Inleiding
De voorwaardelijke ISD-maatregel (Inrichting voor Stelselmatige Daders) is een instrument in het strafrecht dat gericht is op gedragsverandering bij herhaald strafbaar gedrag. Deze maatregel wordt voornamelijk aangewend voor personen die herhaaldelijk tegen de wet zijn ingegaan en voor wie eerdere straffen en maatregelen niet tot een duurzame gedragsverandering hebben geleid. De voorwaardelijke ISD-maatregel biedt een tijdelijke kans op herstel en gedragsaanpassing, zonder directe tenuitvoerlegging.
Op grond van de informatie in de geraadpleegde bronnen is duidelijk dat het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel gebaseerd is op een aantal juridische criteria en dat de uitvoering van deze maatregel gevoelig is voor de samenwerking tussen rechter, Openbaar Ministerie (OM), en reclassering. In dit artikel worden de criteria voor het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel belicht, evenals de procedure, de rol van het OM en reclassering, en de praktijkuitvoering van deze maatregel in het strafrechtelijke kader.
Wat is een voorwaardelijke ISD-maatregel?
Een voorwaardelijke ISD-maatregel is een maatregel waarbij de verdachte, in plaats van directe tenuitvoerlegging in een inrichting voor stelselmatige daders, een proeftijd krijgt met bepaalde voorwaarden. Deze proeftijd kan maximaal drie jaar duren. Tijdens deze periode moet de verdachte zich gedragen volgens de gestelde voorwaarden. Mocht deze voorwaarde niet worden nageleefd, dan kan de rechter bepalen dat de maatregel wél wordt tenuitvoer gelegd.
De voorwaardelijke ISD-maatregel is bedoeld als een laatste poging tot gedragsverandering bij stelselmatige daders. De maatregel is echter niet bedoeld voor iedereen die zich herhaaldelijk schuldig maakt aan strafbare feiten, maar alleen voor diegenen die aan de juridische eisen voldoen en voor wie er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat zij opnieuw een misdrijf zullen begaan.
Juridische criteria voor oplegging
Het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel is geregeld in artikel 38m van de Strafwet (Sr). Deze maatregel kan op vordering van het OM worden opgelegd, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan. Deze criteria zijn van essentieel belang en moeten nauwkeurig worden getoetst bij de beslissing van de rechter. De volgende criteria zijn van toepassing:
Het feit moet een misdrijf zijn waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten.
Dit betekent dat de feiten waarvoor de verdachte wordt aangeklaagd, zwaar genoeg zijn om te rekenen met een mogelijke voorlopige hechtenis.De verdachte moet in de vijf jaar voorafgaand aan het feit ten minste driemaal wegens een misdrijf onherroepelijk zijn veroordeeld of aan een vrijheidsbeperkende maatregel zijn onderworpen.
Dit criterium benadrukt dat de maatregel bedoeld is voor herhaalde of stelselmatige gedragingen. De verdachte moet daarom een aanzienlijke strafrechterlijke geschiedenis hebben.Het feit moet zijn begaan na tenuitvoerlegging van eerdere straffen of maatregelen.
Dit dient als een bewijs dat eerdere straffen of maatregelen niet hebben geleid tot een duurzame gedragsverandering.Er moet ernstig rekening mee worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan.
Deze voorwaarde is van essentieel belang. Het OM moet aantonen dat het risico op recidive hoog is en dat de verdachte zonder interventie opnieuw zal schenden.De veiligheid van personen of goederen eist het opleggen van de maatregel.
Dit criterium benadrukt dat de maatregel niet alleen gericht is op de gedragsverandering van de verdachte, maar ook op het beschermen van de maatschappij.
Bij het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel moet bovendien een advies zijn ingekregen over de noodzaak van de maatregel. Dit advies dient zodanig te zijn geformuleerd dat de rechter zich een oordeel kan vormen. Het advies moet maximaal één jaar oud zijn.
De rol van het Openbaar Ministerie en reclassering
Het OM speelt een centrale rol bij het opleggen van een voorwaardelijke ISD-maatregel. Het OM moet een vordering indienen en deze onderbouwen met relevante informatie, zoals de rapportage van de reclassering. De reclassering heeft daarmee ook een belangrijke functie in het proces. De reclassering dient een advies te geven dat dient als grondslag voor het OM en de rechter.
Het advies van de reclassering moet ingaan op de wenselijkheid of noodzaak van de maatregel. Dit advies dient met redenen te worden omkleed en gedateerd. In de praktijk is dit advies vaak een reclasseringsrapport. De rechter overweegt vervolgens dit advies en bepaalt of een voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd kan worden.
De rechter kan de maatregel alleen op leggen als de verdachte zich bereid verklaart aan de gestelde voorwaarden mee te werken. Dit betekent dat de verdachte moet aantonen dat hij of zij open staat voor behandeling, zoals ambulante of intramuraale zorg. Mocht de verdachte weigeren mee te werken, dan kan de rechter zich laten voorlichten aan de hand van andere beschikbare rapportages.
