De invoering van de Omgevingswet in Nederland heeft geleid tot een fundamentele herstructurering van de regelgeving rondom het bouwen. Een van de meest kritieke en vaak verwarrende aspecten van deze nieuwe wetgeving is het begrip "technische bouwactiviteit". In de Omgevingswet heeft de term "bouwactiviteit" twee duidelijke betekenissen die vaak door elkaar worden gehaald. Enerzijds verwijst het naar het daadwerkelijk bouwen van een bouwwerk, en anderzijds naar een specifieke procedurele activiteit waarvoor onder bepaalde omstandigheden een bouwtechnische omgevingsvergunning vereist is. Deze tweedeling is essentieel voor iedereen die plannen heeft voor het oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. Het is van cruciaal belang om te begrijpen dat de regelgeving voor de technische bouwactiviteit niet losstaat van de ruimtelijke aspecten, maar dat deze twee domeinen – de technische en de ruimtelijke – in de praktijk vaak gescheiden worden behandeld, een proces dat in de sector "de knip" wordt genoemd.
De kern van de technische bouwactiviteit ligt in het waarborgen van de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van het bouwwerk. Dit wordt gerealiseerd door middel van een strikt kader van beoordelingsregels. De wetgever heeft bewust gekozen voor een systeem waarin de gemeente een aannemelijkheidstoets uitvoert voor activiteiten die niet onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen. Deze aannemelijkheidstoets is ontstaan tijdens de totstandkoming van de Woningwet 2007 en heeft tot doel te benadrukken dat de gemeente bij vergunningverlening niet in staat is om een bouwplan aan alle bouwtechnische voorschriften te toetsen. Dit betekent dat de gemeente de aannemelijkheid toetst aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat de opvolger is van het oude Bouwbesluit 2012.
Het is essentieel om de drie mogelijke scenario's te onderscheiden die zich kunnen voordoen bij een technische bouwactiviteit. De eerste situatie is wanneer een bouwwerk vergunningvrij is voor de technische bouwactiviteit. In dit geval is geen omgevingsvergunning en geen Wkb-melding vereist. De tweede situatie betreft bouwwerken waarvoor wel een bouwtechnische vergunning nodig is. Hierbij toetst de gemeente of het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen zoals vastgelegd in het Bbl en eventuele maatwerkregels in het omgevingsplan. De derde situatie is wanneer er een Wkb-melding nodig is. Dit stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vervangt de vergunningsplicht voor bepaalde bouwwerken die onder dit stelsel vallen. In plaats van een vergunning dient er voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een bouwmelding te worden gedaan. Zonder deze melding mag de bouw niet aanvangen. In dit geval toetst een private kwaliteitsborger of het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. De kwaliteitsborger dient te verklaren dat het gerealiseerde bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften voldoet.
Deze scheiding van taken en verantwoordelijkheden is een fundamentele verschuiving in de Nederlandse bouwregelgeving. Waar vroeger de gemeente vaak alle aspecten controleerde, is er nu een duidelijke verdeling tussen de ruimtelijke toets (omgevingsplanactiviteit) en de technische toets (technische bouwactiviteit). De ruimtelijke activiteit gaat over of het bouwwerk past in de omgeving en voldoet aan de eisen van het omgevingsplan. De technische activiteit gaat over de naleving van de landelijke bouwregelgeving, zoals constructie-eisen, brandveiligheid en duurzaamheid.
De Tweedeling van de Bouwactiviteit en "De Knip"
Een van de meest significante veranderingen in de Omgevingswet is het scheiden van de ruimtelijke en technische aspecten van het bouwen. Dit proces wordt in de sector aangeduid als "de knip". Dit betekent dat voor de bouw van een bouwwerk op twee onderdelen een vergunning nodig is, waarbij deze onderdelen apart worden getoetst. De omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit kijkt specifiek naar de technische eisen van een bouwplan, zoals de constructieve veiligheid. De omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit toetst of het plan voldoet aan het omgevingsplan, dat de vervanging is van het oude bestemmingsplan.
Het is niet verplicht om deze twee vergunningen tegelijkertijd aan te vragen. Dit biedt flexibiliteit voor ontwikkelaars en bouwprofessionals. Zo kan het zijn dat een projectontwikkelaar eerst zekerheid wil hebben dat de gemeente bereid is van de bestemming af te wijken, voordat het bouwplan op detailniveau wordt uitgewerkt. In dat geval vraagt men eerst alleen de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit aan. Als de vergunningen wel tegelijkertijd worden aangevraagd, is het mogelijk dat maar één van de twee vergunningen wordt verleend of geweigerd. Deze scheiding zorgt ervoor dat de technische aspecten en de ruimtelijke aspecten onafhankelijk van elkaar kunnen worden beoordeeld, wat de procesefficiëntie kan verhogen.
