De geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog heeft in Nederland sporen nagelaten die diep in de bodem zijn verankerd. In Amstelveen staat een dergelijk getuigenis: een bunker die tijdens de oorlog door de Duitse bezetter is gebouwd en gebruikt. Dit bouwwerk, gelegen aan de Wolfert van Borsselenweg 117a, is niet slechts een restant van het verleden, maar heeft zich ontwikkeld tot een complex onderwerp binnen het Nederlandse bestuursrecht en de wetgeving rondom monumentenzorg en ruimtelijke ordening. De transformatie van dit bouwwerk van een verlaten militair bouwwerk naar een educatief centrum heeft een ingewikkeld juridisch proces op gang gezet. Dit artikel analyseert gedetailleerd de casus van de omgevingsvergunning, de strijd tussen sloop en behoud, en de technische en juridische aspecten van de restauratie. Het verhaal van deze bunker illustreert hoe bestuursorganen afwijken van bestemmingsplannen om historische waardevolle bouwwerken een nieuwe functie te geven, specifiek gericht op educatieve doeleinden.
Juridische Achtergrond en de Omgevingsvergunning
Het centrale punt van de zaak betreft de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Het college van burgemeester en wethouders (B&W) van de gemeente Amstelveen heeft op 23 mei 2017 een primair besluit genomen waarbij aan de gemeente zelf een omgevingsvergunning werd verleend voor activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. Deze vergunning gold voor de restauratie en verbouwing van de als gemeentelijk monument aangewezen bunker en het gebruik ervan als educatief centrum. Het bestemmingsplan van de locatie bepaalde echter dat het terrein de bestemming "Groen" had, wat geen ruimte liet voor gebouwen met maatschappelijke of educatieve functies.
Om deze tegenstrijdigheid op te lossen, greep het college terug op artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onder 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Deze wettelijke grondslag biedt de bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan indien sprake is van een redelijke afwijking die bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. Het college argueerde dat de bestemming "Groen" geen mogelijkheid bood om het bouwwerk te gebruiken voor educatieve doeleinden, wat in strijd was met het doel om de geschiedenis van de gemeente onder de aandacht te brengen.
De rechtbank moest vervolgens oordelen of het college deze vergunning in redelijkheid had mogen verlenen. De kernvraag was of het wijzigen van het gebruik van de bunker naar een educatieve invulling in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening, ondanks de bestemming "Groen". De rechtbank oordeelde dat het college bevoegd was om deze afwijking te verlenen. Het college benadrukte dat het bouwwerk een zichtbare getuige is van pijnlijke en ingrijpende gebeurtenissen uit het verleden, waaruit lessen kunnen worden getrokken. Door de gebruiksbestemming te veranderen naar "maatschappelijke voorzieningen" kon de bunker toegankelijk worden gemaakt voor jongeren om kennis te maken met het Amstelveense verleden.
Het college onderzocht verschillende aspecten waaronder parkeren, ecologie en geluid bij het verlenen van de vergunning. Dit toont de noodzaak van een breed onderzoek voorafgaand aan de beslissing. Ondanks de aanvullende vragen van de bezwaarschriftencommissie, bleef de vergunning gehandhaafd. De rechtbank verklaarde het beroep van de vereniging "Sloop de Bunker" ongegrond, omdat het college de vergunning in redelijkheid had kunnen verlenen.
De procedure die volgde uitte zich in meerdere fasen. Eerst werd er een omgevingsvergunning aangevraagd op 25 januari 2017 voor onderhoudswerkzaamheden voor het behoud van het gemeentelijk monument en de bescherming van de constructieve waarde in het dijklichaam. Later werd in een aanvulling vermeld dat de bunker zou worden aangewend voor educatief gebruik. Dit leidde tot bezwaren van derden, wat resulteerde in een beroep bij de rechtbank. De zaak had het zaaknummer AMS 18/1865. De rechtbank oordeelde uiteindelijk dat de vergunning geldig was en het beroep ongegrond was.
