Van Planschade naar Nadeelcompensatie: De Juridische Verschuiving in de Omgevingswet

De overgang van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) naar de Omgevingswet markeert een fundamentele verandering in de manier waarop schade wordt vastgesteld en gecompenseerd. Waar vroeger sprake was van 'planschade' als gevolg van een wijziging in het bestemmingsplan, introduceert de Omgevingswet het begrip 'nadeelcompensatie'. Deze verschuiving is niet louter een terminologische verandering, maar vertegenwoordigt een wijziging in het moment waarop schade ontstaat en hoe deze wordt berekend. De kern van deze verandering ligt in de relatie tussen het ruimtelijke plan en de daadwerkelijke uitvoering van activiteiten. Onder de oude wetgeving was het planologisch besluit, zoals het bestemmingsplan, het schadeveroorzakende besluit. Onder de nieuwe wet is het echter vaak de omgevingsvergunning of het feitelijk beginnen met de activiteit die de aanspraak op vergoeding in gang zet. Deze transformatie heeft ingrijpende gevolgen voor eigendomsrechten, de vaststelling van schade en het tijdstip waarop een verzoek kan worden ingediend.

De regeling voor nadeelcompensatie is een aanvulling op de regels in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De wet treedt in werking tegelijk met de Omgevingswet. Een cruciaal verschil met de oude regeling is dat het schadeveroorzakende besluit verschuift. Onder de Wro gold dat een verzoek tot planschade kon worden ingediend zodra het schadeveroorzakende besluit onherroepelijk was, wat doorgaans het vastgestelde bestemmingsplan betrof. De nieuwe wet maakt de vergunning zelf, en niet het plan, tot het schadeveroorzakende besluit. Dit betekent dat de theorie van schade wordt vervangen door de werkelijkheid van de uitvoering. Als er een activiteit is die rechtstreeks toegestaan is in het omgevingsplan, of waarvoor een binnenplanse omgevingsvergunning nodig is, is het verleend besluit het moment van schade. Voor activiteiten die geen vergunning vereisen, is het moment van het geven van informatie of het starten van de activiteit bepalend.

Het Schadeveroorzakende Besluit: Een Fundamentele Verschuiving

Een van de meest ingrijpende veranderingen in de overgang van de Wro naar de Omgevingswet betreft de definitie van het 'schadeveroorzakende besluit'. In het verleden, onder de Wro, was het bestemmingsplan het centrale punt van aanspraak. Zodra dit plan vastgesteld was en onherroepelijk werd, ontstond het recht op vergoeding. De schade werd beoordeeld op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit. De feitelijke situatie op dat moment was vaak nog niet ingetreden; het ging puur om de planologische mogelijkheden die in het plan waren vastgelegd.

Onder de Omgevingswet verandert dit paradigma volledig. De schade ontstaat niet meer op het moment dat het plan vastgesteld wordt, maar op het moment dat een activiteit daadwerkelijk vorm krijgt. Dit betekent dat theoretische schade, die zich mogelijk helemaal niet voordoet, niet langer voor vergoeding in aanmerking komt. De wet onderscheidt duidelijk tussen verschillende soorten besluiten die schade kunnen veroorzaken. Artikel 15.1 van de Omgevingswet somt deze besluiten op. Belangrijke aanvullende schadeveroorzakende besluiten zijn:

  • Maatwerkvoorschrift
  • Toestemming om een gelijkwaardige maatregel te treffen
  • Binnenplanse omgevingsvergunning
  • Activiteiten die rechtstreeks toegestaan zijn in het omgevingsplan
  • Regels uit de waterschapsverordening, zoals een peilbesluit

Deze lijst toont dat het scala aan besluiten die schade kunnen veroorzaken is uitgebreid. Niet alleen het plan, maar ook specifieke vergunningen en regels kunnen leiden tot nadeelcompensatie. Een belangrijk punt is dat als voor een activiteit een omgevingsvergunning nodig is, deze vergunning het schadeveroorzakende besluit is, en niet het omgevingsplan zelf. Dit geldt ook voor een omgevingsvergunning in de omgevingsverordening en de waterschapsverordening. Artikel 15.1, tweede lid van de Omgevingswet regelt dit expliciet. Is er dus een omgevingsvergunning vereist, dan is deze vergunning het schadeveroorzakende besluit en niet de verordening.