De technische bouwactiviteit omvat het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. Dit is een brede definitie die diverse bouwwerkzaamheden dekt. Het is verboden om zonder de nodige omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten, als dit voor die specifieke activiteit is geregeld. De beoordelingsregels voor deze activiteit zijn vastgelegd in artikel 5.20 van de Omgevingswet. Dit artikel bepaalt dat een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit uitsluitend wordt verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels over bouwactiviteiten in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en de daarover gestelde maatwerkregels in het omgevingsplan.
De grondslag voor deze beoordelingsregels ligt in het waarborgen van de veiligheid, het beschermen van de gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Dit is de kern van de technische bouwactiviteit: het garanderen dat het bouwwerk veilig en bruikbaar is voor de gebruiker en de omgeving. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) verwijst naar NEN-(EN-)normen waaraan bouwwerken moeten voldoen. Deze normen zijn bindend, zoals volgt uit de City Crash-uitspraak van de Raad van State. Dit betekent dat de technische eisen niet optioneel zijn, maar verplichting vormen voor elke bouwer.
De Drie Scenaria voor Technische Bouwactiviteiten
Om de complexiteit van de regelgeving te doorgronden, is het noodzakelijk om de drie mogelijke scenario's voor een technische bouwactiviteit in detail te analyseren. Deze scenario's bepalen of er een vergunning nodig is, een melding, of dat het werk vergunningvrij is. De keuze tussen deze opties hangt af van het type bouwwerk, de omvang en de specifieke regels in het omgevingsplan.
De eerste situatie is wanneer een bouwwerk bouwtechnisch vergunningvrij is. In dit geval is er geen vergunning voor de technische bouwactiviteit en geen Wkb-melding nodig. Dit geldt voor bepaalde kleine bouwwerken of specifieke types van werken die niet onder de strengere regelgeving vallen. De grens tussen vergunningvrij en vergunningplichtig is vaak gebaseerd op de omvang van het bouwwerk, de complexiteit en de risico's.
De tweede situatie is wanneer een bouwtechnische vergunning nodig is. Als er een vergunning nodig is voor een technische bouwactiviteit, toetst de gemeente of het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. De stappen in dit proces zijn duidelijk gedefinieerd: men vraagt de vergunning(en) aan op het Omgevingsloket, de gemeente beoordeelt of het bouwwerk bouwtechnisch voldoet, men ontvangt het besluit van de gemeente, en pas daarna mag men gaan bouwen. Dit proces is essentieel voor bouwwerken die niet onder het stelsel van kwaliteitsborging vallen.
De derde situatie is wanneer een Wkb-melding nodig is. Als er een bouwtechnische melding nodig is, toetst een private kwaliteitsborger of het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. Dit stelsel is ingevoerd om de controle te decentraliseren en te versnellen. De kwaliteitsborger is een onafhankelijke partij die verantwoordelijk is voor de toetsing van de technische kwaliteit. Op de pagina over het doen van een Wkb-melding staat beschreven wat er precies moet worden gedaan. In het omgevingsloket heet de Wkb-melding een bouwtechnische melding.
De keuze tussen deze drie opties kan worden gemaakt door middel van de vergunningcheck op het Omgevingsloket. Dit digitale instrument helpt de aanvrager te bepalen welke situatie van toepassing is. Het is belangrijk om te benadrukken dat de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit los van elkaar kunnen worden aangevraagd. Dit betekent dat de gemeente niet in staat is een bouwplan aan alle bouwtechnische voorschriften te toetsen in één keer, vandaar de noodzaak voor de aannemelijkheidstoets.
De volgende tabel vat de drie scenario's samen en geeft een helder overzicht van de vereisten:
| Scenario | Vereiste Procedure | Toetsende Instantie | Doel van de Toets |
|---|---|---|---|
| A. Vergunningvrij | Geen | Geen | Geen actie nodig |
| B. Vergunning nodig | Omgevingsvergunning | Gemeente | Aannemelijkheidstoets (veiligheid, gezondheid) |
| C. Wkb-melding nodig | Bouwmelding | Kwaliteitsborger | Toetsing aan Bbl en normen |
De Rol van het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) vormt de hoeksteen van de technische regelgeving voor bouwwerken. Dit besluit vervangt het oude Bouwbesluit 2012 en bevat de specifieke regels waaraan bouwwerken moeten voldoen. In hoofdstuk 4 van het Bbl stelt het Rijk regels over de bouwkwaliteit. De gemeente kan alleen in aangegeven gevallen maatwerkregels opnemen in het omgevingsplan. Dit betekent dat de basisregels landelijk zijn vastgesteld, maar dat gemeenten de vrijheid hebben om aanvullende regels te stellen die specifiek zijn voor hun gebied.
