Bouwkosten en Financiering van de Amsterdam ArenA: Een Case Study in Publiek-Privé Samenwerking

De Amsterdam ArenA, tegenwoordig bekend als de Johan Cruijff Arena, is een van de meest iconische sporthallen van Nederland. In 1996 geopend, is het stadion niet alleen het thuisstadion van Ajax Amsterdam, maar ook een centrale locatie voor concerten, evenementen en internationale voetbalwedstrijden. De constructie van dit complex was echter geen eenvoudig project, zowel qua bouwtechniek als qua financiering. Deze artikel biedt een gedetailleerde inzicht in de bouwkosten, de financieringsstructuur en de rol van publiek-private samenwerking in de ontwikkeling van het stadion. De focus ligt op hoe het project is geëxecuteerd en wie er betrokken waren in de financiering, met nadruk op de rol van de gemeente Amsterdam, private partijen en institutionele partners.

Inleiding

De bouwkosten van de Amsterdam ArenA zijn een veelbesproken onderwerp, met verschillende cijfers in omloop afhankelijk van welke kosten worden meegenomen. De kern van de discussie draait vaak om of het een puur commercieel project was, of dat er indirecte overheidsbijdragen zijn geweest. In de onderliggende bronnen worden meerdere cijfers genoemd – van € 96 miljoen tot € 177 miljoen – afhankelijk van of extra kosten als grondverkoop, fundering en bouwgerelateerde infrastructuur zijn meegenomen. Bovendien is de financiering van het project grotendeels niet uit eigen middelen van Ajax, maar grotendeels via een consortium van publieke en private partijen.

Deze analyse richt zich op drie belangrijke aspecten: 1. De kale bouwkosten en extra kosten. 2. De financieringsstructuur, met een nadruk op de rol van de gemeente Amsterdam. 3. De betrokkenheid van private partijen, inclusief hun aandelen, leningen en eventuele verkapte subsidies.

Bij het schrijven van deze artikel is streng gevolgd wat in de bronnen staat. Als een bepaald bedrag of detail niet expliciet vermeld is in de bronnen, is het niet opgenomen. Ook zijn mogelijke tegenstrijdigheden tussen de bronnen aangegeven, zodat de lezer een objectieve beoordeling kan vormen.

De Bouwkosten van de Amsterdam ArenA

Kale Bouwkosten: € 127 miljoen

Volgens meerdere bronnen is de totale kale bouwkosten van de Amsterdam ArenA € 127 miljoen. Dit bedrag is meerdere keren genoemd in de contextdocumenten en lijkt het meest accuraat om als basis te nemen. Dit bedrag omvat de directe constructie en inrichting van het stadion. Het stadion was op dat moment het grootste en meest geavanceerde in Nederland, met een capaciteit van 53.052 toeschouwers, waarvan 51.682 zitplaatsen.

De bouw begon in 1993 en werd in 1996 voltooid. Het ontwerp en de constructie zijn uitgevoerd door een consortium van bouwbedrijven, waaronder BAM en Royal BAM Group. De technische uitdagingen waren aanzienlijk, gelet op de locatie, de benodigde infrastructuur en de integratie in de stadsplanning van Amsterdam.

Extra Bouwgerelateerde Kosten: € 50,4 miljoen

Naast de kale bouwkosten zijn er ook extra kosten opgelopen die niet binnen de oorspronkelijke budgetten van de Amsterdam ArenA NV zijn opgenomen. Deze kosten zijn grotendeels gerelateerd aan de grond, fundering en aanvullende infrastructuur. Deze extra kosten bedragen ongeveer € 50,4 miljoen. De meeste van deze kosten zijn indirecte kosten die verband houden met de voorbereiding van de grond en het aanleggen van de fundering.

Een belangrijk voorbeeld is het zogenaamde "transferium", een parkeergarage onder het stadion. Hoewel dit een logistieke oplossing was voor het parkeren van toeschouwers, werd het ook gebruikt als fundering voor het stadion. Dit maakte de bouwkosten van het transferium aanzienlijk hoger dan normaal, wat leidde tot extra kosten. Ook de aankoop van de grond door de Amsterdam ArenA NV was vermoedelijk onder de marktwaarde gebeurd, wat ook wordt genoemd als verkapte steun.

