De ISD-maatregel (Instituut Speciale Doorvoering) is een maatregel binnen het Nederlandse strafrecht die gericht is op stelselmatige daders. Deze maatregel dient om de risico’s op recidive te beperken en de veiligheid van de maatschappij te waarborgen. Een van de belangrijke juridische aspecten die in deze context vaak ter discussie komen, is de voorwaardelijke beeindiging van de ISD-maatregel. In dit artikel wordt een grondige, feitelijke en juridisch onderbouwde behandeling gegeven van de voorwaardelijke beeindiging van de ISD-maatregel, op basis van de beschikbare informatie uit de bronnen.
Wat is de ISD-maatregel?
De ISD-maatregel is een maatregel die wordt opgelegd aan stelselmatige daders, zoals die zijn gedefinieerd in het Strafwetboek (Sv). Deze maatregel is bedoeld om diegenen in een gesloten omgeving te houden, waarin hulpverlening en toezicht gegeven worden om gedragsverandering te bevorderen. Deze maatregel kan maximaal twee jaar duren en wordt vaak opgelegd aan verdachten die voldoen aan de criteria zoals eerder opgelopen straffen en een hoge risicoprofiel op recidive.
Voorwaardelijke beeindiging van de ISD-maatregel
De voorwaardelijke ISD-maatregel is een variant die onder bepaalde omstandigheden kan worden aangewend. Volgens artikel 38p Strafwet (Sv) is het mogelijk om een voorwaardelijke ISD-maatregel te vorderen, wanneer andere opties voor hulpverlening al zijn ingevoerd en het doel van de maatregel kan worden verder ontwikkeld in de vrije samenleving. Dit is echter enkel mogelijk indien de rechters het nodig achten en als aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
Een voorwaardelijke ISD-maatregel is bedoeld als ultieme poging om gedragsverandering te bewerkstelligen. Het is een vorm van maatwerkstraf die in sommige gevallen kan voorkomen dat een verdachte direct in een gevangenis terechtkomt, maar wel degelijk toezicht en begeleiding blijft vereisen.
Juridische basis en toepassing
De voorwaardelijke ISD-maatregel kan worden opgelegd als de rechters vaststellen dat het niet mogelijk is om de noodzakelijke hulpverlening al eerder in te voeren via bijvoorbeeld een voorwaardelijk strafdeel. In dat geval wordt de voorwaardelijke ISD-maatregel ingezet om de verdachte aan te houden en verder te behandelen.
Wanneer het gaat om de beëindiging van een voorwaardelijke ISD-maatregel, geldt dat deze niet dadelijk uitvoerbaar is. Er is namelijk geen wettelijke basis voor directe uitvoerbaarheid van deze maatregel. In tegenstelling tot hoofdstraffen, zoals voorwaardelijke gevangenisstraffen, kan de ISD-maatregel niet automatisch in werking treden zonder verdere juridische beoordeling.
De beëindiging van de maatregel kan op twee manieren gebeuren:
- Rechtswege: Als de opgelegde duur van één of twee jaar is verlopen, eindigt de maatregel automatisch.
- Op verzoek of door de minister van Justitie en Veiligheid: De minister heeft het recht om de maatregel te beëindigen op grond van artikel 6:2:20 Sv, maar dit gebeurt pas na advies van de directeur van de inrichting waar de verdachte zich bevindt.
Een voorwaardelijke ISD-maatregel kan ook worden opgelegd na een nieuwe feitenpleging. In dat geval kan de vordering opnieuw worden ingediend, gebaseerd op eerdere veroordelingen.
Praktijkuitvoering en tussentijdse toetsing
In de praktijk is het mogelijk dat de tenuitvoerlegging van een ISD-maatregel wordt geëvalueerd tijdens de uitvoering. Een veroordeelde kan, zes maanden na aanvang van de maatregel, een verzoek indienen bij de rechter om te toetsen of de voortzetting noodzakelijk is.
De rechter beoordeelt dan het verloop van de behandeling, de doelmatigheid van de maatregel en of het opheffen van de maatregel zou leiden tot onveiligheid. Aangezien de beveiliging van de maatschappij een belangrijke reden is om de maatregel op te leggen, is een tussentijdse beëindiging zelden van toepassing.
Nazorg en nazorgverantwoordelijkheid
Niet alleen tijdens de tenuitvoerlegging, maar ook na het beëindigen van de maatregel is het belangrijk om aandacht te besteden aan de nazorg. De nazorgvalt onder de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de Dienst Justitiële Inrichtingen, de reclassering en de gemeente van terugkeer. Het is belangrijk dat deze samenwerking goed is afgesproken, om mogelijke juridische en praktische complicaties te voorkomen.
Het ontbreken van nazorgplannen is geen reden om af te zien van het vorderen van een ISD-maatregel. Nazorg wordt slechts tijdens de tenuitvoerlegging in overweging genomen.