De beoordelingsregels voor de omgevingsvergunningen zijn vastgelegd in hoofdstuk 8 van het Bbl. Artikel 8.3b Bbl specificeert de regels voor de (technische) bouwactiviteit. De omgevingsvergunning wordt, voor zover het om nieuwbouw gaat, alleen verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels van hoofdstuk 4 (nieuwbouw) en afdeling 7.1 (bouw- en sloopwerkzaamheden aan bouwwerken) van het Bbl. Daarnaast moeten eventuele maatwerkregels die op grond van artikel 4.7 Bbl in het omgevingsplan zijn gesteld, worden nageleefd.
Deze regelgeving zorgt voor een gestandaardiseerde aanpak van de bouwkwaliteit. Het Bbl verwijst naar NEN-(EN-)normen die bindend zijn. De City Crash-uitspraak van de Raad van State heeft bevestigd dat deze normen verplicht zijn. Dit betekent dat bouwers niet kunnen verwijzen naar algemene richtlijnen, maar moeten voldoen aan specifieke technische standaarden. De gemeente toetst de aannemelijkheid van het bouwplan aan deze regels.
Het is belangrijk om te begrijpen dat de gemeente bij de vergunningverlening niet in staat is om een bouwplan aan alle bouwtechnische voorschriften te toetsen. Dit is de reden voor de aannemelijkheidstoets. De wetgever wilde met deze toets benadrukken dat de gemeente zich beperkt tot het toetsen van de aannemelijkheid dat de regels worden nageleefd, zonder dat dit betekent dat de gemeente elk detail van het bouwplan controleert. Dit vermindert de administratieve lasten voor de gemeente en versnelt het proces.
De Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen (Wkb)
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een cruciaal onderdeel van de nieuwe regelgeving. Sinds de invoering van de Omgevingswet geldt deze wet als een alternatief voor de traditionele vergunningsprocedure bij bepaalde bouwwerken. Als een bouwwerk valt onder het stelsel van kwaliteitsborging, dan is geen omgevingsvergunning voor een (technische) bouwactiviteit vereist. In de plaats daarvan dient voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden een bouwmelding te worden gedaan. Zonder die bouwmelding mag de bouw niet aanvangen.
De Wkb-melding is een procedure waarbij een private kwaliteitsborger de verantwoordelijkheid overneemt voor de toetsing van de technische eisen. Deze kwaliteitsborger dient te verklaren dat het gerealiseerde bouwwerk aan de bouwtechnische voorschriften voldoet. Dit systeem verschilt fundamenteel van de traditionele vergunning, waarbij de gemeente de controle uitvoert. Bij de Wkb is de controle overgedragen naar een onafhankelijke, private partij.
De keuze tussen een vergunning en een Wkb-melding hangt af van het type bouwwerk en de specifieke regels van het omgevingsplan. Het is mogelijk dat een projectonderneemer eerst de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit aanvraagt, en pas later de Wkb-melding doet. Dit biedt flexibiliteit in het bouwproces. De Wkb-melding wordt in het omgevingsloket aangeduid als een "bouwtechnische melding".
Deze methode van kwaliteitsborging is ontworpen om de kwaliteit van bouwwerken te waarborgen door een onafhankelijke partij die de naleving van de normen controleert. Dit zorgt voor een hogere mate van objectiviteit en professionaliteit in de toetsing van de bouwkwaliteit. De Wkb is een belangrijk instrument om de veiligheid en duurzaamheid van bouwwerken te garanderen.
De Aannemelijkheidstoets en de Rol van de Gemeente
De aannemelijkheidstoets is een kernbegrip binnen de Omgevingswet. De gemeente toetst de omgevingsvergunning voor de (technische) bouwactiviteit aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Deze toets is ontstaan bij de totstandkoming van de Woningwet 2007. De wetgever wilde met de aannemelijkheidstoets benadrukken dat de gemeente bij vergunningverlening niet in staat is een bouwplan aan alle bouwtechnische voorschriften te toetsen. Dit betekent dat de gemeente niet elk detail van het bouwplan controleert, maar beoordeelt of het aannemelijk is dat het bouwwerk voldoet aan de regels.
