Inleiding
Stadsverwarming is in opkomst in Nederland als duurzamere alternatief voor individuele gasaansluitingen. In tegenstelling tot een traditionele cv-ketel is stadsverwarming een collectieve warmtevoorziening die via een centrale bron warmte levert aan meerdere huishoudens. De energiebehoefte van huishoudens met stadsverwarming wordt meestal uitgedrukt in gigajoule (GJ), een maat voor energiehoeveelheid. Het begrijpen van deze eenheid, het gemiddelde verbruik en de daaraan verbonden kosten is essentieel voor eigenaren en professionals die beslissingen nemen op het gebied van energievoorziening, renovatie of woningbouw.
In dit artikel wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van het gebruik van gigajoule in het kader van stadsverwarming, het gemiddelde verbruik per woningtype, de huidige tarieven in 2025 en 2026, de invloed van vaste kosten, en de technische en economische aspecten die bij stadsverwarming een rol spelen. Verder worden ook de voordelen en nadelen besproken, evenals de toekomstige ontwikkelingen zoals de nieuwe Warmtewet. Het artikel is opgebouwd aan de hand van gegevens uit betrouwbare bronnen, inclusief informatie van de ACM, warmteleveranciers zoals Vattenfall en Eneco, en overheidsinitiatieven zoals WarmteStad.
Wat is een gigajoule en hoe wordt deze gebruikt bij stadsverwarming?
Een gigajoule (GJ) is een maat voor energiehoeveelheid en staat gelijk aan 1 miljard joule. Bij stadsverwarming wordt deze eenheid gebruikt om het warmteverbruik van huishoudens te meten, omdat warmte niet zoals gas in kubieke meters of elektriciteit in kilowattuur wordt gemeten. In plaats daarvan wordt het verbruik uitgedrukt in GJ, wat het totaal aan warmte-energie betreft die verbruikt is per periode.
Volgens de gegevens uit de bronnen is het gemiddelde warmteverbruik van huishoudens met stadsverwarming ongeveer 35 GJ per jaar voor verwarming. Daarnaast is er een extra verbruik van 6,6 GJ per jaar voor warm water. Dit geeft een totaal gemiddeld verbruik van ongeveer 41,6 GJ per huishouden per jaar.
Conversie naar bekendere eenheden
Het is handig om de gigajoule in te passen binnen bekendere maatstaven, zoals gasverbruik of elektriciteit. Hieronder een overzicht van conversies volgens de bronnen:
| Energievorm | 1 GJ komt overeen met |
|---|---|
| Aardgas | 30–35 m³ |
| Elektriciteit | 278 kWh |
| Stookolie | 27 liter |
| Benzine | 24 liter |
Deze conversie helpt bijvoorbeeld bij het vergelijken van stadsverwarming met gasverbruik of elektriciteitsverbruik. Bovendien is het nuttig voor eigenaren om inzicht te krijgen in hun energiebehoefte in vertrouwde termen.
Gemiddeld verbruik per woningtype
Het verbruik van stadswarmte varieert per woningtype. Grotere woningen, zoals vrijbouwende woningen of woningen met een hoge vloeroppervlakte, verbruiken meer GJ per jaar dan kleinere woningen zoals flats. Het volgende overzicht geeft een indruk van het gemiddelde verbruik per woningtype in 2025 en 2026:
| Woningtype | Gemiddeld verbruik (GJ) in 2025 | Gemiddeld verbruik (GJ) in 2026 | Verandering (%) |
|---|---|---|---|
| Flat | 2,04 | 1,92 | -5,9% |
| Tussenwoning | 2,54 | 2,39 | -5,9% |
| Hoekwoning | 3,04 | 2,85 | -6,3% |
| 2-onder-1-kap | 3,41 | 3,19 | -6,5% |
| Vrijstaand | 4,25 | 3,98 | -6,4% |
Deze veranderingen zijn het gevolg van lichte verbeteringen in isolatie en veranderingen in tarieven. Het is echter belangrijk om op te merken dat het verbruik ook sterk afhankelijk is van factoren zoals seizoensinvloeden, het aantal bewoners, en de mate van isolatie van de woning.