De Politiek van Behoud versus Sloop
De discussie rondom de bunker in Amstelveen was niet louter een technisch bouwproces, maar een strijd tussen twee fundamenteel verschillende visies op de toekomst van het bouwwerk. Aan de ene kant stond de vereniging "Sloop de Bunker", die als doelstelling had de bunker te laten slopen en elke vorm van gebruik tegen te gaan. Deze vereniging had bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning en het gebruik van de locatie als educatief centrum. Zij argueerden dat de bunker nooit meer gebruikt zou moeten worden, gebaseerd op eerdere toezeggingen of een verondersteld beleid.
Echter, de rechtbank wees op een cruciaal punt: uit de stukken bleek niet dat het college in het verleden expliciete toezeggingen had gedaan dat de bunker nooit meer gebruikt zou worden. Het feit dat de bunker in het verleden was dichtgemetseld en dat de nutsvoorzieningen waren verwijderd, nam niet weg dat het college bevoegd was om een omgevingsvergunning te verlenen voor een nieuw gebruik. De rechten van de gemeente en het college bleven bestaan ondanks de fysieke toestand van het bouwwerk.
De vereniging "Sloop de Bunker" en een aantal omwonenden maakten bezwaar tegen de afgifte van de vergunning. Zij probeerden een getuigenverhoor bij de rechtbank te krijgen, maar dit werd afgewezen. De rechtbank vond dat de vragen van de vereniging erop neerkwamen op een "zoektocht naar mogelijke verwijten" en niet bedoeld waren om feitelijke vragen over de constructie op te lossen. De rechtbank oordeerde dat een niet-ontvankelijk verklaring van een ambtelijke Commissie Bezwaarschriften volstrekt niet volstond, en dat het college inhoudelijk op het bezwaar moet ingaan. Dit benadrukt de complexiteit van bestuursrechtelijke procedures: een beslist beslissing vereist een grondige motivering die verder gaat dan een eenvoudige ontvankelijkheidsverklaring.
In de politieke sfeer speelde ook het "Grondonderzoek" een rol. Toen het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht een vergunning afgeefde voor graafwerkzaamheden voor de restauratie, maakte de vereniging en individuele leden bezwaar. De Bezwaarschriftencommissie oordeelde dit bezwaar gegrond omdat het schap had moeten motiveren waarom werd afgezien van grondonderzoek en grondmechanische berekeningen. Ondanks dit oordeel kwam er uiteindelijk toch een onderzoek naar de grondmechanica, en de vergunning bleef gehandhaafd. Dit toont hoe juridische druk kan leiden tot aanvullende technische onderzoeken, zelfs als de basisvergunning reeds is verleend.
De gemeente Amstelveen heeft de bunker op 31 mei 2016 aangewezen als gemeentelijk monument. Dit besluit was een fundamentele stap in het behoudsbeleid. Door de status van gemeentelijk monument kreeg het bouwwerk een beschermde status die sloop bemoeilijkte en restauratie noodzakelijk maakte. Het college stelde dat de bunker een onontkoombaar getuige is van het verleden en dat dit erfgoed bewaard moet worden voor toekomstige generaties. Dit standpunt was essentieel voor de rechtbank die uiteindelijk het beroep van de "Sloop de Bunker" vereniging ongegrond verklaarde.
Technische Specificaties en Restauratieplanning
De technische uitwerking van de restauratie van de oorlogsbunker vereiste een gedetailleerde planning en specifieke technische maatregelen. De planning was om de restauratie in april 2021 gereed te hebben. Op 20 oktober 2020 stuurde het College B en W van Amstelveen een brief aan de gemeenteraad waarin de stand van zaken werd gemeld. In deze brief werd aangegeven dat de omgevingsvergunning onherroepelijk was verleend en dat de werkzaamheden binnenkort zouden worden aanbesteedt.