Deze aanpak vermindert de lasten voor de gemeente en versnelt het proces. De gemeente kijkt naar de aannemelijkheid dat het bouwwerk voldoet aan de bouwtechnische eisen. Dit is een cruciaal onderscheid ten opzichte van de traditionele vergunning, waarbij de gemeente vaak elke afmeting en elk detail controleerde. De aannemelijkheidstoets focust op het einddoel: de veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid van het bouwwerk.
Het is belangrijk om te begrijpen dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de uitvoering van de bouw, maar wel voor de toetsing van de aannemelijkheid. Dit betekent dat de gemeente een beslissing neemt op basis van de aangevraagde informatie. Als de gemeente concludeert dat het aannemelijk is dat het bouwwerk voldoet aan de regels, wordt de vergunning verleend. Als dit niet het geval is, wordt de vergunning geweigerd.
Deze methode van toetsing zorgt voor een efficiënter proces waarbij de gemeente zich kan concentreren op de essentiële aspecten van de bouwkwaliteit. De aannemelijkheidstoets is een belangrijke stap in de modernisering van de bouwregelgeving in Nederland.
De Scheiding van Ruimtelijke en Technische Aspecten
De scheiding van de ruimtelijke en technische aspecten van het bouwen is een fundamentele verandering in de Omgevingswet. Deze scheiding wordt vaak aangeduid als "de knip". Dit betekent dat voor de bouw van een bouwwerk op twee onderdelen een vergunning nodig is en die onderdelen worden apart getoetst. Bij de omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit wordt naar de technische eisen van een bouwplan gekeken. Denk hierbij aan de constructie-eisen. Bij de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit wordt getoetst aan het omgevingsplan (de vervanging van het bestemmingsplan).
Het is niet verplicht om tegelijkertijd een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit en voor de omgevingsplanactiviteit aan te vragen. Dit betekent dat de omgevingsvergunningen dus ook los van elkaar kunnen worden verkregen. Mochten de omgevingsvergunningen wel tegelijkertijd worden aangevraagd, dan is het ook mogelijk dat maar één van de twee vergunningen wordt verleend of geweigerd. Deze scheiding zorgt ervoor dat de technische aspecten en de ruimtelijke aspecten onafhankelijk van elkaar kunnen worden beoordeeld, wat de procesefficiëntie kan verhogen.
Deze aanpak biedt flexibiliteit voor ontwikkelaars en bouwprofessionals. Zo kan het zijn dat een projectontwikkelaar eerst zekerheid wil hebben dat de gemeente bereid is van de bestemming af te wijken, voordat het bouwplan op detailniveau wordt uitgewerkt. In dat geval vraagt men eerst alleen de omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit aan. Dit voorkomt dat er tijd en geld wordt verspild aan het uitwerken van een bouwplan dat misschien wel wordt afgewezen vanwege ruimtelijke beperkingen.
Deze scheiding is essentieel voor het begrijpen van de technische bouwactiviteit. Het betekent dat de technische eisen en de ruimtelijke eisen apart worden beoordeeld, wat zorgt voor een duidelijker en transparanter proces. De gemeente toetst de technische eisen aan het Bbl en de maatwerkregels in het omgevingsplan. De ruimtelijke eisen worden getoetst aan het omgevingsplan.
Conclusie
De technische bouwactiviteit binnen de Omgevingswet vertegenwoordigt een complexe maar noodzakelijke evolutie in de Nederlandse bouwregelgeving. De kern ligt in de scheiding tussen de ruimtelijke en technische aspecten, een proces dat bekend staat als "de knip". Deze scheiding zorgt voor een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gemeente en de private sector. De drie mogelijke scenario's – vergunningvrij, vergunning nodig of Wkb-melding nodig – bieden een gestructureerd kader voor het bepalen van de vereiste procedure.
De aannemelijkheidstoets en het stelsel van kwaliteitsborging (Wkb) zijn fundamentele instrumenten om de kwaliteit van bouwwerken te waarborgen. De gemeente toetst de aannemelijkheid van het bouwplan aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), terwijl de Wkb de controle overdraagt aan een private kwaliteitsborger. Dit systeem zorgt voor een efficiënter proces waarbij de gemeente niet elk detail hoeft te controleren, maar zich kan richten op de essentie van de bouwkwaliteit.
Deze nieuwe regelgeving biedt flexibiliteit voor ontwikkelaars en bouwprofessionals. Het is mogelijk om de vergunningen los van elkaar aan te vragen, wat zorgt voor een meer gestructureerd en efficiënt bouwproces. De nadruk op veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid blijft het centrale doel van de technische bouwactiviteit. Door de scheiding van de ruimtelijke en technische aspecten, wordt de bouwkwaliteit beter gegarandeerd en wordt het proces voor alle betrokken partijen transparanter en efficiënter.