De Omgevingsvergunning van Bio-Energiecentrales: Casus Harderwijk, Intrekking en Regulering

De sector van bio-energiecentrales in Nederland staat voor een fundamentele verandering in de regelgeving en vergunningen, waarbij de locatie in Harderwijk als een cruciaal voorbeeld dient van de complexe interactie tussen milieuwetgeving, stikstofbeleid en lokale overlast. Een omgevingsvergunning is niet louter een formaliteit, maar een dynamisch document dat kan worden ingetrokken als de feitelijke situatie niet overeenkomt met de vergunde activiteiten of als er sprake is van ernstige overtredingen. De casus van de bio-energiecentrale in Harderwijk, in samenwerking met mesttransporteur Jan Bakker en het Waterschap Vallei Veluwe, illustreert hoe technische defecten, stankoverlast en juridische strijdigheden kunnen leiden tot ingrijpende maatregelen van de autoriteiten.

In december 2018 trad er een incident op dat de kwetsbaarheid van dergelijke installaties en de consequenties van een omgevingsvergunning blootlegde. Op 11 december 2018 lekte een vergistingstank bij de bio-energiecentrale in Harderwijk, waarbij naar schatting 2.000 kubieke meter mest vrijkwam. Dit resulteerde in wat als "gigantische stank" in de omgeving werd omschreven. Dit incident was niet geïsoleerd; het onthulde een dieperliggend probleem waarbij vergunningen soms verouderd raken of ondeugdelijke activiteiten dekken. Wanneer een vergunning is verkregen voor een specifieke activiteit, maar het bedrijf een ander proces voert, ontstaat er een rechtspore. De regelgeving rondom mestverwerking is streng, maar de toepassing in de praktijk toont aan dat naleving cruciaal is voor het behoud van de vergunning.

De dynamiek van vergunningsintrekkingen komt duidelijk naar voren bij de eendenmesterijen in Hierden, een onderdeel van de bredere discussie over stikstofrechten en natuurbehoud. Hoewel de vraag specifiek gaat over de bio-energiecentrale, is de regelgeving voor dierlijke mest en de impact op Natura 2000-gebieden onlosmakelijk verbonden. De gemeente Harderwijk besliste tot het in zijn geheel intrekken van de omgevingsvergunning van eendenmesterijen aan de Parallelweg 9 en 10. Dit geschiedde omdat de vergunning al jarenlang ongebruikt was. Ondanks dat de vergunning formeel bestond, bleek uit onderzoek dat er al sinds 2003 geen gebruik meer werd gemaakt. Op 3 januari 2025 werd de vergunning volledig ingetrokken om ruimte te maken voor woningbouw op die locatie.

Dit voorbeeld illustreert een fundamentele wetsbepaling: als een activiteit niet meer plaatsvindt, maar de stikstofrechten van de vergunning worden gebruikt voor andere doeleinden, zoals de legalisering van een nieuwe bio-energiecentrale of woningen, ontstaat er een risico voor de natuur. In het geval van de zogenoemde 'Haspelstrook' in Ermelo, werden stikstofrechten van voormalige eendenbedrijven benut voor nieuwbouw en de legalisering van een palletfabriek. Deze eenden waren echter al jaren verdwenen. Het gebruik van deze rechten voor nieuwe bouwprojecten betekent in de praktijk nieuwe, extra stikstofuitstoot, wat kritisch is in de nabijheid van kwetsbare gebieden zoals de Veluwe, die binnen 100 meter ligt.

De impact van stankoverlast en regelmatige overtredingen is een andere dimensie van het vraagstuk rondom omgevingsvergunningen voor bio-energie. In Bemmel, waar de mestverwerker Groen Gas is gevestigd, ontstond er een intensieve strijd tussen de gemeente Lingewaard en de provincie Gelderland. Sinds de komst van de installatie in begin 2017 ondervonden bewoners zeer regelmatig stankoverlast. Een omwonende indiende al 200 klachten. De stank werd door gedeputeerde Conny Bieze omschreven als "onacceptabele hinder". Hoewel de gemeente de provincie verzocht in te grijpen, gaf dezelfde gedeputeerde later aan dat het niet de bedoeling is om actief vergunningen in te trekken. Dit creëerde een spanningsveld tussen de wens van omwonenden en de ambtelijke praktijk.

