Bouwkosten en maatschappelijke impact van kolencentrales

De bouw van nieuwe kolencentrales is een onderwerp dat de aandacht trekt vanwege zowel de hoge kosten als de bredere maatschappelijke en milieuimpact. In Nederland en internationaal wordt men zich bewust van de gevolgen van steenkoolgebruik, niet alleen qua klimaatverandering, maar ook qua gezondheids- en milieuaspecten. In dit artikel wordt ingegaan op de bouwkosten van kolencentrales, de bijbehorende maatschappelijke kosten, en het vergelijkend perspectief met andere energiebronnen. Het doel is om een overzicht te geven van de feiten, gebaseerd op recente analyses en onderzoeken.

Bouwkosten van kolencentrales

De bouwkosten van kolencentrales variëren afhankelijk van de technologie, locatie, en de mate van regelgeving waaraan moet worden voldaan. In Nederland is het geplande bouwproject van vijf nieuwe kolencentrales een gevoelig onderwerp. Volgens het onderzoek van CE Delft, uitgevoerd op verzoek van Greenpeace, is het maatschappelijke kostenprofiel van kolencentrales aanzienlijk hoger dan dat van duurzame alternatieven.

In het specifieke geval van Nederland is de kostencalculatie gebaseerd op een vermogen van 1.000 MW per centrale en een verwachte levensduur van 40 jaar. Voor kolencentrales met kolenvergassingstechnologie (zoals de Nuon Magnum centrale) bedragen de maatschappelijke kosten jaarlijks tussen 129 en 134 miljoen euro. Kolencentrales die gebruikmaken van poederkooltechnologie (zoals van RWE, E.ON, Electrabel en Essent) hebben jaarlijkse maatschappelijke kosten van 121 tot 127 miljoen euro.

Deze cijfers zijn opgebouwd uit meerdere factoren, waaronder de uitstoot van CO2, NOx, SO2 en fijnstof. Deze emissies hebben gevolgen voor zowel het klimaat als de gezondheid. De kosten van deze schade worden echter niet doorgerekend aan de producenten, wat leidt tot een ongelijke concurrentiepositie ten opzichte van schone energiebronnen.

Maatschappelijke kosten en externe effecten

De maatschappelijke kosten van kolencentrales zijn niet alleen gerelateerd aan directe bouw- of exploitatiekosten, maar ook aan indirecte schade die op de maatschappij valt. Het onderzoek van CE Delft benadrukt het belang van het doorberekken van deze externe kosten. Momenteel zijn de stroomproducenten niet verantwoordelijk voor de schade die hun activiteiten veroorzaken, zoals verhoogde gezondheidszorgkosten door luchtvervuiling of klimaatverandering.

Als de externe kosten wel in rekening zouden worden gebracht, zou schone energie – zoals energie uit biomassa – financieel veel aantrekkelijker worden. In het CE Delft-onderzoek is duidelijk dat schone energiebronnen, zoals biomassa, jaarlijkse maatschappelijke kosten hebben van slechts 35 tot 36 miljoen euro per 1.000 MW. Dit is aanzienlijk lager dan de kosten van kolencentrales.

Een mogelijke oplossing die wordt voorgesteld in het onderzoek is het invoeren van een externe kostenheffing, vergelijkbaar met de congestieheffing in Londen. Dit zou ervoor zorgen dat producenten van vervuilende energiebronnen verantwoordelijk worden gesteld voor de schade die hun activiteiten veroorzaken. Hiermee zou ook ruimte ontstaan voor investeringen in duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie, die op de lange termijn efficiënter en minder schadelijk zijn.

Internationale context en groei van kolenenergie

Hoewel Nederland streeft naar een duurzamere energievoorziening, is de groei van kolenenergie wereldwijd op zijn hoogtepunt. In China, bijvoorbeeld, is kolenenergie een centrale bron van elektriciteit. Momenteel zijn er 3.146 kolencentrales actief in China, die samen 55 procent van de energieproductie leveren. De overige energie komt voornamelijk uit olie, gas en hernieuwbare bronnen, die voor ongeveer een kwart van de energievoorziening zorgen.

