Bouwkosten van nieuwe kerncentrales in Nederland: een realistisch overzicht

De bouw van nieuwe kerncentrales is een van de meest complexe en kostbare ondernemingen in het bouw- en energiebeleid. In Nederland is het onderwerp van kernenergie opnieuw centraal gekomen als onderdeel van de transitie naar een CO₂-neutrale elektriciteitsproductie. De overheid heeft aangekondigd dat ze zich voorbereid op de bouw van twee, en mogelijk zelfs vier, nieuwe kerncentrales. Echter, zoals blijkt uit recente analyses en onderzoeken, zijn de bouwkosten van kerncentrales systematisch onderschat. Dit artikel biedt een grondige inzage in de huidige verwachtingen, historische trends en financiële realiteiten die de bouw van kerncentrales in Nederland bepalen.


De huidige verwachtingen van de overheid

In mei 2025 meldde klimaat- en energieminister Sophie Hermans dat de schatting voor de bouwkosten van twee nieuwe kerncentrales in Nederland zich op een bedrag van 20 tot 30 miljard euro zou bewegen. Deze schatting is gebaseerd op een onderzoek naar de haalbaarheid van de ontwerpen ingediend door mogelijke leveranciers van nucleaire technologie. Tegenwoordig zijn er twee bedrijven in de race: het Franse EDF en het Amerikaanse Westinghouse.

De overheid heeft momenteel 14,5 miljard euro gereserveerd uit het Klimaatfonds voor de bouw van vier nieuwe kerncentrales. Dit budget moet echter ook de levensduurverlenging van de bestaande kerncentrale in Borssele en de voorbereidingen voor de bouw van de nieuwe installaties financieren. Volgens minister Hermans is het aannemelijk dat dit bedrag niet voldoende is voor het totaal benodigde investering.


De realiteit van kerncentralebouwkosten: trends en voorbeelden

Onderzoeksbureau Profundo heeft recent een uitgebreid onderzoek gedaan naar de werkelijke bouwkosten van kerncentrales. Het onderzoek baseerde zich op zes van de meest recente kerncentrales wereldwijd die of al in bedrijf zijn of binnenkort zullen worden opgestart. De resultaten zijn zorgwekkend, maar ook instructief.

Gerealiseerde bouwkosten versus begrote kosten

De kerncentrales die werden onderzocht gebruikten allemaal Generation III+ Pressurized Water Reactors. De technologieën komen van bedrijven waar Nederland offertes van heeft aangevraagd, waaronder Westinghouse, EDF en het Zuid-Koreaanse KHNP. De gerealiseerde bouwkosten van deze centrales bleken systematisch veel hoger dan de oorspronkelijke schattingen. Hieronder zijn enkele voorbeelden:

Project Begrote kosten (mrd EUR) Gerealiseerde kosten (mrd EUR) Budgetoverschrijding (mrd EUR) Overschrijdingsfactor
Olkiluoto-3 3,2 11,0 7,8 3,4
Shin Hanul 1-2 4,0 6,4 2,5 1,6
Barakah 1-4 14,1 24,0 9,9 1,7
Vogtle 3-4 9,2 33,9 24,7 3,7
Flamanville 3 3,3 19,9* 16,6* 6,0*
Hinkley Point C 1-2 24,7 46,1* 21,4* 1,9*

*Geprojecteerde waarden

Deze data tonen duidelijk aan dat kerncentrales niet alleen duur zijn, maar ook dat hun kosten vaak drastisch overschreden worden. De gemiddelde budgetoverschrijdingsfactor ligt bij 3,1, wat betekent dat kerncentrales gemiddeld 3 maal zo veel kosten als oorspronkelijk gepland. De hoogste overschrijdingsfactor, 6,0, is geassocieerd met Flamanville 3 in Frankrijk.

