Inleiding
Stadsverwarming is een duurzame en centrale oplossing voor het verwarmen van woningen in stedelijke gebieden. In tegenstelling tot het gebruik van aardgas, maakt stadsverwarming gebruik van restwarmte uit industriële processen of energiecentrales. Voor consumenten zijn de kosten van stadsverwarming een belangrijk overwegend aspect bij het overwegen van een overstap of het bouwen in een gebied dat aan het warmtenet is aangesloten.
In dit artikel wordt een gedetailleerde analyse gemaakt van de kosten van stadsverwarming, met een focus op de verbruikskosten per gigajoule (GJ) in 2025 en 2026. Daarnaast worden de vaste kosten, de invloed van het "Niet Meer Dan Anders"-principe, en de invloed van de energiecrisis op de ontwikkeling van de tarieven besproken. Het artikel richt zich zowel op huiseigenaren als professionals in de bouw- en renovatiebranche die stadsverwarming overwegen of al gebruiken.
Wat is stadsverwarming?
Stadsverwarming, ook wel blokverwarming genoemd, is een centrale verwarmingssystematiek waarbij warmte wordt opgewekt in een centrale locatie (zoals een energiecentrale of een industriële afvalwarmtebron) en via een netwerk van buizen naar individuele woningen wordt geleverd. De warmte wordt meestal gebruikt voor het verwarmen van de woning en het leveren van warm water via kraan en douche.
De verbruikskosten van stadsverwarming worden geregeld door de Warmtewet, die ervoor zorgt dat huishoudens niet meer moeten betalen dan zij zouden betalen bij gebruik van aardgas en een cv-ketel. Dit principe staat bekend als het "Niet Meer Dan Anders"-principe.
Verbruikskosten per gigajoule in 2025 en 2026
Tarief in 2025
In 2025 is het variabele warmtetarief per gigajoule (GJ) gemaximaliseerd op € 43,79. Dit tarief is gedaald ten opzichte van 2024, waar het tarief € 46,69 per GJ was. Het tarief van 2025 betekent dat huishoudens gemiddeld € 43,79 moeten betalen per gigajoule verwarming en warm water.
Een gemiddeld huishouden gebruikt in 2025 ongeveer 35 GJ aan verwarming per jaar en 6,6 GJ aan warm water, wat samen een totaal van 41,6 GJ oplevert. Dit betekent dat een huishouden in 2025 gemiddeld € 1.823,92 per jaar aan verbruikskosten moet betalen voor stadsverwarming (41,6 GJ × € 43,79/GJ = € 1.823,92).
Daarnaast zijn er ook vaste kosten die huishoudens jaarlijks moeten betalen, ongeacht hun verbruik. Deze kosten omvatten bijvoorbeeld het vastrecht, de huur van de afleverset, en de meettarieven. In 2025 bedragen deze vaste kosten gemiddeld ongeveer € 500 per jaar. Hierdoor komt het totale jaarbedrag voor stadsverwarming in 2025 op ongeveer € 2.323,92 per huishouden.
Tarief in 2026
In 2026 is het variabele tarief per gigajoule verder gedaald tot € 40,97. Dit is een duidelijke verlaging ten opzichte van 2025. Voor huishoudens die 41,6 GJ gebruiken, betekent dit een verbruikskost van € 1.703,23 per jaar (41,6 × 40,97 = 1.703,23).
Aangevuld met vaste kosten van € 500, komt het totale jaarbedrag in 2026 op ongeveer € 2.203,23 per huishouden.
Tabel: Kosten per GJ in 2025 en 2026
| Jaar | Variabele kosten per GJ | Verbruik in GJ | Verbruikskosten | Vaste kosten | Totaal kosten |
|---|---|---|---|---|---|
| 2025 | € 43,79 | 41,6 | € 1.823,92 | € 500 | € 2.323,92 |
| 2026 | € 40,97 | 41,6 | € 1.703,23 | € 500 | € 2.203,23 |
Invloed van het "Niet Meer Dan Anders"-principe
Het "Niet Meer Dan Anders"-principe is een belangrijk element van de regelgeving rondom stadsverwarming. Dit principe zorgt ervoor dat huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet niet meer moeten betalen dan zij zouden betalen als ze gebruikmaakten van aardgas en een cv-ketel. Het principe is bedoeld om consumenten te beschermen tegen te hoge tarieven.
Deze garantie geldt zowel voor verbruikskosten als voor vaste kosten. Zoals aangegeven in de bronnen, is het gemiddelde warmteverbruik van huishoudens met stadsverwarming in 2025 ongeveer 35 GJ per jaar. Voor warm water komt daar nog 6,6 GJ bij. Het totaal is dus 41,6 GJ.
In vergelijking met aardgas zou een huishouden in 2025 gemiddeld ongeveer € 43,79 per GJ moeten betalen, wat overeenkomt met de prijs van aardgas in 2025. Dit betekent dat het "Niet Meer Dan Anders"-principe in de praktijk gerealiseerd is.