De jurisprudentie en regelgeving rondom mestverwerking en bio-energie evolueert voortdurend. Op 6 juni 2019 gaf de biovergister Cleanergy in Wanroy zich over; de installatie werd gesloopt door het bedrijf naast de mestfabriek, tot opluchting van de omwonenden die jarenlang tegen de overlast hadden gestreden. In het Friese Wâlterswâld probeerde mestverwerking Fryslân uit te breiden van 100.000 naar 250.000 ton per jaar. De provincie verleende een vergunning, maar omwonenden stapten naar de rechter. De rechtbank vernietigde de vergunning. Vervolgens stelde de provincie als eis dat het bedrijf combi-luchtwassers moest plaatsen. De Raad van State oordeelde op 9 september 2020 dat de stankoverlast binnen de perken blijft, mits er invoeging is dat er inpandig wordt geladen en gelost.

De technische specificaties van deze installaties spelen een cruciale rol in de beoordeling van een omgevingsvergunning. De zogeheten correctiefactor voor de meetonzekerheid moet 2 zijn en niet 2,8. Met een factor van 2 zal een situatie eerder als overlast worden gekenmerkt. Dit betekent dat de drempel voor het vaststellen van stankoverlast lager ligt dan aanvankelijk aangenomen. Dit is een technisch detail dat van groot belang is bij de beoordeling van klachten. Als de meetonzekerheid lager is, worden incidenten sneller als overlast geïdentificeerd. Dit heeft directe consequenties voor de handhaving van de omgevingsvergunning.

De rol van de provincie bij het opleggen van dwangsommen is een belangrijk instrument om de naleving van de vergunning te garanderen. Bij de lekkage in Harderwijk en bij de illegale activiteiten in Nistelrode, werden zware boetes opgelegd. Het loonbedrijf Jennissen in Nistelrode kreeg een dwangsom van €650.000 omdat er sprake was van een illegaal mestbassin, een defecte silo en het ontbreken van voorgeschreven luchtwassers. Het bedrijf had 67.000 ton mest in de silo's gepompt, terwijl de vergunning slechts 36.000 ton toestond. Bovendien werd de mest gehygiëniseerd in plaats van te worden vergist, wat een strijd met de vergunde activiteit is. Voor deze overtreding kreeg het bedrijf een dwangsom van €16.500.

De interactie tussen lokale regelgeving en nationale stikstofdoelen is complex. Het ministerie van LNV heeft een visie om kringlooplandbouw te stimuleren door dierlijke beter te benutten. Het innovatieprogramma 'Next Level Mest Verwaarden' streeft ernaar kunstmest overbodig te maken. Dit vereist een strakke regelgeving. Als mest als 'totaalmeststof' wordt gezien, moeten er strikte regels zijn voor verwerking en transport. De panelen op het speelveld van mestverwerking verschuiven, wat aangeeft dat de regelgeving voortdurend wordt aangepast aan nieuwe inzichten en behoeften.

Het proces van een omgevingsvergunning voor een bio-energiecentrale omvat meerdere fasen, van aanvraag tot verlening of weigering. De gemeente Harderwijk verstrekt regelmatig vergunningen voor diverse doeleinden, zoals de uitbouw van een ziekenhuis, het kappen van bomen, of het bouwen van woningen. In oktober 2021 werden er meerdere aanvragen ingediend voor locaties in Harderwijk, variërend van uitritten tot verbouwingen. Een verlening van een omgevingsvergunning betekent dat het project voldoet aan de milieueisen, maar dit impliceert geen immuniteit tegen latere intrekking als de feitelijke situatie verandert. De intrekking van de vergunning voor de eendenmesterijen in Hierden toont aan dat een vergunning geen vaststaande toestand is, maar onderhevig is aan herbeoordeling.

De maatschappelijke acceptatie en participatie zijn sleutelwoorden bij grote energieprojecten. Voor grotere opwekinstallaties is een plannings- en participatie-instrument ingevoerd in de beleidsnotitie. Dit instrument biedt een kader voor de afstemming tussen initiatiefnemer en omwonenden voordat de vergunningaanvraag wordt ingediend. Omwonenden moeten de mogelijkheid krijgen om mede te ontwikkelen hoe het project eruit komt te zien. De provincie heeft het hele gebied Berkelland opgenomen in het digitale computermodel WIN3D van adviesbureau ROM3D. Dit maakt het mogelijk om een voorgenomen project digitaal in het landschap te plaatsen, zodat omwonenden vanuit alle gezichtspunten kunnen bekijken en feedback kunnen geven.