Tarieven en kosten voor stadsverwarming in 2025 en 2026
Tarief per GJ
Het variabele tarief voor stadsverwarming is het deel dat afhankelijk is van het verbruik. Dit is het bedrag dat je betaalt per gigajoule aan warmte die je verbruikt. De huidige tarieven zijn als volgt:
- 2025: € 43,79 per GJ
- 2026: € 40,97 per GJ
Dit betekent dat het variabele tarief in 2026 iets is gedaald ten opzichte van 2025. De daling is voor een groot deel het gevolg van een afname in de aardgasprijs. In 2024 was het tarief nog € 46,69 per GJ, wat aangeeft dat de stadsverwarmingstarieven sterk zijn gekoppeld aan de aardgasprijs.
Vaste kosten
Naast het variabele tarief zijn er ook vaste kosten die maandelijks worden gerekend, ongeacht het verbruik. Deze kosten zijn onder andere:
- Leveringskosten per GJ: € 40,97 (in 2026)
- Vaste kosten: € 615,66 per jaar (in 2026)
- Meettarief: € 33,73 per jaar
- Huur afleverset: € 178,51 per jaar
De vaste kosten zijn in 2026 iets gestegen ten opzichte van 2025. Voor het jaar 2025 bedroegen de vaste kosten:
- Vaste kosten: € 577,48
- Meettarief: € 32,80
- Huur afleverset: € 150,49
Gemiddelde maandelijkse kosten
De maandelijkse kosten voor stadsverwarming zijn sterk afhankelijk van het type woning. Hieronder een overzicht van de gemiddelde kosten per woningtype in 2025 en 2026:
| Woningtype | Gemiddeld verbruikskosten in 2025 | Gemiddeld verbruikskosten in 2026 | Verandering (%) |
|---|---|---|---|
| Flat | € 89,33 | € 83,58 | -6,74% |
| Tussenwoning | € 111,29 | € 104,06 | -6,31% |
| Hoekwoning | € 133,19 | € 124,55 | -6,77% |
| 2-onder-1-kap | € 149,62 | € 139,71 | -6,71% |
| Vrijstaand | € 186,11 | € 174,12 | -6,45% |
Naast deze verbruikskosten zijn er ook maandelijkse vaste kosten:
- Vaste kosten: € 51,31
- Meettarief: € 2,81
- Huur afleverset: € 14,88
Totaal vaste kosten: € 69,00 per maand
Als we deze kosten optellen bij de verbruikskosten, krijgen we een beter beeld van de totale maandelijkse kosten. Bijvoorbeeld voor een hoekwoning:
- Verbruikskosten in 2026: € 124,55
- Vaste kosten: € 69,00
- Totale gemiddelde maandelijkse kosten: € 193,55
Invloed van vaste kosten op kleine huishoudens
Een belangrijk aspect dat uit de bronnen naar voren komt, is dat kleine huishoudens (met een verbruik minder dan 26 GJ per jaar) relatief meer moeten betalen vanwege de hoge vaste kosten. Hoewel het variabele tarief per GJ is gedaald, zijn de vaste kosten in 2026 iets gestegen. Voor kleine huishoudens kan dit ertoe leiden dat het deel van de kosten dat onafhankelijk is van het verbruik een groter deel van de totale kosten vormt.
Voordelen en nadelen van stadsverwarming
Voordelen
- Geen cv-ketel of gasaansluiting nodig: Dit betekent geen onderhoudskosten voor ketels en geen kosten voor aansluiting op het gasnet.
- Duurzamer: Stadsverwarming maakt vaak gebruik van restwarmte uit industriële processen of duurzame bronnen zoals warmtepompen of biomassa.
- Minder onderhoud: Er is geen individueel apparaat dat regelmatig onderhoud nodig heeft.
- Minder risico op lekkages of brand: Omdat er geen gas in de woning zelf wordt verbrand, is het veiligheidprofiel vaak hoger.
Nadelen
- Geen keuze tussen leveranciers: Stadsverwarming is meestal gebonden aan één warmteleverancier per wijk of stadsdeel. Dit beperkt de mogelijkheid tot prijsvergelijking.
- Hoge aanlegkosten: Het aansluiten op een stadsverwarmingsnetwerk is vaak kostbaar. Deze kosten kunnen worden terugbetaald over jaren, afhankelijk van het verbruik.
- Afhankelijkheid van infrastructuur: Als er een probleem op het stadsverwarmingsnetwerk ontstaat, kan dit leiden tot warmteverlies voor meerdere huishoudens.
- Moeilijkheid van overstap naar alternatieve energie: Eigenaren die bijvoorbeeld overwegen om een warmtepomp te installeren, kunnen in sommige gevallen hoge aansluitkosten of administratieve obstakels tegenkomen.