Invloed van de energiecrisis op de tarieven
De energiecrisis in 2022 en 2023 heeft geleid tot een sterke stijging van de energieprijzen, waaronder ook de tarieven voor stadsverwarming. In 2022 bereikte de prijs van 1 GJ stadsverwarming een hoogtepunt van € 54 per GJ, gevolgd door een prijsplafond in 2023. In 2024 en 2025 is de prijs geleidelijk gedaald, zoals te zien is in de volgende samenvatting:
- Vóór 2020: Onder de € 30 per GJ
- 2022: € 54 per GJ (hoogtepunt)
- 2023: € 37 per GJ (na prijsplafond)
- 2024: € 46,69 per GJ
- 2025: € 43,79 per GJ
- 2026: € 40,97 per GJ
Deze daling is het gevolg van de stabilisatie van de aardgasprijs en het feit dat stadsverwarming steeds vaker op duurzame bronnen wordt gebaseerd, zoals restwarmte uit industriële processen. Het tarief blijft echter sterk afhankelijk van de prijs van aardgas, aangezien de stadsverwarmingstarieven gereguleerd worden op basis van de aardgasprijzen.
Vaste kosten van stadsverwarming
Naast de variabele kosten per gigajoule zijn er ook vaste kosten die huishoudens jaarlijks moeten betalen. Deze kosten zijn onafhankelijk van het verbruik en omvatten bijvoorbeeld:
- Huur van de afleverset: € 144,11 (alleen verwarmen) tot € 3.325,83 per jaar (voor verwarming en warm water).
- Vastrecht voor warmte: Deze kosten varieren afhankelijk van de leverancier, maar liggen rond de € 500 per jaar.
- Meettarief: € 32,80 in 2025.
- Beheer en onderhoud van het warmtenet: Deze kosten zijn meestal onderdeel van het vastrecht.
Voor huishoudens die zijn aangesloten op een warmtenet, zijn deze vaste kosten een belangrijk onderdeel van het totale jaarbedrag. In 2025 bedragen deze kosten gemiddeld ongeveer € 500 per jaar, terwijl in 2026 een geringe verandering is gemeld.
Invloed op huishoudens: voorbeelden
Om het effect van de veranderingen in de tarieven te illustreren, zijn hier twee voorbeelden van huishoudens met verschillende verbruiksniveaus:
Voorbeeld 1: Gemiddeld huishouden
- Verbruik: 35 GJ verwarming + 6,6 GJ warm water = 41,6 GJ
- Tarief in 2025: € 43,79/GJ
- Verbruikskosten in 2025: 41,6 × € 43,79 = € 1.823,92
- Vaste kosten: € 500
Totaal in 2025: € 2.323,92
Tarief in 2026: € 40,97/GJ
- Verbruikskosten in 2026: 41,6 × € 40,97 = € 1.703,23
- Vaste kosten: € 500
- Totaal in 2026: € 2.203,23
Voorbeeld 2: Huishouden met lager verbruik
- Verbruik: 25 GJ verwarming + 5 GJ warm water = 30 GJ
- Tarief in 2025: € 43,79/GJ
- Verbruikskosten in 2025: 30 × € 43,79 = € 1.313,70
- Vaste kosten: € 500
Totaal in 2025: € 1.813,70
Tarief in 2026: € 40,97/GJ
- Verbruikskosten in 2026: 30 × € 40,97 = € 1.229,10
- Vaste kosten: € 500
- Totaal in 2026: € 1.729,10
Conclusie
Stadsverwarming blijft een belangrijk onderdeel van het duurzame energiebeleid in Nederland. De kosten zijn in 2025 en 2026 gedaald ten opzichte van de piek in 2022, wat een positief signaal is voor huishoudens die stadsverwarming gebruiken. De verbruikskosten zijn gereguleerd en liggen binnen de grenzen van wat een huishouden zou betalen bij gebruik van aardgas en een cv-ketel. Dit wordt mogelijk gemaakt door het "Niet Meer Dan Anders"-principe.
Daarnaast zijn de vaste kosten voor huishoudens in 2025 en 2026 vrij stabiel gebleven, wat betekent dat huishoudens jaarlijks kunnen rekenen op een voorspelbare kostenstructuur. Voor bouw- en renovatieprofessionals is het belangrijk om deze kosten in overweging te nemen bij het plannen van een woning in een gebied met een warmtenet. Stadsverwarming biedt niet alleen duurzaamheid, maar ook stabiliteit in energiekosten, zeker in vergelijking met de schommelingen in de aardgasprijs.
Tot slot is het duidelijk dat de tarieven van stadsverwarming een belangrijke invloed hebben op het budget van huishoudens. Door het gebruik van het "Niet Meer Dan Anders"-principe en de daling van de energieprijzen, wordt stadsverwarming steeds aantrekkelijker als duurzame alternatief voor aardgas. Voor zowel huiseigenaren als bouwprofessionals is het dus belangrijk om deze ontwikkelingen nauwlettend te volgen en in te zetten bij planning en advies.