De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) markeert een fundamentele verschuiving in de wijze waarop gemeenten, en specifiek de gemeente Breda, omgaan met bouwactiviteiten en vergunningen. Deze veranderingen hebben directe invloed op het aantal en de aard van omgevingsvergunningen, met name bij gevolgklasse CC1. Het systeem is ontworpen om de administratieve lasten te verminderen voor eenvoudige bouwwerken, terwijl de kwaliteit en veiligheid gewaarborgd blijven door middel van een nieuw kwaliteitsborgingssysteem. In dit artikel wordt ingegaan op de specifieke regels voor gevolgklasse CC1, de overgang naar een meldingsplicht, de rol van de snelserviceformule en de strategische doelen van de Omgevingsvisie Breda 2040.
De nieuwe structuur van bouwtoezicht en gevolgklassen
De basis van de nieuwe regeling ligt in de indeling van bouwactiviteiten in gevolgklassen. Het systeem start met gevolgklasse CC1, waaronder vallen onder andere eengezinswoningen, bedrijfspanden van maximaal twee bouwlagen en kleine bouwwerken. Deze categorie omvat de meest voorkomende activiteiten waarvoor een omgevingsvergunning of melding noodzakelijk is. Voor deze activiteiten geldt een fundamentele verandering: de inhoudelijke toetsing door de gemeente vervalt. In plaats daarvan wordt de plicht om een vergunning aan te vragen vervangen door een meldingsplicht.
De gemeente Breda heeft gekozen voor een gefaseerde invoering. Terwijl CC1 direct onder de Wkb valt, blijven gevolgklasse CC2 en CC3 nog even onder de bevoegdheid van de gemeente vallen. Totdat CC2 en CC3 ook onder de Wkb vallen, blijft de gemeente bevoegd gezag bij de technische bouwactiviteit aanvraag voor deze hogere klassen. De gemeente blijft deze plannen inhoudelijk toetsen en toezicht houden op de bouw. De mate van toetsen en toezicht wordt bepaald aan de hand van een risicomatrix. Dit betekent dat voor CC1 de focus ligt op de volledigheid van de melding en de aanwezigheid van een onafhankelijke kwaliteitsborger en een toegelaten instrument, terwijl voor CC2 en CC3 de traditionele inhoudelijke toetsing nog plaatsvindt.
Deze splitsing tussen technische bouwactiviteit en ruimtelijke bouwactiviteit is cruciaal voor het begrip van het aantal aanvragen. Bij CC1 verandert de aard van de procedure van een vergunningsproces naar een meldingsproces. Dit heeft direct invloed op het aantal "aanvragen" dat als vergunning wordt verwerkt versus het aantal "meldingen" dat als administratieve handeling wordt geregistreerd. De gemeente Breda past hierbij een risicogerichte aanpak toe, waarbij bouwmeldingen worden gecontroleerd op vooraf bepaalde risicovolle punten. De focus ligt op kwaliteit en veiligheid, maar zonder de zware administratieve lasten van een volledige inhoudelijke toetsing voor eenvoudige bouwwerken.
De snelserviceformule voor topactiviteiten
Om de dienstverlening te verbeteren en de administratieve drempels te verlagen, heeft de gemeente Breda de snelserviceformule ingevoerd voor zogenaamde "topactiviteiten". Dit zijn de meest voorkomende aanvragen die vaak betrekking hebben op kleine verbouwingen in en om het huis. Het doel van deze formule is dat initiatiefnemers binnen een kwartier weten wat en hoe er gebouwd mag worden.
De snelserviceformule werkt als volgt: de aanvrager doorloopt een vragenboom. Als de aanvraag voldoet aan de regels, ontvangt de aanvrager binnen tien werkdagen een vergunning en betaalt hier minder leges voor. In Breda is deze formule specifiek ingericht voor de volgende topactiviteiten: - Kappen van bomen - Plaatsen van een dakkapel - Bouwen van een erker
Deze drie activiteiten vormen de kern van de snelservice. De gemeente onderzoekt of er voor meer topactiviteiten regels kunnen worden opgesteld, zodat meer aanvragen onder de snelservice gaan vallen. Dit systeem draagt bij aan een snellere verwerking van aanvragen en vermindert de administratieve lasten voor zowel de gemeente als de burger. Het aantal omgevingsvergunningen voor deze specifieke activiteiten neemt waarschijnlijk af in termen van complexe procedures, maar het aantal succesvolle uitkomsten stijgt door de gestandaardiseerde aanpak.
