Het Korps Mariniers is een van de oudste en meest iconische onderdelen van de Nederlandse krijgsmacht. In 1665, tijdens de Tweede Nederlands-Engelse Oorlog, werd het opgericht met het doel om mariniers op schepen in te zetten bij zee- en landoperaties. De oprichting vond plaats op 10 december, en sindsdien is het korps een centrale speler in zowel de militaire geschiedenis als in nationale herdenkingen.
Deze artikkel biedt een gedetailleerde en feitgerichte inzicht in de oprichting van het Korps Mariniers, gebaseerd op betrouwbare bronnen. We zullen onder andere bekijken wie de belangrijkste personen waren achter de oprichting, hoe het korps zich ontwikkelde in de vroege jaren, en welke rol het speelde bij de eerste overwinningen op Brits grondgebied. Het artikel is geschreven voor een brede lezersgroep, waaronder historici, particulieren en professionals die geïnteresseerd zijn in de vorming van een van Nederland’s oudste krijgsmachtonderdelen.
De context van de oprichting in 1665
In 1665 was Nederland midden in de Tweede Nederlands-Engelse Oorlog (1665–1667). Nederland en Engeland stonden in een heet conflict om handelsmacht en mariene controle. Nederland had een sterke vloot, maar moest tegelijkertijd ook leren omgaan met complexe land- en zeeoperaties. De oprichting van een permanent zeeregiment was in deze tijd een logische stap.
Het Korps Mariniers werd opgericht op 10 december 1665, op initiatief van raadspensionaris Johan de Witt en admiraal Michiel de Ruyter. De Witt was een invloedrijke politicus die een centrale rol speelde in de republiek, terwijl De Ruyter een ervaren en respijtloze admiraal was die bekendstond om zijn strategisch inzicht en leiderschap op zee. Beiden erkenden de noodzaak van een goed getrainde en georganiseerde groep soldaten die zowel op schepen als aan land ingezet kon worden.
Tot deze tijd waren matrozen en soldaten nog grotendeels de zelfde groep mensen. Ze werkten zowel als bemanning als als soldaten tijdens zee-entakelingen. De oprichting van een apart korps was een belangrijke stap in de professionalisering van de maritieme krijgsmacht.
Kolonel Willem Joseph van Ghent als eerste commandant
De oprichting van het Korps Mariniers in 1665 leidde tot de benoeming van Kolonel Willem Joseph van Ghent als de eerste commandant van het regiment. Het korps telde ongeveer 1500 soldaten, wat een aanzienlijke kracht was voor die tijd.
Van Ghent had reeds een voorgeschiedenis van militaire dienst en was waarschijnlijk een betrouwbare en ervaren leider die het korps op kon starten. Zijn benoeming suggereert dat er een duidelijke visie was op de rol van de mariniers in de toekomstige oorlogvoering. Zijn leiding was essentieel in de vroege jaren van het korps, vooral gezien de directe inzet in de oorlog tegen Engeland.
De eerste operaties en de overwinning in Chatham (1667)
Hoewel het Korps Mariniers in 1665 opgericht was, duurde het nog een paar jaar voordat het in actie kwam. In de eerste zeegevechten voor de Engelse kust kon het korps niet ingezet worden vanwege zware schade aan de Nederlandse vloot. Pas in juni 1667, tijdens de zogenaamde Razzia op Chatham, kregen de mariniers hun kans.
Op 4 juni 1667 landde een groep van meer dan 800 Nederlandse mariniers op Engels grondgebied. Ze veroverden Fort Sheerness, een belangrijk militair object, en bereikten zo een historische overwinning. Deze actie was van groot strategisch belang, omdat het de Engelse vloot in de rivier de Medway in staat stelde om de Engelsen te treffen op een onverwachte manier. Het was de eerste keer dat een Nederlandse troepenmacht een overwinning behaalde op Brits vasteland.
Deze overwinning werd mogelijk gemaakt door een vereniging van strategisch inzicht, leidinggevende vaardigheden en het gebruik van goed getrainde mariniers. Het was een vroege, maar duidelijke, demonstratie van de kracht van het nieuwe korps.
Rol van de mariniers op schepen en de evolutie van het korps
In de beginjaren van het Korps Mariniers was de rol van de soldaten op schepen duidelijk. Zij werkten samen met de bemanning en konden tegelijkertijd dienst doen als zowel matrozen als soldaten. Deze praktijk had echter beperkingen. In de loop van de zeventiende eeuw werd duidelijk dat soldaten op schepen op een andere manier ingezet konden worden, bijvoorbeeld bij landingen of defensieve acties.
De oprichting van het Korps Mariniers was dus ook een antwoord op deze veranderende eisen. Het korps werd opgezet als een aparte, professionele groep binnen de krijgsmacht. Dit betekende dat er meer aandacht kon gaan naar de opleiding van mariniers, de inzet van troepen bij landingen, en de coördinatie van zee- en landoperaties.
De rol van Johan de Witt en Michiel de Ruyter
Twee namen die essentieel zijn bij de oprichting van het Korps Mariniers zijn Johan de Witt en Michiel de Ruyter. De Witt was de politieke leider van de Republiek van de Zeven Verenigde Nederlanden en had een sterke visie op de verdediging van het land. Hij zag in de oprichting van een permanent zeeregiment een manier om de positie van Nederland op zee te versterken.
Michiel de Ruyter was een ervaren admiraal die al eerder had bewezen hoe belangrijk goed getrainde soldaten en bemanningen waren bij zee-acties. Zijn ervaring en inzicht maakten hem tot een natuurlijke keuze om deel te nemen aan de beslissing om het korps op te richten. Samen met De Witt zorgde hij voor de vorming van een groep soldaten die niet alleen goed was getraind, maar ook een duidelijke strategische rol had.
Herdenking van de oprichting: 10 december
De oprichting van het Korps Mariniers op 10 december 1665 wordt jaarlijks herdacht. Deze datum is niet alleen een historische gebeurtenis, maar ook een belangrijk moment in de nationale herinneringscultuur. Het dient als een herinnering aan de vroege successen van het korps en aan de inzet van de mariniers tijdens de oorlogen tegen Engeland.
De herdenking van 10 december is ook een moment waarop het huidige Korps Mariniers kijkt naar zijn geschiedenis om inspiratie te vinden voor de toekomst. De geschiedenis van het korps, zowel oud als nieuw, wordt gezien als een bron van trots en lesmateriaal. Het toont aan wat mariniers in staat zijn, en wat ze in de toekomst nog kunnen bereiken.
Conclusie
De oprichting van het Korps Mariniers in 1665 was het resultaat van een samenwerking tussen twee belangrijke figuren: Johan de Witt en Michiel de Ruyter. Het korps werd opgericht om soldaten te vormen die zowel op zee als aan land ingezet konden worden. Kolonel Willem Joseph van Ghent was de eerste commandant van het korps, dat bijna 1500 soldaten telde.
Deze soldaten speelden een cruciale rol in de Razzia op Chatham in 1667, waarbij Fort Sheerness veroverd werd. Het was een historische overwinning op Brits grondgebied en een duidelijke demonstratie van de kracht van het nieuwe korps. De oprichting van het Korps Mariniers was dus niet alleen een militair initiatief, maar ook een politieke en strategische keuze die de rol van soldaten op schepen fundamenteel veranderde.
De geschiedenis van het Korps Mariniers is een onderdeel van de bredere geschiedenis van Nederland en de Republiek. Het dient niet alleen als een herinnering aan het verleden, maar ook als inspiratie voor de toekomst.