De organisatie van de openbare ruimte in de gemeente Dongen is onderworpen aan strenge regelgeving die gericht is op de veiligheid, de doorvaarthouding en de esthetische kwaliteit van de leefomgeving. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van objecten op de weg, zoals fietsenrekken, containers of spandoeken, moeten specifieke eisen worden nageleefd die afwijken van de standaard regelgeving voor de openbare weg. De gemeente Dongen heeft een geïntegreerd beleidskader neergelegd dat zowel de fysieke eigenschappen van de objecten als de procedurele aspecten van vergunningverlening regelt. Dit artikel biedt een diepgaande analyse van de technische specificaties, de veiligheidseisen en de procedurele nuances die van toepassing zijn op het plaatsen van fietsenrekken en gerelateerde infrastructuur in de gemeente.
Juridisch Kader en Omgevingsvergunning
De juridische basis voor het plaatsen van objecten op de openbare weg in Dongen is vastgelegd in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Sinds de invoering van de Wabo in oktober 2010 is het plaatsen van voorwerpen of stoffen op de openbare weg niet meer vrij te doen zonder toestemming. Voor het plaatsen van fietsenrekken, die onder de definitie van "voorwerpen op de openbare weg" vallen, is een omgevingsvergunning verplicht. Deze regelgeving is een uitwerking van de bevoegdheid van het college van Burgemeester en Wethouders om nadere regels te stellen ten aanzien van het gebruik van de openbare ruimte.
De bevoegdheid van het college wordt geëxecuteerd binnen het kader van artikel 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht. Het college kan op basis hiervan nadere regels vaststellen die gericht zijn op het waarborgen van de openbare orde en de woon- en leefomgeving. Het plaatsen van een fietsenrek valt onder de categorie van voorwerpen die de openbare ruimte gebruiken. Indien een aanvraag wordt ingediend, wordt deze getoetst aan de verbodbepalingen van artikel 2:10a, tweede lid van de APV.
De procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning kent echter bepaalde uitzonderingen en specifieke voorwaarden. Voor bepaalde situaties is een vergunning niet nodig of is een uitzondering mogelijk. Het verbod op het plaatsen van voorwerpen op de openbare weg is niet van toepassing op evenementen zoals bedoeld in artikel 2:24, op standplaatsen zoals bedoeld in artikel 5:18, of op situaties waarin een wettelijke regeling een vergunning heeft verleend. Daarnaast zijn er uitzonderingen voor situaties die worden voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Verordening wegen Noord-Brabant 2010.
Bij het behandelen van een vergunningsaanvraag is het van cruciaal belang dat de procedurele eisen worden nageleefd. Het college kan een omgevingsvergunning verlenen voor het gebruik van de weg, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k van de Wabo. Het is belangrijk op te merken dat op de ontheffing van het verbod paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing is. Dit betekent dat stilzwijgend toestemming niet wordt verleend als het college niet binnen de gestelde termijn heeft beslist; er moet een actieve beslissing worden genomen.
Technische Specificaties voor Fietsenrekken en Uitstallingen
Bij het plaatsen van fietsenrekken en vergelijkbare objecten op de openbare weg gelden specifieke technische eisen die gericht zijn op de veiligheid van fietsers en voetgangers. Deze eisen zijn conform de richtlijnen van de CROW-publicatie 130, wat betekent dat de veiligheid van kwetsbare weggebruikers de hoogste prioriteit heeft.
Voor fietsenrekken geldt dat deze onder het begrip "uitstallingen" vallen, naast andere objecten zoals bloembakken, reclame-uitingen, speeltoestellen en verkoopuitstallingen. Deze objecten mogen zonder melding in een voetgangersgebied worden geplaatst, mits aan specifieke voorwaarden wordt voldaan. Een fundamentele eis is dat er een directe relatie moet zijn tussen de te plaatsen objecten en het pand waar de ondernemer is gevestigd. Dit betekent dat een fietsenrek alleen voor of naast de gevel van het pand mag worden geplaatst. Er moet dus een causaal verband zijn tussen het object en de bedrijfsactiviteit.