De snelserviceformule is een direct gevolg van de invoering van de Wkb en de Omgevingswet. Door de focus te leggen op eenvoudige verbouwingen, wordt de administratieve druk op de gemeente verminderd, wat zorgt voor een efficiëntere afhandeling van het totale aantal aanvragen. Voor de burger betekent dit een snellere terugkoppeling en duidelijkheid over wat wel of niet mag. De leges voor deze activiteiten zijn lager, wat de drempel voor het indienen van een aanvraag verlaagt.
Omgevingsoverleg en complexe initiatieven
Niet alle aanvragen vallen onder de eenvoudige snelserviceformule. Voor complexe initiatieven geldt een apart traject, het omgevingsoverleg. Dit traject is ontworpen om de vergunningverlening onder de Omgevingswet mogelijk te maken voor projecten die meer dan een standaard melding vereisen. Het proces bestaat uit drie duidelijke fasen:
- Intaketafel: Een complex initiatief wordt besproken op de Intaketafel. Hier zitten strategisch adviseurs die integraal meedenken over de haalbaarheid en de kaders.
- Omgevingstafel: Als een initiatief wenselijk is, volgt een volgende stap, namelijk de uitwerking aan de Omgevingstafel. Daar komen de initiatiefnemer, de belanghebbenden en alle betrokken overheidspartijen bij elkaar. Het initiatief wordt besproken vanuit de intentie om het mogelijk te maken. Deze dialoog levert de initiatiefnemer een passend ontwerp op en er wordt toegewerkt naar een conceptvergunning.
- Vergunningsaanvraag: Een volgende stap is het indienen van de vergunningsaanvraag door de initiatiefnemer. Als de initiatiefnemer de aanvraag indient zoals besproken aan de Omgevingstafel, dan kan de vergunning eenvoudig in acht weken worden verleend.
Dit proces zorgt ervoor dat complexe projecten niet vastlopen op onduidelijkheden. Het aantal aanvragen voor complexe projecten wordt hierdoor efficiënter verwerkt, omdat de onzekerheid over de haalbaarheid van het ontwerp vooraf wordt opgelost. De gemeente Breda kiest er dus voor om voor complexe initiatieven een adviserende rol te vervullen, in plaats van enkel een toetsende rol. Dit draagt bij aan een hoger succespercentage van aanvragen en een soepeler proces voor de burger.
Kwaliteitsborging en de rol van de kwaliteitsborger
De Wet kwaliteitsborging (Wkb) introduceert een nieuw systeem waarbij de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de bouwactiviteit verschuift. Bij de technische bouwactiviteit onder CC1: - Het bevoegd gezag (de gemeente) toetst niet meer inhoudelijk aan bouwtechnische voorschriften. - De vergunningsplicht wordt een meldingsplicht en de gemeente controleert alleen de volledigheid. - De opdrachtgever moet werken met een toegelaten, geschikt instrument en een onafhankelijke kwaliteitsborger.
De kwaliteitsborger is een onafhankelijke partij die de kwaliteit van het ontwerp en de uitvoering waarborgt. Dit systeem is bedoeld om de veiligheid en kwaliteit te garanderen zonder dat de gemeente zelf elke technische specificatie hoeft te controleren. De gemeente controleert alleen of de melding volledig is en of er een geldige kwaliteitsborger is ingeschakeld. Dit betekent dat het aantal aanvragen voor CC1 in feite wordt omgezet naar een stroom van meldingen die minder administratieve last met zich meebrengen.