De technische en juridische kanten van mestverwerking en bio-energie zijn onlosmakelijk verbonden. De regels rondom luchtwassers, stikstofuitstoot en stankoverlast zijn essentieel voor het behoud van de omgevingsvergunning. Wanneer een bedrijf een activiteit uitvoert die niet in de vergunning is opgenomen, zoals hygiëniseren in plaats van vergisten, ontstaat er een rechtspore die kan leiden tot dwangsommen of intrekking. De casus van Harderwijk en de omliggende gebieden tonen aan dat naleving van de vergunning een continue taak is voor de overheid en de bedrijven.

Technische Specificaties en Regels voor Mestverwerking en Bio-Energie

De technische eisen voor een bio-energiecentrale zijn strikt omschreven in de omgevingsvergunning. Een van de meest cruciale aspecten is de correctiefactor voor meetonzekerheid. De regelgeving schrijft voor dat deze factor 2 moet zijn en niet 2,8. Dit betekent dat als de gemeten stankconcentratie een bepaalde drempel overschrijdt met een lagere factor, de overlast sneller wordt vastgesteld. Een lagere factor impliceert een strengere beoordeling van de stankoverlast. Als de meetonzekerheid hoger zou zijn (bijv. 2,8), zouden minder incidenten als overlast worden gekenmerkt. Met een factor van 2 wordt de drempel voor overlast lager gezet, wat de kans vergroot dat er sprake is van schending van de vergunning.

De installatie van luchtwassers is een ander kritiek punt. In diverse gevallen, zoals bij de mestfabriek in Nistelrode en de uitbreiding in Fryslân, ontbraken de voorgeschreven luchtwassers of waren deze niet functioneel. De rechtbank en de Raad van State hebben benadrukt dat er combi-luchtwassers moeten worden geplaatst om de emissies te verminderen. Deze installaties zijn bedoeld om stank en stof te filteren voordat deze de omgeving bereiken. Het ontbreken van deze systemen leidt direct tot overtreding van de vergunning.

Ook de wijze waarop mest wordt verwerkt is van belang. Een vergunning voor vergisting mag niet worden gebruikt voor hygiëniseren. Als een bedrijf mest hygiëniseert terwijl de vergunning specifiek vergisting voorschrijft, is dit een overtreding. Dit resulteerde in een dwangsom van €16.500 voor het loonbedrijf Jennissen. De regelgeving is dus zeer specifiek over het proces dat mag worden toegepast.

Parameter Vereiste Waarde / Beschrijving
Correctiefactor meetonzekerheid Moet 2 zijn (niet 2,8)
Luchtwassers Moeten zijn geïnstalleerd en functioneel
Maximaal aantal ton mest (Jennissen) 36.000 ton (werkelijk gepompt: 67.000 ton)
Vergunde activiteit Vergisting (niet hygiëniseren)
Correctiefactor impact Lager betekent eerder overlast
Locatiebeperkingen Nabijheid tot Natura 2000 (Veluwe < 100m)
Stankdrempel Afhankelijk van de correctiefactor

De stikstofuitstoot is een ander cruciaal aspect. Bij de legalisering van de palletfabriek Ten Hove en het bouwen van 42 woningen in Ermelo worden stikstofrechten van voormalige eendenbedrijven gebruikt. Deze rechten zijn formeel nog aanwezig, maar de eenden zijn al jaren weg. Het gebruik van deze rechten voor nieuwe bouwprojecten leidt tot extra stikstofuitstoot in de buurt van de Veluwe, een kwetsbaar Natura 2000-gebied. Dit creëert een conflict tussen de behoefte aan nieuwbouw en de natuurbehoudseisen.

De regelgeving rondom stikstof is strikt. Als de stikstofuitstoot te hoog is, kan dit leiden tot een heroverweging van de vergunning. De provincie en de rechter spelen hierin een cruciale rol. Bij de mestverwerker in Wâlterswâld moest de vergunning worden aangepast na een rechtszaak. De provincie verplichtte het bedrijf om combi-luchtwassers te plaatsen en inpandig te laden en lossen. De Raad van State bevestigde dat de stankoverlast binnen de perken blijft, mits deze aanpassingen worden gedaan.