Deze verschuiving heeft grote gevolgen voor de praktijk. Stel dat een eigenaar een perceel bezit waar een bepaald gebruik mogelijk was. In een nieuw omgevingsplan wordt dat gebruik onder een vergunningplicht gebracht. De eigenaar komt pas voor nadeelcompensatie in aanmerking zodra de omgevingsvergunning voor dat gebruik daadwerkelijk wordt geweigerd of verleend, afhankelijk van de situatie. Het plan zelf veroorzaakt nog geen recht op vergoeding. De gedachte hierachter is dat schade pas relevant is wanneer een activiteit daadwerkelijk wordt uitgevoerd of wanneer een vergunning wordt verleend die de waarde van het eigendom beïnvloedt.

Het Tijdstip van Schadevaststelling en Waardevergelijking

Een ander cruciaal aspect van de overgang is het tijdstip waarop de schade wordt vastgesteld. Onder de Wro werd de schade beoordeeld op het moment van inwerkingtreding van het schadeveroorzakende besluit. Dit was vaak het moment waarop het bestemmingsplan onherroepelijk werd. De hoogte van de indirecte schade wordt bepaald door een waardevergelijking van de onroerende zaak. Het verschil in planologische mogelijkheden bepaalde de hoogte van de schade, onafhankelijk van de feitelijke situatie.

Onder de Omgevingswet wordt het tijdstip van de waardevergelijking bepaald door het type activiteit. De waarde wordt vergeleken direct voor en direct na het tijdstip dat:

  • Het bevoegd gezag het besluit tot verlenen of wijzigen van het schadeveroorzakende besluit heeft meegedeeld.
  • Het bevoegd gezag informatie over de activiteit heeft gegeven (bij meldings- of informatieplicht).
  • Er is gestart met de activiteit (bij vergunningvrije activiteiten).

Deze drie scenario's illustreren de diversiteit in het schademoment. Als een activiteit vergunningplichtig is, is de datum van inwerkingtreding van de omgevingsvergunning bepalend. Als er geen vergunning vereist is, geldt het moment dat er informatie is verstrekt en het bevoegd gezag hier kennis van heeft gegeven. Bij vergunningvrije activiteiten is het moment waarop men is begonnen met de activiteit het schademoment.

Dit betekent dat de aanspraak op een vergoeding van de schade in veel gevallen verschuift van het moment van planvaststelling naar het moment dat een ontwikkeling daadwerkelijk vorm krijgt. Een voorbeeld hiervan is een situatie waarin in een omgevingsplan een flatgebouw van 35 meter hoog naast een woning mogelijk wordt gemaakt. Het is zeer waarschijnlijk dat de eigenaar op het moment van de verlening van de omgevingsvergunning, of als er gestart wordt met de bouw, schade lijdt in de vorm van een waardevermindering van de woning.

Overgangsrecht en de Splitsing tussen Planschade en Nadeelcompensatie

De overgang van de oude wet naar de nieuwe wet vereist een duidelijk onderscheid tussen 'planschade' en 'nadeelcompensatie'. Dit onderscheid is essentieel voor het bepalen van welke regeling van toepassing is. Voor schadeveroorzakende besluiten of handelingen voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt overgangsrecht. Dit betekent dat als het besluit is genomen vóór de inwerkingtreding, de oude regels van de Wro gelden.

Concreet betekent dit: - Planschade: Dit geldt voor schade door verandering van een bestemmingsplan of een omgevingsvergunning onder de oude wetgeving. Dit gaat over veranderingen in plannen vóór 2024, of plannen waarvan de voorbereiding vóór 2024 is gestart. - Nadeelcompensatie: Dit geldt voor schade door een omgevingsplan of een omgevingsvergunning onder de nieuwe Omgevingswet (vanaf 1 januari 2024).