De kwaliteitscriteria vormen de basis voor de vastgestelde Verordening 'Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Breda'. Deze criteria betreffen de kwaliteit van de organisatie en de werknemers van de gemeente: - Voldoende opleiding en kennis - Voldoende ervaring - Onderhouden en borgen van opleiding, kennis en ervaring
Deze eisen zorgen ervoor dat de gemeente zelf in staat is om het toezicht op te nemen, ook al is de inhoudelijke toetsing verlegd naar de private sector (de kwaliteitsborger). De capaciteit voor omgevingsvergunningen wordt volledig gedekt door de leges. Met een jaarlijkse prognose van het aantal aanvragen wordt bepaald welke capaciteit nodig is. Met een flexibele schil kan de capaciteit snel aangepast worden bij een afwijkend aantal aanvragen en/of legesopbrengsten.
Omgevingsvisie Breda 2040 en strategische doelen
De invoering van de nieuwe wetgeving is niet los te zien van de bredere visie van de gemeente Breda. Bij het opstellen van de Omgevingsvisie Breda 2040 is rekening gehouden met de Interim omgevingsverordening (die na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt de Omgevingsverordening) die voortvloeit uit de POVI. Ook wordt rekening gehouden met de keuzes van de energieregio en de nationale afspraken uit het Klimaatakkoord die in de praktijk worden gebracht.
In de Omgevingsvisie Breda 2040 zijn de volgende negen strategische doelen geformuleerd die direct van invloed zijn op het aantal en de aard van de omgevingsaanvragen:
| Doelnummer | Beschrijving |
|---|---|
| 1 | Een hoogstedelijk centrum |
| 2 | Bouwen van ruim 25.000 woningen |
| 3 | Ruimte voor minstens 110.000 banen |
| 4 | Versterken van gezamenlijk voorzieningenniveau met de regio |
| 5 | Samen zorgen voor karakteristieke en krachtige wijken en dorpen |
| 6 | Verbeteren van de verbindingen tussen wijken |
| 7 | Bevorderen van de gezondheid van onze inwoners |
| 8 | Inrichten van de openbare ruimte voor ontmoetingen en bewegen |
| 9 | Een toekomstbestendig Breda |
Deze doelen hebben directe impact op het aantal aanvragen. Het bouwen van 25.000 woningen en het creëren van 110.000 banen vereist een enorme stroom van bouwactiviteiten. De Omgevingswet en de Wkb zijn ontworpen om deze stroom te kunnen verwerken zonder dat de gemeente overbelast raakt. Door de focus op CC1 te leggen en de snelserviceformule in te voeren, wordt de administratieve druk verlaagd, waardoor de gemeente zich kan richten op de strategische doelen van de visie.
De reikwijdte van het beleidskader VTH (Vergunningen, Toezicht, Handhaving) omvat de fysieke leefomgeving en daaraan gerelateerde APV-onderwerpen zoals in- en uitrit, kappen, evenementen (exclusief openbare orde en veiligheid), standplaatsen, objecten in openbare ruimte, terrassen en uitstallingen. Overige vergunningstaken die op basis van andere regelgeving vallen, vallen niet onder dit beleidskader. Dit betekent dat het aantal aanvragen dat onder dit kader valt, beperkt is tot deze specifieke categorieën.
Handhaving en sanctiebeleid bij overtredingen
Wanneer een overtreding van de regels wordt geconstateerd, volgt een gestructureerd handhavingstraject. Bij het vaststellen van een overtreding ontvangt de overtreder een voornemen tot handhavend optreden. De overtreder krijgt een hersteltermijn en wordt in de gelegenheid gesteld te reageren op het voorgenomen handhavingsbesluit.
Als uit onderzoek is gebleken dat legalisatie van een overtreding mogelijk is door het alsnog verlenen van een omgevingsvergunning, wordt de overtreder in het voornemen uitgenodigd om een aanvraag hiertoe in te dienen. Na de hersteltermijn voert de toezichthouder opnieuw een controle uit. De situatie kan immers zijn gewijzigd. Als blijkt dat de overtreding niet of niet geheel is beëindigd, wordt een handhavingsbesluit verzonden. Een handhavingstraject wordt opgeschort op het moment dat er een legaliserende aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangevraagd.