Bouwlooptijd: een ander probleem

Niet alleen de kosten, ook de bouwlooptijden van kerncentrales zijn vaak veel langer dan gepland. De onderzochte projecten tonen een duidelijke trend:

Project Geplande looptijd (jaar) Gerealiseerde looptijd (jaar) Overschrijding (jaar) Overschrijdingsfactor
Olkiluoto-3 3,9 17,7 13,8 4,6
Shin Hanul 1-2 5,7 11,7 6,0 2,1
Barakah 1-4 5,9 12,1 6,2 2,0
Vogtle 3-4 8,5 14,9 6,3 1,7
Flamanville 3 5,1 17,1* 12,0* 3,4*
Hinkley Point C 1-2 6,6 12,1* 5,5* 1,8*

*Geprojecteerde waarden

De gemiddelde looptijd-escalatiefactor is 2,6, wat betekent dat kerncentrales gemiddeld 2,6 keer langer duren dan oorspronkelijk gepland. De hoogste factor, 4,6, is terug te voeren op Olkiluoto-3 in Finland.


Consequenties voor Nederland

Verwachtingen voor Borssele 2-3

Voor Borssele 2-3 is nog geen kostenraming beschikbaar, maar de overheid heeft wel een budget van 14,5 miljard euro gereserveerd. Hierin moet ook de verlenging van de levensduur van de bestaande kerncentrale in Borssele, de voorbereidingen van het project, en de investeringen in kleine kernreactoren (SMR’s) worden verwerkt.

De berekende verwachtingen voor Borssele 2-3 zijn als volgt:

  • Lage verwachting: Kosten van 18,7 miljard euro.
  • Gemiddelde verwachting: Kosten van 26,1 miljard euro met een budgetoverschrijdingsfactor van 1,4.
  • Hoge verwachting: Kosten van 41,0 miljard euro met een budgetoverschrijdingsfactor van 2,2.

Deze verwachtingen zijn in lijn met de trends die in andere landen zijn waargenomen. De Britse Sizewell-centrales, bijvoorbeeld, worden geschat op ongeveer 44 miljard euro, wat dicht ligt bij de hoge verwachting voor Borssele.

Rol van de overheid

De financiële betrokkenheid van de overheid speelt een belangrijke rol in de realisatie van kerncentrales. De overheid kan namelijk goedkoper geld lenen dan particuliere bedrijven, waardoor rentekosten worden verlaagd. Echter, zoals Profundo’s onderzoek aantoont, leidt zelfs een grotere overheidsbetrokkenheid niet per se tot lagere totale kosten. In de onderzochte gevallen bleven kerncentrales duur, ook bij intensieve overheidssteun.


Invloed op het energiebeleid en het energiesysteem

De vraag is natuurlijk: wat betekent deze hoge investeringskost voor het Nederlandse energiebeleid? Onderzoek van Energy.nl toont aan dat de integratie van kernenergie in het Nederlandse elektriciteitsstelsel een bepaalde invloed heeft op de totale systeemkosten.

Systeemkosten in 2050

Het onderzoek concludeert dat de jaarlijkse systeemkosten in 2050 slechts 0,01% tot 0,04% verschillen tussen scenario’s met en zonder kernenergie. Dit betekent dat de totale kosten vrijwel hetzelfde zijn, maar dat de kosten worden verplaatst binnen het systeem.

  • Kernenergie verhoogt investeringen in het elektriciteitsstelsel, maar verlaagt tegelijkertijd kosten elders, bijvoorbeeld in de gebouwde omgeving.
  • Een hogere industriële vraag kan leiden tot kostenbesparing wanneer zowel kerncentrales als wind op zee worden ingezet.
  • In scenario’s met lage vraag leidt kernenergie juist tot hogere systeemkosten. In zo’n geval kost het scenario met kernenergie 0,8 miljard euro per jaar extra, wat overeenkomt met 0,7% van de totale kosten.