Uitvoering van de voorwaardelijke ISD-maatregel
De uitvoering van een voorwaardelijke ISD-maatregel houdt een proeftijd in waarin de verdachte zich aan bepaalde voorwaarden moet houden. Deze voorwaarden kunnen onder andere zijn:
- Ambulante of intramuraale behandeling;
- Verplichte deelname aan herstel- of herstelgerichte programma’s;
- Beperkingen op het gedrag, zoals het vermijden van bepaalde delicten of delicttype;
- Beperking van reisvrijheid;
- Regelmattige controle of toezicht door de reclassering of andere instanties.
De duur van de voorwaardelijke maatregel kan maximaal drie jaar zijn. Tijdens deze periode moet de verdachte zich aan deze voorwaarden houden. Mocht hij of zij deze niet naleven, dan kan de rechter op vordering van het OM bepalen dat de maatregel alsnog wordt tenuitvoer gelegd.
Het is belangrijk om te weten dat er in de praktijk een voorkeur is om bij niet-naleving van de voorwaarden niet direct de tenuitvoerlegging te vorderen, maar eerst in de nieuwe strafzaak direct een onvoorwaardelijke ISD-maatregel te vorderen, mits aan de daarvoor geldende criteria is voldaan. Dit is een strategische keuze die gericht is op een efficiënter en doelgerichter aanpak van stelselmatige gedragingen.
Juridische ontwikkelingen en praktijkuitvoering
De juridische kaders voor de ISD-maatregel zijn in de afgelopen jaren aangepast. De Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen (Wet USB) en de wijziging van de Wetboek van Strafvordering (Sv) hebben geleid tot veranderingen in de procedure en uitvoering van de ISD-maatregel. Deze wijzigingen zijn vooral van invloed op het forum waar een vordering tot tenuitvoerlegging moet worden ingediend, en op de samenloop met eerder opgelegde straffen of maatregelen.
In de praktijk is er een wisseling van perceptie ontstaan rond de ISD-maatregel. Ooit gezien als een ultimum remedium (laatste middel), is de maatregel in de huidige tijd meer gezien als een optimum remedium. Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het vroeg inzetten van de maatregel een positief effect heeft op de recidivecijfers. Dit betekent dat de ISD-maatregel niet alleen moet worden gezien als een maatregel voor de ernstigste gevallen, maar ook als een preventief instrument bij herhaald strafbaar gedrag.
Voorbeelden uit de praktijk
Een voorbeeld van de toepassing van een voorwaardelijke ISD-maatregel is te vinden in een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2022:1746). In deze zaak is sprake van een verdachte die herhaaldelijk is veroordeeld voor verschillende strafbare feiten en die in aanmerking komt voor een ISD-maatregel. De rechter heeft in dit geval gekozen voor een voorwaardelijke maatregel zonder bijzondere voorwaarden. Hieruit blijkt dat de rechter niet altijd bijzondere voorwaarden moet stellen, maar kan kiezen voor een algemene proeftijd waarin de verdachte zich gedraagt volgens de wettelijke eisen.
In dit geval is het OM verantwoordelijk geweest voor de vordering en heeft het reclassering gebruikt voor de voorbereiding van een Risc-rapportage. Deze rapportage geeft inzicht in de criminogene factoren van de verdachte, de mate van beïnvloedbaarheid, en het risico op recidive. Deze informatie is essentieel bij de beslissing van de rechter.
De voorwaardelijke ISD-maatregel in vergelijking met andere maatregelen
Een voorwaardelijke ISD-maatregel verschilt van andere strafrechtelijke maatregelen, zoals TBS met voorwaarden of een gewone strafmaatregel. De voorwaardelijke ISD-maatregel is gericht op gedragsverandering bij stelselmatige daders en biedt een tijdelijke kans op herstel. In tegenstelling tot TBS met voorwaarden, is de ISD-maatregel gericht op het beschermen van de maatschappij tegen herhaald strafbaar gedrag, zonder dat er sprake is van psychische stoornissen of psychiatrische hulp.
In vergelijking met een gewone strafmaatregel is de ISD-maatregel een zwaardere maatregel. Het is niet bedoeld voor iedereen die zich schuldig maakt aan een misdrijf, maar alleen voor diegenen die aan de criteria voor stelselmatige daders voldoen. De maatregel is daardoor een uiteraard gerechtelijk instrument dat alleen in zwaarere gevallen wordt aangewend.
Conclusie
De voorwaardelijke ISD-maatregel is een specifiek gerechtelijk instrument dat gericht is op gedragsverandering bij stelselmatige daders. Het opleggen van deze maatregel is gebaseerd op een aantal juridische criteria die nauwkeurig moeten worden getoetst. De rol van het OM en de reclassering is van essentieel belang bij het vorderen en beoordelen van de maatregel. In de praktijk is er een voorkeur voor het vroeg inzetten van deze maatregel, omdat onderzoek wijst op een positief effect op de recidivecijfers. De maatregel is niet bedoeld als een ultimum remedium, maar als een doelgerichte interventie bij herhaald strafbaar gedrag.