China is momenteel in de procesfase van het bouwen van 674 nieuwe kolencentrales. Van deze 674 centrales zijn er 244 in aanbouw, 118 hebben alle bouwvergunningen, maar zijn nog niet begonnen met de werken, 234 zijn aan het verkrijgen van vergunningen, en 78 zijn nog niet verder gekomen dan de aankondiging. Als deze kolencentrales volledig in gebruik worden genomen, zullen ze jaarlijks ongeveer 1.596 megaton CO2 uitstoten, wat gelijk is aan tien keer de totale CO2-uitstoot van Nederland in 2022.

Deze groei van kolenenergie in China en andere Aziatische landen, zoals India, Indonesië, Bangladesh en Vietnam, leidt tot groeiende zorgen in het kader van internationale klimaatdoelen. Ondanks toezeggingen om de bouw van nieuwe kolencentrales te beheersen, gaat het aantal kolencentrales in Azië alleen maar stijgen. In totaal zijn er 955 nieuwe kolencentrales gepland of in aanbouw in Azië. Dit maakt duidelijk dat de energietransitie wereldwijd nog lang niet voltooid is.

Vergelijking met kernenergie

Hoewel kolencentrales en kerncentrales beide fossiele of niet-hernieuwbare energiebronnen zijn, verschillen ze aanzienlijk qua bouwkosten en maatschappelijke impact. In Nederland wordt overwogen om twee nieuwe kerncentrales te bouwen, wat op schattingen ongeveer 5 miljard euro per centrale zou kosten. De bouw van kerncentrales is een langdurig proces, met een verwachte bouwtijd van ongeveer acht jaar. Daarnaast is er behoefte aan wijzigingen in de huidige kernenergiewet, die momenteel voorziet dat de bestaande centrale in Borssele in 2033 gesloten wordt.

De voordelen van kernenergie liggen in de constante elektriciteitsproductie, ongeacht het weer of de tijd van de dag. Dit maakt kernenergie een interessante optie om aanvullend te werken op wind- en zonne-energie. De maatschappelijke kosten van kerncentrales zijn echter aanzienlijk hoger, met schattingen op ongeveer 360 miljoen euro per jaar in de vorm van opslag van nucleair afval en risico’s bij ongevallen.

De rol van duurzame energie

De analyses en onderzoeken tonen duidelijk aan dat schone energiebronnen, zoals wind- en zonne-energie, op de lange termijn financieel en maatschappelijk aantrekkelijker zijn. De maatschappelijke kosten van schone energie zijn aanzienlijk lager dan die van kolencentrales. Dit maakt duidelijk dat het beleid in Nederland – zoals uitgezet in het regeerakkoord – om de schoonste energievoorziening van Europa te worden, een logische keuze is.

Kolencentrales voldoen niet aan deze visie en zouden juist leiden tot een toename van CO2-uitstoot in de energiesector. De vijf geplande kolencentrales in Nederland zouden voor 60 procent meer CO2-uitstoot veroorzaken dan de huidige situatie. Daarbij is CO2-afvang en het gebruik van biomassa bij deze centrales slechts beperkt mogelijk. Dit benadrukt het belang van een duidelijke transitie naar schone energiebronnen.

Conclusie

De bouwkosten en maatschappelijke impact van kolencentrales zijn onderwerpen die niet alleen van betekenis zijn voor beleidsmakers en energieproducenten, maar ook voor de brede maatschappij. De hoge maatschappelijke kosten, veroorzaakt door emissies en gezondheidsrisico’s, maken duidelijk dat kolencentrales op de lange termijn minder aantrekkelijk zijn dan schone alternatieven. De groei van kolenenergie in landen zoals China benadrukt de wereldwijde uitdagingen bij de energietransitie, terwijl het onderzoek van CE Delft en het standpunt van Greenpeace duidelijk maken dat Nederland de keuze heeft om te investeren in duurzame en schone energie.

De keuze voor schone energie is niet alleen goed voor het klimaat en de gezondheid, maar ook voor de economie. Door externe kosten in rekening te brengen en investeringen te richten op duurzame technologieën, kan Nederland een pionier worden in de overgang naar een duurzamere toekomst.

Bronnen

  1. Greenpeace: Nieuwe kolencentrales kosten samenleving 26 miljard
  2. Een Vandaag: Hoe lang duurt het bouwen van een kerncentrale en wat kost het?
  3. Energievergelijk: China bouwt er 674 kolencentrales bij, goed voor 10x de Nederlandse uitstoot

Gerelateerde berichten