Dit laat zien dat de financiële voordelen van kernenergie sterk afhankelijk zijn van de energievraag en de samenstelling van het energiemix. In scenario’s met hoge industriële vraag en hoge productiecapaciteit kan kernenergie kostenefficiënt zijn, maar in scenario’s met lage vraag kan het een last worden.


De klimaatdoelstellingen en de rol van kernenergie

Hoewel kernenergie als CO₂-vrije bron wordt beschouwd, is de vraag of het een bijdrage levert aan de klimaatdoelstellingen van Nederland. De verwachte startjaar van de eerste centrale (Borssele 2-3) ligt pas rond 2039 of 2045. Dit maakt duidelijk dat een bijdrage aan de doelstelling van CO₂-neutrale elektriciteitsproductie in 2035 niet haalbaar is.

Pas vanaf 2050 zou kernenergie op een significante manier bijdragen aan het bereiken van klimaatdoelen. Dit betekent dat de overheid zich moet richten op andere, sneller toepasbare en kostenefficiëntere energiebronnen, zoals zonne- en windenergie, terwijl kernenergie een rol speelt op de lange termijn.


Kritisch overzicht: waar liggen de risico’s?

Onvoorspelbaarheid van kosten en looptijden

De data uit Profundo’s onderzoek tonen duidelijk dat kerncentrales niet alleen duur zijn, maar ook onvoorspelbaar. De combinatie van budgetoverschrijdingen en vertragingen maakt het voor zowel overheid als particuliere partijen moeilijk om een realistisch financieel model op te zetten.

Financieringsmodellen en risico’s

Hoewel de overheid betrokken is bij de financiering, is het niet mogelijk om alle risico’s volledig te verlagen. In de onderzochte gevallen is er altijd een mix van overheids- en particuliere financiering nodig, maar de hoge kosten en lange looptijden blijven bestaan. De vraag is dus of het Nederlandse klimaatfonds deze risico’s kan opvangen zonder het overige energiebeleid te compromitteren.

Juridische en logistieke kwesties

De TPR adviseert om de technologiekeuze in te richten als een competitieve en flexibele procedure. Dit betekent dat verschillende ontwerpen onderzocht moeten worden voordat een definitieve keuze wordt gemaakt. Ook moet de locatiekeuze parallel verlopen met de technologiekeuze om efficiëntie te bewaren.

Bij de voorkeurslocatie Borssele zijn aanpassingen nodig aan de infrastructuur, zoals het verleggen van de dijk en het aanleggen van tijdelijk extra landoppervlak. Dit onderstreept de complexiteit van de bouwprojecten en de noodzaak van grondige voorbereiding.


Conclusie

De bouwkosten van nieuwe kerncentrales in Nederland blijken systematisch te worden onderschat. Hoewel de overheid een budget heeft gereserveerd, is het aannemelijk dat dit bedrag niet voldoende is om twee, laat staan vier, kerncentrales te realiseren. De verwachtingen voor Borssele 2-3 tonen aan dat de kosten gemiddeld 26 tot 41 miljard euro zullen zijn, afhankelijk van het scenario.

De integratie van kernenergie in het Nederlandse energiesysteem heeft een beperkte invloed op de totale systeemkosten, maar brengt wel significante investeringen met zich mee. De vraag is dus of het beleidskader deze investeringen haalbaar en verantwoord vindt.

Ten slotte is het duidelijk dat kerncentrales niet op tijd beschikbaar zullen zijn om de klimaatdoelstellingen van 2035 te ondersteunen. Ze zullen pas vanaf 2050 een aanzienlijke bijdrage leveren. Voor de komende decennia moeten alternatieve energiebronnen, zoals wind en zon, centraal staan in het energiebeleid van Nederland.


Bronnen

  1. Kerncentrales in Nederland: nieuwe prijsraming
  2. De financiering van kerncentrales
  3. De toekomst van kernenergie in Nederland – deel 4
  4. Impact nieuwe kerncentrales op kosten energiesysteem

Gerelateerde berichten