De directe omwonenden werden schriftelijk geïnformeerd over de geplande werkzaamheden en de tijdelijke verwijdering van het groen rond de bunker. Dit benadrukt de noodzaak van communicatie met de buurt bij grootschalige werken aan een monumentaal bouwwerk. De tijdelijke verwijdering van groen was noodzakelijk voor de uitvoering van de restauratie, wat impliceert dat er ingegrepen moet worden op de bestaande vegetatie om de constructieve waarde te kunnen behouden.
Het college heeft de bunker met een besluit van 31 mei 2016 aangewezen als gemeentelijk monument. Dit betekent dat elke ingrijp in het bouwwerk onderworpen is aan de regels voor monumentenzorg. De restauratie omvat niet alleen het herstel van de buitenkant, maar ook het behoud van de constructieve waarde van het dijklichaam. De bunker ligt op een dijklichaam, wat extra eisen stelt aan de stabiliteit en de waterdichtheid van de constructie.
De technische uitdagingen bij de restauratie van een oorlogsbunker zijn aanzienlijk. De bunker is gebouwd van beton, een materiaal dat in de loop van de tijd kan scheuren of verouderen. De restauratie moet de constructieve stabiliteit waarborgen en de historische kenmerken behouden. Dit vereist gespecialiseerde expertise in historische constructietechniek. De vergunning omvatte ook het onderzochte van parkeren, ecologie en geluid. Dit toont dat de technische uitwerking niet alleen beperkt is tot de constructie zelf, maar ook de omgeving moet worden meegewogen.
Het college heeft benadrukt dat de exacte invulling van de educatieve functie nog niet bekend is, maar dat het "kader" is gegeven door de bestemming "maatschappelijke voorzieningen". In dit kader vallen sociale, religieuze, medische, culturele (openbare) en educatieve voorzieningen. Dit betekent dat de bunker kan worden ingezet voor lezingen, tentoonstellingen of andere activiteiten die de geschiedenis van de gemeente Amstelveen in de breedste zin van het woord onder de aandacht brengen.
De planning voor de restauratie was gericht op een specifieke termijndatum: april 2021. Dit vereiste een nauwkeurige planning van de aanbesteding en de uitvoering van de werkzaamheden. Het college heeft overleg gevoerd met deskundigen en lokale partijen om de educatieve functie van de bunker te concretiseren. Dit overleg vond plaats op 27 oktober 2020, en het verslag hiervan is bijgevoegd bij de brief aan de raad.
De Rol van Bestuursrecht en Rechtbank
De zaak van de bunker in Amstelveen biedt een fascinerende inkijk in het Nederlandse bestuursrecht. De rechtbank, bestaande uit mr. M.J.M. Langeveld als voorzitter en leden mr. J.H.M. van de Ven en mr. L.Z. Achouak el Idrissi, oordeelde over de rechtmatigheid van de beslissing van het college. De kern van de rechtspraak was de vraag of het college in redelijkheid de omgevingsvergunning had kunnen verlenen. De rechtbank hield rekening met de bestemming "Groen" en de wens van het college om de bunker voor educatieve doeleinden te gebruiken.
De rechtbank verwijst naar de vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (RvS), specifiek de uitspraak van 4 april 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1153). Deze rechtspraak stelt dat de overheid bevoegd is om af te wijken van het bestemmingsplan indien dit bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. In dit geval was de afwijking van de bestemming "Groen" naar "maatschappelijke voorzieningen" gerechtvaardigd omdat het college wilde de geschiedenis van de gemeente onder de aandacht brengen.
Het college heeft een verweerschrift ingediend in de procedure. De eisers, bestaande uit de vereniging "Sloop de Bunker" en individuele omwonenden, stelden beroep in tegen het bestreden besluit van 2 februari 2018. De rechtbank oordeelde het beroep ongegrond omdat het college de vergunning in redelijkheid had kunnen verlenen. De rechtbank benadrukte dat er geen aanleiding bestond voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.