Naast de relatie met het pand gelden er strikte eisen voor de veiligheidsafstanden en de afmetingen van de objecten. Hoewel de specifieke afmetingen voor fietsenrekken niet in alle details worden uitgewerkt in de basisregels, gelden de algemene richtlijnen voor het plaatsen van containers en vergelijkbare objecten ook voor fietsenrekken als het gaat om doorvaarthouding en veiligheid. Voor het plaatsen van containers gelden regels die ook relevant zijn voor de plaatsing van fietsenrekken in termen van ruimtegebruik.
Een container mag uitsluitend geplaatst worden op een locatie waar het is toegestaan voertuigen te parkeren. Evenzo geldt voor fietsenrekken dat deze niet op een gehandicaptenparkeerplaats of voor een in- of uitrit mogen worden geplaatst. De toegang tot belendende percelen mag niet worden ontnomen. Dit is een cruciaal punt voor fietsenrekken: ze mogen de toegang tot naburige eigendommen niet belemmeren.
Veiligheid en Doorvaarthouding
De veiligheid van de openbare ruimte is de kern van de regelgeving in Dongen. Voor het plaatsen van objecten als containers en fietsenrekken zijn er specifieke eisen gesteld aan de vrije doorgang voor verschillende groepen weggebruikers.
Voor voetgangers en ander verkeer dient er altijd een minimale vrije doorgang van 1,50 meter breed te zijn gewaarborgd. Dit betekent dat bij de plaatsing van een fietsenrek of een container er voldoende ruimte overblijft voor veilige doorloop. Voor voertuigen van de hulpverleningsdiensten, zoals brandweerauto's, dient een minimale vrije doorgang van 3,50 meter op de weg gewaarborgd te worden. Deze eis is cruciaal voor de noodhulp. Als een fietsenrek of container deze doorgang belemmert, is de vergunning niet verleend of wordt het object onttrokken.
Bovendien geldt dat alle brandkranen, andere bluswaterwinplaatsen en inspectieputten van het riool vrijgehouden moeten worden. Dit betekent dat geen enkel object, of het nu een fietsenrek is of een container, de toegang tot deze essentiële infrastructuur mag blokkeren. De houder of gebruiker van het object moet er ook voor zorgen dat er niets van het object kan weg- of afwaaien en afvallen op de openbare weg. Dit vereist een stevige constructie en een goede verankering.
Voor containers is er een specifieke regel m.b.t. de zichtbaarheid: in ieder geval moet worden gezorgd voor een goede zichtbare afzetting/markering van de container, ook tussen zonsondergang en zonsopgang. Dit kan worden gedaan door middel van reflecterende markeringsstrepen, bebording, geleidebakens of verlichting. Ook bij fietsenrekken is zichtbaarheid van groot belang, hoewel de specifieke regelgeving hierover soms algemener is, is het principe van veiligheid en zichtbaarheid universeel in de regelgeving van Dongen.
Specifieke Beperkingen en Tijdelijke Plaatsing
De regelgeving in Dongen maakt onderscheid tussen permanente en tijdelijke plaatsing. Voor spandoeken geldt dat deze slechts een beperkt aantal keren per jaar worden toegestaan, uitsluitend ten behoeve van de aankondiging van een collecte van een landelijke organisatie. Op enkele plaatsen in de gemeente wordt een spandoek opgehangen voor een periode van maximaal 10 dagen. Dit heeft in het verleden voor geen noemenswaardige problemen geleid, maar de gemeente heeft geen aparte faciliteiten voor het ophangen van spandoeken.