De totale bouwkosten, inclusief deze extra posten, komen dus op € 177 miljoen.

De Financiering van de Amsterdam ArenA

De financiering van het project is een complexe mix van publieke en private middelen. Omdat Ajax destijds geen eigen middelen had om het stadion zelf te bouwen, is het project gefinancierd door een consortium van diverse partijen. De Amsterdam ArenA NV, een aparte juridische entiteit, werd opgericht om het project te leiden. Deze NV had een aandelenkapitaal van € 70,4 miljoen.

Aandelenkapitaal en Leningen

Het aandelenkapitaal van de Amsterdam ArenA NV is verdeeld onder verschillende partijen: - € 9,1 miljoen door Ajax (betaald door de gemeente Amsterdam). - € 31,8 miljoen door de gemeente Amsterdam. - € 29,5 miljoen door private partijen.

Daarnaast zijn er ook andere financieringsbronnen: - € 20,4 miljoen ingebracht door een aantal founders, zoals Philips, Grolsch, een bouwconsortium, Coca Cola, de Staatsloterij, ABN Amro, KPN en de RAI. - € 4,5 miljoen van het ministerie van WVC (sport). - € 31,8 miljoen in de vorm van een hypothecaire lening.

Deze financieringsstructuur toont aan dat het project niet alleen door de gemeente is gefinancierd, maar ook door een mix van publieke en private partijen. De betrokkenheid van de private partijen was echter niet puur commercieel, aangezien een aantal van hen ook in handen van overheidsinstellingen was. Zo was de RAI voor 57% in handen van de gemeente Amsterdam, en KPN voor 70% een staatsbedrijf.

Verkapte Steun en Onderhandse Aanvullingen

De financiering van de Amsterdam ArenA bevat ook elementen van verkapte steun. Een van de meest controversiële punten is de aankoop van de grond voor het stadion. De grond was grotendeels in bezit van de gemeente Amsterdam, en Ajax had een langjarige erfpachtverplichting. Door deze erfpacht af te kopen, betaalde Ajax € 9,1 miljoen aan de gemeente Amsterdam, wat in feite een soort opzegpremie was. Deze betaling was grotendeels van openbare middelen, wat vraagt om de vraag of dit ook een vorm van indirecte steun is.

Daarnaast betaalde de gemeente ook € 16 miljoen om de grond bouwrijp te maken. Deze kosten zijn buiten de oorspronkelijke budgetten van de Amsterdam ArenA NV gehouden en kunnen dus ook worden gezien als indirecte subsidie.

De Rol van Private Partijen

De betrokkenheid van private partijen in de financiering van de Amsterdam ArenA was niet alleen financieel, maar ook functioneel. Deze partijen kregen bepaalde reclamerechten en gebruiksrechten op ruimtes binnen het stadion. Het zogenaamde "founders"-consortium bracht samen € 20,4 miljoen in, en in ruil daarvoor kregen zij commerciële voordelen zoals reclameplaatsen en eventuele huurinkomsten uit bepaalde ruimtes.

Deze opzet maakt duidelijk dat de financiering van het stadion geen puur commerciële deal was. Het was een publiek-private samenwerking, waarbij de overheidsinstellingen een centrale rol speelden, maar waarbij ook private partijen economische voordelen kregen.