De rol van de ACM en de Warmtewet
Het tarief voor stadsverwarming wordt gereguleerd door de Autoriteit Consument & Markt (ACM). De ACM stelt elk jaar het maximumtarief vast op basis van de gemiddelde aardgasprijs op 1 januari. Het principe achter deze regeling is dat een huishouden niet meer moet betalen voor stadsverwarming dan het zou betalen voor een gelijkwaardige gasaansluiting. Dit wordt ook wel het “Niet Meer Dan Anders”-principe genoemd.
Maximumtarieven in 2026
De ACM heeft in 2026 de volgende maximumtarieven vastgesteld:
| Kostensoort | Tarief in 2026 |
|---|---|
| Leveringskosten per GJ | € 40,97 |
| Vaste kosten | € 615,66 |
| Vaste kosten lauw water | € 330,71 |
| Meettarief | € 33,73 |
| Huur afleverset | € 178,51 |
Bij collectieve aansluitingen (zoals in blokverwarmingswoningen) gelden andere tarieven:
| Aansluitingstype | Tarief in 2026 |
|---|---|
| Verwarmen + warm water | € 3.297,75 |
| Alleen verwarmen | € 3.325,83 |
| Alleen warm water | € 3.325,83 |
Deze tarieven zijn inclusief 21% btw en gelden voor huishoudens met een aansluiting tot 100 kWh per jaar.
De nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening
De overheid werkt aan een nieuwe Warmtewet, genaamd de Wet collectieve warmtevoorziening. Deze wet moet de markt voor stadsverwarming transparanter maken en consumenten beter beschermen tegen onredelijke tarieven. De nieuwe wet is vooral gericht op het verbeteren van de transparantie van tarieven, het verhouding tussen variabele en vaste kosten, en het mogelijk maken van een vlotte overstap naar andere warmtevoorziening bij afzondering van het stadsverwarmingsnetwerk.
Stadsverwarming en de toekomst: duurzaamheid en groei
Stadsverwarming speelt een steeds grotere rol in het kader van duurzame energievoorziening in Nederland. De overheid streeft naar een situatie waarin zo veel mogelijk woningen aansluiten op duurzame warmtebronnen. Stadsverwarming is in dit opzicht een belangrijk onderdeel van het energiebeleid, omdat het kan draaien op restwarmte van industriële installaties of warmtepompen, en daardoor minder fossiele energie verbruikt.
Duurzame opwekking
In de praktijk wordt stadswarmte vaak opgewekt via restwarmte van industriële processen of via warmtepompen die warmte uit de grond of lucht halen. In sommige steden wordt ook gebruik gemaakt van biomassa of afvalverbrandingsinstallaties als warmtebron. Deze opwekmethoden zijn minder CO₂-intensief dan het verbranden van aardgas in individuele huizen.
Groei van stadsverwarming
De aansluiting op stadsverwarmingsnetwerken groeit, vooral in stedelijke gebieden waar het makkelijker is om een centrale warmtebron te realiseren. WarmteStad, een publiek onderneming die in samenwerking met de gemeente Groningen is opgericht, is een voorbeeld van hoe stadsverwarming op een duurzame manier kan worden ingezet.
Conclusie
Stadsverwarming is een steeds populaire keuze voor huishoudens die op zoek zijn naar een duurzamere alternatieve verwarming. Het verbruik wordt uitgedrukt in gigajoule (GJ), waarbij het gemiddelde huishouden ongeveer 35 GJ per jaar verbruikt voor verwarming, plus 6,6 GJ voor warm water. De tarieven zijn sterk gereguleerd en worden jaarlijks vastgesteld door de ACM. In 2026 zijn de variabele kosten per GJ gedaald, maar de vaste kosten zijn iets gestegen, wat invloed heeft op de totale kosten, vooral voor kleine huishoudens.
Voor eigenaren en professionals is het belangrijk om de verhouding tussen variabele en vaste kosten te begrijpen, evenals de invloed van woningtype en isolatiegraad op het verbruik. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de huidige en toekomstige regelgeving, zoals de Warmtewet, en de rol van de ACM in het bepalen van tarieven en het beschermen van consumenten.
Hoewel stadsverwarming voordelen biedt zoals duurzaamheid en minder onderhoud, zijn er ook nadelen zoals beperkte keuze op de markt en hoge aansluitkosten. Toch blijft het een interessante optie in het kader van de transitie naar duurzame energievoorziening in de woningbouw.