Voor containers gelden nadere regels die ook van toepassing kunnen zijn op tijdelijke fietsenstallingen als deze als "tijdelijke objecten" worden beschouwd. Een container mag maximaal twee weken op een locatie worden geplaatst. Een specifieke uitzondering geldt voor Oudejaarsavond: vanaf 16.00 uur tot 08.00 uur op Nieuwjaarsdag moeten alle containers verwijderd zijn van de openbare weg. Deze tijdelijke beperkingen zijn erop gericht de drukte tijdens de jaarwisseling te beperken.
Ook voor aankondigingsborden (sandwichborden) gelden regels voor tijdelijke plaatsing. De tijdelijk te plaatsen aankondigingsborden mogen maximaal 10 dagen aan de aangewezen locaties worden geplaatst: tien dagen voor het evenement of de collecte tot één dag erna. Deze periode biedt voldoende tijd om bekendheid te geven aan het evenement of collecte. De plaatsing van deze borden is beperkt tot specifieke lichtmasten in de gemeente, wat een gestructureerd systeem creëert voor tijdelijke reclame.
De volgende tabel toont de specifieke locaties waar sandwichborden mogen worden geplaatst, verdeeld in twee locaties (Locatie nr. 1 en Locatie nr. 2). Elke locatie bestaat uit een lijst van straten en bijbehorende lichtmastnummers.
Tabel 1: toegestane locaties voor tijdelijke aankondigingsborden (sandwichborden)
| Straatnaam | Lichtmastnummer (Locatie nr. 1) | Lichtmastnummer (Locatie nr. 2) |
|---|---|---|
| Anjerstraat | 1m. nr. 8 | 1m. nr. 11 |
| Bolkensteeg | 1m. nr. 33 | 1m. nr. 31 |
| Eindsestraat | 1m. nr. 36 | 1m. nr. 36 |
| Hoofdstraat ('s Gravenmoer) | 1m. nr. 13 | 1m. nr. 23 |
| St. Josephstraat | 1m. nr. 18 | 1m. nr. 19 |
| Waspikseweg | 1m. nr. 4 | 1m. nr. 6 |
| Lage Ham | 1m. nr. 14 | 1m. nr. 25 |
| Middellaan | 1m. nr. 60 | 1m. nr. 67 |
| Nieuwstraat | 1m. nr. 6 | 1m. nr. 7 |
| Noorderlaan | 1m. nr. 16 | 1m. nr. 18 |
| Mgr. Poelsstraat | groene paal bij mast nr. 2 | 1m. nr. 6 |
| Planetenstraat | 1m. nr. 2 | 1m. nr. 6 |
| Procureurweg | 1m. nr. 8 | 1m. nr. 15 |
| de Ruyterstraat | 1m. nr. 3 | 1m. nr. 4 |
| Mgr. Schaepmanlaan | 1m. nr. 7 | 1m. nr. 16 |
| Trappistenstraat | 1m. nr. 5 | 1m. nr. 11 |
| Vaartweg (Dongen-Vaart) | 1m. nr. 24A | 1m. nr. 24A |
| Wilhelminastraat | 1m. nr. 11 | 1m. nr. 1 |
Beleid voor Parkeernormen en Ruimtelijke Ontwikkelingen
Hoewel de vraag specifiek gaat over fietsenstalling, is het essentieel om het bredere kader van parkeernormen te begrijpen, aangezien fietsenstalling een integraal onderdeel is van de ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Dongen heeft een beleidsregel vastgesteld: "Beleidsregel Parkeernormen Dongen 2025". Deze regel treedt in werking met ingang van de dag na publicatie en vervangt de eerdere normen van 2020.
Deze beleidsregel vormt een leidraad voor de verkeerskundige toetsing ten aanzien van autoparkeren en fietsparkeren voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het college heeft deze regel vastgesteld na het lezen van een voorstel van 13 mei 2025 (nummer 2024-160069). De regel is gebaseerd op het "Parapluplan Parkeren Dongen" dat op 2 juli 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad.