De gemeente Capelle aan den IJssel verduidelijkt dit als volgt: heeft u schade doordat de gemeente een bestemmingsplan verandert, dan heeft u planschade. Dit geldt voor veranderingen in plannen vóór 2024 of plannen waarvan de voorbereiding voor 2024 is gestart. Deze gevallen worden behandeld volgens de Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade. Vanaf 2024 geldt de Omgevingswet, waarbij de regeling nadeelcompensatie van toepassing is.

Het is belangrijk om te beseffen dat de overheid besluiten neemt die goed zijn voor de stad, maar soms nadelig zijn voor individuele burgers of bedrijven. Daalt uw pand in waarde door een (bouw)project of een besluit van de overheid, of loopt u omzet mis? Dan kunt u binnen 5 jaar een (gedeeltelijke) schadevergoeding vragen. Dit geldt zowel voor planschade als voor nadeelcompensatie.

Vergelijking: Planschade versus Nadeelcompensatie

Om de verschillen tussen de oude en de nieuwe regeling helder te maken, is een overzicht van de kernverschillen essentieel. De volgende tabel vat de belangrijkste verschillen samen op basis van de beschikbare feiten.

Kenmerk Planschade (Wro) Nadeelcompensatie (Omgevingswet)
Schadeveroorzakend besluit Bestemmingsplan Omgevingsvergunning, maatwerkvoorschrift, of feitelijk begin van activiteit
Moment van schadevaststelling Bij inwerkingtreding van het plan (onherroepelijk) Bij verlening van vergunning, melding of start van activiteit
Basis van schadeberekening Verschil in planologische mogelijkheden Waardevergelijking direct voor en na het schademoment
Toepassingsgebied Veranderingen in plannen vóór 2024 Omgevingsplan en vergunningen vanaf 2024
Theoretische vs. Feitelijke schade Theorie (planologische mogelijkheden) Feitelijke situatie (uitvoering of vergunning)
Aanvraagperiode Binnen 5 jaar Binnen 5 jaar
Voorwaarde voor recht Onherroepelijkheid van plan Verlening vergunning of start activiteit

Deze tabel illustreert dat de kern van de verandering ligt in de verschuiving van het schademoment. Onder de Wro kon schade al ontstaan door het bestaan van een plan, terwijl onder de Omgevingswet de schade pas ontstaat als de activiteit daadwerkelijk vorm krijgt of als een vergunning wordt verleend. Dit betekent dat theoretische schade die zich mogelijk helemaal niet voordoet, niet langer voor vergoeding in aanmerking komt.

Praktische Toepassing en Voorbeelden

De toepassing van de nieuwe regeling vereist een goed begrip van hoe de schade wordt vastgesteld in verschillende scenario's. Een concreet voorbeeld helpt bij het verduidelijken van de mechanismen. Stel dat in een omgevingsplan een flatgebouw van 35 meter hoog naast een bestaande woning mogelijk wordt gemaakt. Onder de oude wet zou de eigenaar al recht hebben op vergoeding zodra het plan vastgesteld was. Onder de nieuwe wet is de schade echter pas vast te stellen op het moment dat de omgevingsvergunning voor dat gebouw wordt verleend.

Als er meerdere vergunningvrije activiteiten mogelijk worden gemaakt in een omgevingsplan, geldt dat per activiteit om een schadevergoeding kan worden verzocht. Ditzelfde geldt als er meerdere omgevingsvergunningen zijn verleend voor het uitvoeren van activiteiten die met elkaar samenhangen. Elke afzonderlijke omgevingsvergunning kan een schadeveroorzakend besluit zijn. Per besluit dient te worden bezien of schade is veroorzaakt die voor nadeelcompensatie in aanmerking komt.

Het is ook mogelijk dat een gebruiksvorm die eerder nog bij recht was toegestaan, in het omgevingsplan onder een omgevingsvergunningplicht wordt gebracht. De eigenaar van het perceel komt dan pas voor nadeelcompensatie in aanmerking, zodra de omgevingsvergunning voor dat betreffende gebruik is geweigerd. Dit toont hoe de wet de aanspraak op vergoeding koppelt aan de feitelijke uitvoering van de activiteit, niet aan het bestaande plan.