Juridische Procederen en Intrekking van Vergunningen

De juridische procedures rondom omgevingsvergunningen zijn complex en kunnen leiden tot intrekking als er sprake is van ernstige overtredingen of als de vergunning niet meer nodig is. De intrekking van de vergunning voor de eendenmesterijen in Hierden is een voorbeeld van hoe de overheid kan ingrijpen. De gemeente Harderwijk besliste tot het in zijn geheel intrekken van de omgevingsvergunning om woningen te kunnen bouwen. Dit geschiedde omdat de vergunning al sinds 2003 ongebruikt was. De intrekking vond plaats op 3 januari 2025. Dit toont aan dat een vergunning geen eeuwigdurende status heeft; als de activiteit niet meer plaatsvindt, kan de vergunning worden ingetrokken.

De procedure van intrekking kan worden aangevraagd door derde partijen, zoals Animal Rights en Mobilisation. Deze organisaties hebben de provincie Gelderland verzocht om de vigerende natuurvergunning voor het bedrijf aan de Haspel 121-125 in te trekken. Dit geschiedde omdat de eenden al jaren zijn verdwenen, maar de stikstofrechten nog wel bestonden. Het gebruik van deze rechten voor nieuwe activiteiten leidt tot extra uitstoot. De organisatie mobiliseerde de overheid tot ingrijpen.

De juridische strijd kan ook leiden tot vernietiging van vergunningen door de rechtbank. In het geval van mestverwerking Fryslân in Wâlterswâld, vernietigde de rechtbank de vergunning voor uitbreiding. De provincie moest de vergunning aanpassen door te eisen dat er combi-luchtwassers worden geplaatst en dat er inpandig wordt geladen en gelost. Dit toont aan dat de rechter een belangrijke rol speelt in het waarborgen van de naleving van de vergunning.

De wetgeving rondom dwangsommen is een krachtig instrument. Bij de lekkage in Harderwijk en de overtredingen in Nistelrode werden zware boetes opgelegd. De provincie Brabant zette een dwangsomprocedure in gang tegen het loonbedrijf Jennissen. De dwangsom bedroeg €650.000 voor het gebruik van een illegaal mestbassin en het niet-plaatsen van luchtwassers. Daarnaast werd een dwangsom van €16.500 opgelegd omdat het bedrijf mest hygiëniseerde in plaats van te vergisten. Deze sancties tonen aan dat de overheid niet kan toelaten dat bedrijven afwijken van de vergunde activiteit.

De rol van de rechter en de Raad van State is essentieel bij het beslechten van geschillen over stankoverlast en regelgeving. De Raad van State oordeelde dat de stankoverlast binnen de perken blijft, mits bepaalde maatregelen worden genomen. Dit toont aan dat de rechter niet alleen de vergunning kan vernietigen, maar ook de eisen kan stellen aan de provincie en het bedrijf.

De interactie tussen de gemeente, de provincie en de rechter is cruciaal voor het behoud van de omgevingsvergunning. Als de gemeente een vergunning intrekt, moet dit wel overeenkomen met de wettelijke kaders. In Harderwijk was de intrekking gerechtvaardigd omdat de vergunning ongebruikt was en de stikstofrechten niet meer nodig waren voor de oorspronkelijke activiteit. Dit is een belangrijk precedent voor de toekomstige regelgeving.

Rol van de Provincie en Gemeente bij Handhaving

De rol van de provincie en de gemeente is fundamenteel voor het behoud van de omgeving. De provincie is verantwoordelijk voor de regelgeving rondom stikstof, stank en milieu. Bij de mestverwerking in Fryslân en de bio-energiecentrale in Harderwijk was de provincie de bevoegde autoriteit voor het opleggen van dwangsommen en het afdwingen van luchtwassers. De gemeente is verantwoordelijk voor de omgevingsvergunningen en de lokale planning. In Harderwijk besliste de gemeente tot intrekking van de vergunning, terwijl de provincie de algemene regelgeving bepaalt.

De samenwerking tussen de verschillende overheden is cruciaal. Bij de lekkage van 2000 m3 mest in Harderwijk was er sprake van een samenwerking tussen mesttransporteur Jan Bakker en het Waterschap Vallei Veluwe. Dit toont aan dat de regio's moeten samenwerken om de impact te beperken. De provincie en de gemeente moeten coördineren om de naleving van de vergunning te waarborgen.

De maatschappelijke acceptatie en participatie zijn sleutelwoorden bij grote energieprojecten. Voor grotere opwekinstallaties is een plannings- en participatie-instrument ingevoerd in de beleidsnotitie. Dit instrument biedt een kader voor de afstemming tussen initiatiefnemer en omwonenden. De provincie heeft het hele gebied Berkelland opgenomen in het digitale computermodel WIN3D van adviesbureau ROM3D. Dit maakt het mogelijk om een voorgenomen project digitaal in het landschap te plaatsen, zodat omwonenden vanuit alle gezichtspunten kunnen bekijken en feedback kunnen geven.