Gedurende het handhavingstraject vindt doorlopend overleg plaats tussen de toezichthouder en de jurist. In het geval van overtredingen welke worden vastgesteld naar aanleiding van een melding of bij eigen constateringen is de toezichthouder verantwoordelijk en is de jurist adviserend en ondersteunend. In het geval van handhavingsverzoeken is de jurist verantwoordelijk voor het handhavingstraject.
De algemene sanctiestrategie geeft aan hoe de gemeente in beginsel reageert op een geconstateerde overtreding. Echter, de praktijk is weerbarstig. Dit betekent dat er zich regelmatig situaties voordoen waar reden is om af te wijken van de algemene sanctiestrategie. Deze flexibiliteit is noodzakelijk om rechtvaardig en doeltreffend te kunnen handhaven, met name bij complexe situaties waar legalisatie mogelijk is.
Capaciteit, middelen en financiering
Om deze vaak complexe taken en omvangrijke opgaven goed te kunnen oppakken, dient de kwaliteit van de organisatie op orde te zijn. Om deze kwaliteit te borgen en te bevorderen heeft het Rijk kwaliteitscriteria vastgesteld met betrekking tot proces, inhoud en kritieke massa. De kwaliteitscriteria vormen de basis voor de vastgestelde Verordening 'Uitvoering en handhaving omgevingsrecht Gemeente Breda'.
In het Uitvoeringsprogramma VTH staat wat nodig is qua randvoorwaarden, capaciteit en middelen om het werk goed te kunnen uitvoeren. De capaciteit voor omgevingsvergunningen wordt volledig gedekt door de leges. Met een jaarlijkse prognose van het aantal aanvragen bepalen we welke capaciteit nodig is. Met een flexibele schil kan de capaciteit snel aangepast worden bij afwijkend aantal aanvragen en/of legesopbrengsten.
Met de komst van de Wet kwaliteitsborging (Wkb) valt de technische bouwactiviteit onder 'melding' en hiervoor mag geen leges geheven worden. Daarmee vallen deze werkzaamheden niet meer onder de kostendekkendheid van de leges. Deze kosten worden tijdens de overgangsfase gedekt uit geld dat specifiek vrij gemaakt is voor de invoering van de Wkb en de Omgevingswet. Dit betekent dat de financiering van de verwerking van CC1-meldingen verschuift van de burger (via leges) naar de overheid (via specifieke middelen).
Conclusie
De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging (Wkb) heeft geleid tot een fundamentele verandering in de wijze waarop de gemeente Breda omgaat met omgevingsvergunningen en technische bouwactiviteiten. Voor gevolgklasse CC1, die eengezinswoningen en kleine bouwwerken omvat, is de inhoudelijke toetsing vervangen door een meldingsplicht. Dit systeem wordt ondersteund door de snelserviceformule voor topactiviteiten zoals kappen, dakkapellen en erkers, wat leidt tot een snellere afhandeling en lagere leges.
Voor complexe initiatieven geldt het omgevingsoverleg, waarbij de gemeente een adviserende rol speelt om de haalbaarheid van projecten te vergroten. De Omgevingsvisie Breda 2040 met zijn negen strategische doelen, waaronder het bouwen van 25.000 woningen en het creëren van 110.000 banen, vereist een efficiënt systeem om de grote stroom van aanvragen te verwerken. De kwaliteitsborging door een onafhankelijke kwaliteitsborger zorgt ervoor dat de veiligheid en kwaliteit gewaarborgd blijven zonder dat de gemeente zelf elke technische detail hoeft te controleren.
Het handhavingstraject is eveneens aangepast, waarbij de mogelijkheid tot legalisatie van overtredingen een belangrijke rol speelt. De capaciteit van de gemeente wordt gefinancierd door leges voor vergunningen, maar voor de nieuwe meldingen onder de Wkb worden specifieke overheidsmiddelen ingezet. Deze transformatie maakt het mogelijk om de ambities van de Omgevingsvisie Breda 2040 te realiseren, door een systeem te creëren dat zowel efficiënt als kwalitatief hoogstaand is.