Combinatie met andere straffen
De Hoge Raad heeft bepaald dat het opleggen van een vrijheidsstraf in combinatie met een ISD-maatregel niet mogelijk is. Dit betekent dat een ISD-maatregel, of voorwaardelijk of onvoorwaardelijk, niet kan worden gecombineerd met een gevangenisstraf voor hetzelfde feitencomplex. De maatregel is dus een afzonderlijke strafmaatregel die op zich staat.
Rol van de reclassering en nazorg
De reclassering speelt een centrale rol in het opstellen en uitvoeren van nazorgplannen. Deze instantie adviseert bijvoorbeeld wanneer een voorwaardelijke ISD-maatregel opnieuw wordt overwogen. Het is echter onwenselijk dat een eerder opgelegd reclasseringstoezicht na een onvoorwaardelijke ISD-maatregel verder loopt. Dit kan leiden tot verwarring en verantwoordelijkheidsscheidingen tussen verschillende instellingen.
Daarom wordt aangeraden om bij het vorderen van een (on)voorwaardelijke ISD-maatregel te vragen dat eerder opgelegde bijzondere voorwaarden van reclasseringstoezicht vervallen. Dit voorkomt dubbele of overbodige toezichtverplichtingen.
Voorwaarden voor oplegging van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel kan worden opgelegd indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Het door de verdachte begane feit is een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
- De verdachte is in de vijf jaar voorafgaand aan het feit minstens driemaal onherroepelijk veroordeeld of strafbeschikt.
- Het feit is begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen.
- Er moet sprake zijn van een ernstig risico op recidive.
- De veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel.
Duur van de ISD-maatregel
De ISD-maatregel heeft een minimale duur van één jaar en een maximale duur van twee jaar. In beginsel vordert het Openbaar Ministerie (OM) de maatregel voor de volledige duur van twee jaar. De duur moet immers minstens één jaar zijn om de maatregel effectief te maken.
De proportionaliteit van de duur wordt in de praktijk beoordeeld. Het blijkt dat zelfs voor relatief lichte misdrijven de ISD-maatregel wordt opgelegd, mits de criteria voor recidiverisico en maatschappelijke veiligheid zijn voldaan.
Tussentijdse toetsing
Na zes maanden van tenuitvoerlegging kan een veroordeelde een verzoek indienen bij de rechter om te toetsen of de voortzetting van de ISD-maatregel noodzakelijk is. De rechter beoordeelt dan of het doel van de maatregel nog steeds actueel is, of of het feit bestaat dat de verdachte niet langer een risico vormt.
De rechter beoordeelt:
- Het verloop van de behandeling
- Of de maatregel beantwoordt aan het doel
- Of de maatregel zorgvuldig wordt uitgevoerd
- Of het opheffen van de maatregel leidt tot onveiligheid
- Of er omstandigheden zijn die buiten de macht van de verdachte liggen
Aangezien de beveiliging van de maatschappij al voldoende grondslag is om de maatregel op te leggen, is de kans op een tussentijdse beëindiging klein.
Uitzetting van vreemdelingen
Wanneer een verdachte een vreemdeling is, kan de ISD-maatregel beïnvloed worden door eventuele uitzettingsverplichtingen. Als tijdens de tenuitvoerlegging van de maatregel uitzetting mogelijk wordt, kan de minister van Justitie en Veiligheid de maatregel ambtshalve beëindigen. Dit gebeurt op grond van artikel 6:2:20 Sv.
Extramurale tenuitvoerlegging is echter niet mogelijk voor vreemdelingen, aangezien zij geen toegang hebben tot reguliere voorzieningen in de Nederlandse samenleving.
Conclusie
De voorwaardelijke beeindiging van de ISD-maatregel is een juridisch ingewikkeld proces dat wordt beheerst door de wettelijke regels in het Strafwetboek en de praktijkrichtlijnen van het OM en de rechters. De maatregel is bedoeld om stelselmatige daders in een begeleide omgeving te houden, met het oog op gedragsverandering en maatschappelijke veiligheid.
De voorwaardelijke ISD-maatregel is een specifieke vorm die wordt ingezet wanneer hulpverlening niet eerder is ingevoerd via een voorwaardelijk strafdeel. De beëindiging van de maatregel kan op verschillende manieren gebeuren, afhankelijk van de juridische omstandigheden en de beoordeling van de rechter.
Het is van groot belang dat de nazorg goed wordt geregeld, omdat de effectiviteit van de maatregel ook afhankelijk is van de continuïteit van begeleiding en toezicht na de tenuitvoerlegging. De samenwerking tussen de Dienst Justitiële Inrichtingen, de reclassering en de gemeente speelt daarbij een centrale rol.
In de praktijk blijkt dat de ISD-maatregel vaak wordt opgelegd voor relatief lichte misdrijven, mits de criteria voor recidiverisico zijn voldaan. De maatregel is dus niet alleen gericht op zware misdrijven, maar ook op situaties waarin het herhaaldelijke gedrag een risico vormt voor de maatschappij.