De regelgeving rondom mestverwerking is streng, maar de toepassing in de praktijk toont aan dat naleving cruciaal is. Als er sprake is van overtredingen, kunnen er zware sancties worden opgelegd. De casus van Harderwijk en de omliggende gebieden tonen aan dat de overheid actief moet ingrijpen om de omgeving te beschermen.

De Impact van Stankoverlast en Natuurbehoud

De impact van stankoverlast is een van de grootste problemen bij bio-energiecentrales. In Bemmel, waar de mestverwerker Groen Gas is gevestigd, ontstond er een intensieve strijd tussen de gemeente Lingewaard en de provincie Gelderland. Sinds de komst van de installatie in begin 2017 ondervonden bewoners zeer regelmatig stankoverlast. Een omwonende indiende al 200 klachten. De stank werd door gedeputeerde Conny Bieze omschreven als "onacceptabele hinder". Hoewel de gemeente de provincie verzocht in te grijpen, gaf dezelfde gedeputeerde later aan dat het niet de bedoeling is om actief vergunningen in te trekken. Dit creëerde een spanningsveld tussen de wens van omwonenden en de ambtelijke praktijk.

De stankoverlast is niet alleen een lokaal probleem, maar heeft ook impact op de natuur. Bij de legalisering van de palletfabriek Ten Hove en het bouwen van 42 woningen in Ermelo worden stikstofrechten van voormalige eendenbedrijven gebruikt. Deze rechten zijn formeel nog aanwezig, maar de eenden zijn al jaren weg. Het gebruik van deze rechten voor nieuwe bouwprojecten leidt tot extra stikstofuitstoot in de buurt van de Veluwe, een kwetsbaar Natura 2000-gebied. Dit creëert een conflict tussen de behoefte aan nieuwbouw en de natuurbehoudseisen.

De techniek van luchtwassers en de correctiefactor voor meetonzekerheid zijn cruciaal voor het beperken van stankoverlast. Als de meetonzekerheid lager is, worden incidenten sneller als overlast geïdentificeerd. Dit betekent dat de drempel voor overlast lager ligt dan aanvankelijk aangenomen. Een lagere factor impliceert een strengere beoordeling van de stankoverlast. Als de meetonzekerheid hoger zou zijn, zouden minder incidenten als overlast worden gekenmerkt. Met een factor van 2 wordt de drempel voor overlast lager gezet, wat de kans vergroot dat er sprake is van schending van de vergunning.

Conclusie

De casus van de bio-energiecentrale in Harderwijk en de omliggende gebieden toont aan dat de regelgeving rondom omgevingsvergunningen complex is en dat naleving van de wet een continue taak is. De intrekking van vergunningen, het opleggen van dwangsommen en de strijd tegen stankoverlast zijn cruciale aspecten van het beheer van bio-energiecentrales. De samenwerking tussen de gemeente, de provincie en de rechter is essentieel voor het waarborgen van de milieuwetgeving.

De technische specificaties, zoals de correctiefactor voor meetonzekerheid en de vereiste luchtwassers, zijn sleutelwoorden voor het voorkomen van overlast. De intrekking van de vergunning voor de eendenmesterijen in Hierden en de juridische strijd rondom de mestfabrieken in Fryslân en Bemmel tonen aan dat de overheid actief moet ingrijpen om de omgeving te beschermen. De maatschappelijke acceptatie en participatie zijn van groot belang om voldoende draagvlak te verkrijgen in de samenleving.

De toekomst van bio-energiecentrales hangt af van de naleving van de regelgeving en het behoud van de natuur. De casus van Harderwijk en de omliggende gebieden dienen als voorbeeld voor de toekomstige regelgeving. De intrekking van vergunningen is een krachtig instrument om de overheid te dwingen te handhaven van de wet.

Bronnen

  1. Animal Rights: Intrekkingsverzoeken eendenmesterijen
  2. Max 5 Odeur: Dossier Mestverwerking
  3. Gemeente Harderwijk: Nieuwsberichten Week 43
  4. Nieuwe Oogst: Mestverwerking
  5. Lokale Regelgeving: CVDR485145

Gerelateerde berichten