Aanvragen van Schadevergoeding

Voor zowel nadeelcompensatie als planschade kan een verzoek worden ingediend binnen een termijn van 5 jaar. Het aanvragen gebeurt via een online formulier. Om een verzoek in te dienen, zijn de volgende documenten en stappen vereist:

  • Log in met DigiD of eHerkenning.
  • Als eigenaar: het eigendomsbewijs van het onroerend goed (woning of pand).
  • Als huurder: huurcontract.
  • Bewijzen van uw verlies aan inkomsten.
  • Andere documenten en foto's die uw verzoek ondersteunen.

Mogelijk heeft de gemeente meer informatie nodig, waarna u hierom wordt gevraagd. Het is belangrijk om te weten dat de schade moet het gevolg zijn van een planologische wijziging. Er is sprake van verandering in het bestemmingsplan of omgevingsplan. Op het moment dat u uw huis kocht, mocht u niet voorzien dat het plan zou veranderen. U heeft nog geen andere vorm van schadevergoeding ontvangen, bijvoorbeeld door onteigening. Om te bepalen of de schade veroorzaakt wordt door de wijziging, worden de oude en de nieuwe plannen met elkaar vergeleken.

De Rol van het Bevoegd Gezag en Meldingen

Een belangrijk aspect van de nieuwe wet is de rol van het bevoegd gezag bij het vaststellen van het schademoment. Als er geen omgevingsvergunning is vereist, is het moment dat er informatie over de te verrichten activiteit aan het bevoegd gezag is verstrekt en het bevoegd gezag hier kennis van heeft gegeven (meldings- of informatieplicht) bepalend. Dit betekent dat de overheid actief betrokken is bij het vaststellen van het moment waarop schade ontstaat.

Als er een melding wordt gedaan of informatie wordt verstrekt, is dit het moment waarop de schadevaststelling plaatsvindt. Dit is een cruciaal verschil met de oude wet, waarbij het plan zelf het centrum was. De nieuwe wet legt de nadruk op de feitelijke interactie tussen de burger en het bevoegd gezag.

Conclusie

De overgang van de Wro naar de Omgevingswet brengt een fundamentele verschuiving met zich mee in de manier waarop schade wordt vastgesteld en gecompenseerd. Waar de oude wet zich richtte op het plan als schadeveroorzakend besluit, legt de nieuwe wet de nadruk op de feitelijke uitvoering van activiteiten, de verlening van vergunningen en de interactie met het bevoegd gezag. Deze verandering zorgt ervoor dat theoretische schade niet langer leidt tot vergoeding, maar alleen schade die daadwerkelijk ontstaat door een activiteit die vorm krijgt.

De regeling voor nadeelcompensatie is een aanvulling op de Awb en treedt in werking samen met de Omgevingswet. Het is essentieel om het juiste tijdstip van het schademoment te bepalen: bij vergunningplichtige activiteiten is dit de verlening van de vergunning, bij meldingsplichtige activiteiten het moment van de melding, en bij vergunningvrije activiteiten het moment van de start van de activiteit. Voor besluiten die vóór 2024 zijn genomen, blijft de oude regeling van planschade van toepassing.

Deze wijzigingen vereisen een nauwkeurige analyse van het tijdstip en het type besluit. Eigenaren en bedrijven dienen zich bewust te zijn van de nieuwe regels om hun rechten op schadevergoeding effectief te kunnen uitoefenen. De focus verschuift van het plan naar de daadwerkelijke impact op de waarde van het onroerend goed.

Bronnen

  1. Nadeelcompensatie: wat is veranderd en overgangsrecht
  2. Nadeelcompensatie of planschade
  3. Nadeelcompensatie Omgevingswet: schademoment en schadevaststelling
  4. Van planschade naar nadeelcompensatie: de belangrijkste wijzigingen op een rij
  5. Planschade: heb ik recht op een vergoeding?

Gerelateerde berichten