In de vast te leggen afspraken wordt minimaal het volgende op papier gezet: - welke ontwikkeling het betreft; - een berekening van de normatieve parkeerbehoefte; - (indien van toepassing:) uitsplitsing naar aantallen parkeerplaatsen voor bewoners, bezoekers en werknemers; - de wijze waarop aan de parkeereis zal worden voldaan; - heldere omschrijving van het aantal parkeerplaatsen ten behoeve van bezoekers dat minimaal in de openbare ruimte gerealiseerd dienen te worden; - mogelijke consequenties voor de eindgebruiker.
Deze structuur is van toepassing op elke nieuwe ontwikkeling. Voor fietsenstalling betekent dit dat er een berekening moet worden gemaakt van de behoefte aan fietsparkeren, vergelijkbaar met de berekening voor autoparkeren. De gemeente eist dat er duidelijk wordt omschreven hoeveel fietsenstallingen nodig zijn voor bewoners, bezoekers en werknemers.
Toegestane en Verboden Locaties
De regelgeving definieert duidelijk waar objecten wel en niet geplaatst mogen worden. Voor het plaatsen van containers en fietsenrekken gelden de volgende beperkingen: - Een object mag uitsluitend geplaatst worden op een locatie waar het is toegestaan voertuigen te parkeren. - Het is niet toegestaan een object op een gehandicaptenparkeerplaats te plaatsen. - Het is niet toegestaan een object voor een in- of uitrit te plaatsen. - De toegang tot belendende percelen mag niet worden ontnomen.
Voor spandoeken geldt een specifieke beperking: het is niet toegestaan spandoeken aan lichtmasten te bevestigen. Dit is een cruciale regel voor de veiligheid en de esthetiek van de weg. Tussen het spandoek en de weg moet een ruimte van tenminste 4,50 meter aanwezig zijn. Spandoeken mogen geen gevaar opleveren voor personen en goederen.
Voor fietsenrekken is de eis dat ze direct bij het pand moeten staan. Er moet een directe relatie zijn tussen de te plaatsen objecten en het pand waar de ondernemer is gevestigd. Dit betekent dat een fietsenrek voor een winkel alleen mag worden geplaatst voor of naast de gevel van dat specifieke pand.
Conclusie
De regelgeving voor het plaatsen van objecten op de openbare weg in de gemeente Dongen is een complex systeem dat de balans zoekt tussen de behoeften van ondernemers en de veiligheid van de publieke ruimte. Voor fietsenstallingen betekent dit dat er een omgevingsvergunning vereist is, tenzij specifieke uitzonderingen gelden. De eisen voor veiligheid, doorvaarthouding en zichtbaarheid zijn strikt en moeten strikt worden nageleefd.
De gemeentelijke beleidsregels, waaronder de Parkeernormen Dongen 2025, vormen het kader waarbinnen deze aanvragen worden beoordeeld. Een succesvolle aanvraag vereist een duidelijke omschrijving van de behoefte, de locatie en de technische specificaties van het object. De gemeente benadrukt het belang van de veiligheid van fietsers en voetgangers, conform de CROW-richtlijnen.
Voor ondernemers en bewoners is het dus van cruciaal belang om de specifieke regels voor locatie, afmetingen en veiligheid te kennen voordat men een aanvraag indient. De gemeente biedt geen automatische toestemming; elke aanvraag wordt getoetst aan de APV en de Wabo. De aanwezigheid van duidelijke regels voor tijdelijke objecten als spandoeken en containers geeft ook inzicht in hoe de gemeente de openbare ruimte beheert.
De overgang van de oude parkeernormen (2020) naar de nieuwe Beleidsregel Parkeernormen Dongen 2025 markeert een belangrijke verandering in de eisen voor nieuwe ontwikkelingen. Voor bestaande aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding blijven de oude regels gelden. Dit creëert een duidelijke scheidslijn tussen oude en nieuwe procedures.