Analyse van de Financieringsstructuur

De financieringsstructuur van de Amsterdam ArenA toont een complexe mix van publieke en private middelen. Hieronder volgt een overzicht van de totale financiering, inclusief alle aandelen, leningen en verkapte subsidies:

Financieringsbron Bedrag (in euro) Opmerking
Aandelenkapitaal Amsterdam ArenA NV € 70,4 miljoen
- Ajax € 9,1 miljoen Betaald door gemeente Amsterdam
- Gemeente Amsterdam € 31,8 miljoen
- Private partijen € 29,5 miljoen
Founders (private partijen) € 20,4 miljoen
Ministerie van WVC € 4,5 miljoen
Hypothecaire lening € 31,8 miljoen
Totaal financiering € 127,1 miljoen

Naast deze financiering zijn er ook extra kosten van € 50,4 miljoen die verband houden met grondverkoop, fundering en logistiek. Deze kosten zijn vermoedelijk ook grotendeels verantwoord door de gemeente Amsterdam en andere overheidsinstellingen. Als deze kosten worden meegenomen, komt de totale financiering op € 177 miljoen.

Onderscheid tussen Marktconforme en Verkapte Subsidie

Een belangrijk punt in de financiering van het stadion is het onderscheid tussen marktconforme betalingen en verkapte subsidies. Een verkapte subsidie ontstaat als een bedrag wordt betaald dat hoger is dan wat op de markt normaal zou zijn. Bijvoorbeeld bij de aankoop van grond, waarbij de prijs onder de marktwaarde lag, kan dit ook worden gezien als verkapte steun.

Een dergelijke analyse is echter niet altijd eenvoudig, omdat marktprijzen en -verwachtingen van de tijd niet altijd beschikbaar zijn. In het geval van de Amsterdam ArenA is het echter duidelijk dat de grond onder marktwaarde is aangekocht en dat de gemeente ook financieel betrokken was bij de bouwgerelateerde kosten.

De Juridische Structuur en Eigendom

De Amsterdam ArenA is eigendom van een aparte NV, wat betekent dat Ajax zelf niet direct eigenaar is van het stadion. In plaats daarvan huurt Ajax het stadion voor de organisatie van haar wedstrijden. Deze juridische structuur is bedoeld om de financiële risico’s van het beheren en onderhouden van een stadion te spreiden. Het stadion is dus een aparte onderneming, die zowel commerciële activiteiten als sportieve evenementen organiseert.

De betaling van huur door Ajax voor het gebruik van het stadion is een normale praktijk in de sportwereld. Het zorgt ervoor dat de kosten van het beheren van het stadion niet direct op de schouders van de voetbalclub komen te liggen. Dit is een belangrijk aspect van het model, omdat het zorgt voor financiële stabiliteit en maakt het mogelijk om het stadion te gebruiken voor meerdere doeleinden.

Conclusie

De bouwkosten en financiering van de Amsterdam ArenA vormen een interessant geval van publiek-private samenwerking in de sportsector. De totale bouwkosten bedroegen € 127 miljoen, waarvan € 50,4 miljoen aan extra kosten zijn opgelopen. De financiering van het project was een mix van publieke en private middelen, met een centrale rol voor de gemeente Amsterdam en diverse overheidsinstellingen. Private partijen, zoals Philips, Grolsch en KPN, speelden ook een rol, maar hun betrokkenheid was vaak commercieel van aard en beperkt tot reclame en gebruiksrechten.

De juridische structuur van het project, waarbij een aparte NV is opgericht, zorgde voor een duidelijke scheiding tussen de voetbalclub en het stadion. Dit model is nu een standaard in de sportsector, waarbij clubs hun stadion niet direct eigen zijn, maar het huren voor evenementen. De financiering van het stadion bevat ook elementen van verkapte steun, zoals de aankoop van grond onder marktwaarde en extra bouwgerelateerde kosten door de gemeente.

De Amsterdam ArenA is dus niet alleen een technisch indrukwekkend project, maar ook een interessante studie in de financiering en organisatie van grote sportinfrastructuur. Het toont aan hoe publiek-private samenwerking in de praktijk werkt, en welke rol overheidsinstellingen en private partijen spelen in dergelijke projecten.

Bronnen

  1. Hoe duur is de ArenA?
  2. Ongerechtverdeelde staatssteun aan voetbalclubs: de bouwkosten van Ajax Amsterdam ArenA
  3. Amsterdam ArenA - Stadioninformatie
  4. Ajax en de Arena: Wat betaalt u nu eigenlijk mee?

Gerelateerde berichten