in het strafrechtelijke stelsel als hij opnieuw een misdrijf pleegt.
Nazorg en combinatiestraf
Na beëindiging van de ISD-maatregel is nazorg van groot belang. Dit geldt net zoals bij reguliere gedetineerden. De nazorg moet gericht zijn op het voorkomen van recidive en het ondersteunen van de betrokkene bij het terugkeren in de maatschappij.
De Hoge Raad heeft bepaald dat een ISD-maatregel niet gecombineerd kan worden met een vrijheidsstraf. Dit betekent dat een veroordeelde niet tegelijkertijd een ISD-maatregel en een gevangenisstraf kan krijgen. Ook een voorwaardelijke ISD-maatregel kan niet worden gecombineerd met een gevangenisstraf voor hetzelfde feitencomplex.
Verzoek tot beëindiging en praktische aandachtspunten
Een verzoek tot beëindiging van de ISD-maatregel is een juridisch proces dat zorgvuldig moet worden ingediend. Dit verzoek kan worden gedaan door de betrokkene of zijn raadpleger. Het is belangrijk dat het verzoek goed onderbouwd is met feiten en documenten die de noodzaak en mogelijkheid van beëindiging aantonen.
In de praktijk is het verzoek vaak gericht op het feit dat de maatregel niet effectief is of dat er onvoldoende uitvoering is geweest. Een voorbeeld is Rechtbank Utrecht (3 mei 2006, LJN AW8982), waarbij de maatregel beëindigd werd vanwege het gebrek aan uitvoering en de langdurige wachttijden.
Een ander aandachtspunt is de betrouwbaarheid van de betrokkene. In het geval van Rechtbank Zeeland-West-Brabant (25 oktober 2023), was de betrokkene onbetrouwbaar in het nakomen van afspraken. De casemanager adviseerde hierom tot voortzetting van de maatregel.
Conclusie
De ISD-maatregel is een specifieke strafrechtelijke maatregel gericht op stelselmatige daders. Er zijn juridische mogelijkheden voor een tussentijdse beëindiging van deze maatregel, zoals beschreven in artikel 38s en 38u van de Strafwet. De rechter speelt een centrale rol in de beoordeling van de noodzaak en uitvoering van de maatregel. In de praktijk zijn er diverse voorbeelden waarin de maatregel is beëindigd vanwege het gebrek aan uitvoering of het feit dat de maatregel niet effectief is.
Daarnaast zijn ook de minister van Justitie en de ISD-casemanager betrokken bij het proces van beëindiging. De casemanager geeft advies over de voortzetting of beëindiging van de maatregel, terwijl de minister deze beëindiging direct kan afkondigen. De nazorg na beëindiging van de maatregel is van groot belang om recidive te voorkomen.
In het kader van een verzoek tot beëindiging is het belangrijk om de juridische kaders en praktijkuitvoering goed te begrijpen. De onderbouwing van het verzoek speelt een grote rol in de beslissing van de rechter of de minister. In de jurisprudentie zijn diverse voorbeelden te vinden waarin de maatregel is beëindigd, waarbij de rechtbank haar beslissing baseert op feiten en omstandigheden.