De procedure omvatte ook een griffierechtelijke procedure waar de eisers zich lieten vertegenwoordigen door hun gemachtigde, mr. N. Blom, bijgestaan door mr. R.M. Sterk en mr. M. Bodelier. Het college liet zich vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door mr. R. Meyer. Dit toont de formele en juridische complexiteit van de zaak, waarbij beide partijen uitgebreid waren gerepresenteerd.
De rechtbank oordeelde dat de vergunning in redelijkheid was verleend, gebaseerd op het toepasselijke bouwovergangsrecht uit het bestemmingsplan. Dit betekent dat de gemeente Amstelveen de bevoegdheid heeft om af te wijken van het bestemmingsplan als dit noodzakelijk is voor de behoud van het monument en de nieuwe functie. De rechtbank onderzocht ook de vraag of de bezwaarschriftencommissie inhoudelijk op het bezwaar had moeten ingaan. De commissie had de aanvraag voor bouwen gehonoreerd op grond van het toepasselijke bouwovergangsrecht.
Het Bestemmingsplan en Ruimtelijke Ordening
Het bestemmingsplan voor de locatie van de bunker bepaalde oorspronkelijk een bestemming van "Groen". Deze bestemming bood geen mogelijkheid om het bouwwerk te gebruiken voor educatieve doeleinden. Het college wilde de bunker omzetteren naar een functie die past bij de "maatschappelijke voorzieningen", wat een afwijking van het bestemmingsplan vereiste. Deze afwijking was gerechtvaardigd door de noodzaak om het monumentale bouwwerk te behouden en te herbestemmen voor een educatieve functie.
Het college heeft de bunker aangewezen als gemeentelijk monument met een besluit van 31 mei 2016. Dit besluit was de basis voor de verdere stappen in de procedure. De afwijking van het bestemmingsplan is toegestaan onder de Wabo als dit bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. De rechtbank bevestigde dat het college in redelijkheid deze afwijking had mogen doen, aangezien het behoud van het monument en de educatieve functie een bijdrage leveren aan de ruimtelijke ordening van de gemeente.
Deze casus illustreert hoe het bestemmingsplan niet als een statisch document moet worden gezien, maar als een kader dat kan worden aangepast aan nieuwe behoeften. De afwijking van de bestemming "Groen" naar "maatschappelijke voorzieningen" was noodzakelijk om de bunker te kunnen gebruiken als educatief centrum. De rechtbank oordeelde dat dit in overeenstemming was met een goede ruimtelijke ordening.
Het college heeft verder het "parkeren", de "ecologie" en het "geluid" onderzocht. Dit toont dat de ruimtelijke ordening niet alleen gaat over de bouw, maar ook over de omgeving. De afwijking van het bestemmingsplan vereist dus een grondige afweging van verschillende aspecten, wat de complexiteit van de procedure verhoogt.
Conclusie
De zaak van de oorlogsbunker in Amstelveen is een complex voorbeeld van de interactie tussen historisch erfgoed, bestuursrecht en ruimtelijke ordening. Het college van burgemeester en wethouders heeft succesvol een afwijking van het bestemmingsplan verwezenlijkt door de afwijking van de bestemming "Groen" naar "maatschappelijke voorzieningen". Dit werd mogelijk gemaakt door de Wabo en het Besluit omgevingsrecht (Bor). De rechtbank bevestigde dat het college de vergunning in redelijkheid had mogen verlenen, waardoor het beroep van de vereniging "Sloop de Bunker" ongegrond werd verklaard.
De restauratie van de bunker, gepland om in april 2021 gereed te zijn, omvat niet alleen het behoud van het monument, maar ook de omzetting naar een educatief centrum. Dit vereiste een grondig onderzoek van de constructieve waarde van het dijklichaam, de ecologie, parkeren en geluid. De direct omwonenden werden geïnformeerd over de tijdelijke verwijdering van het groen rond de bunker, wat de communicatie met de buurt benadrukt.
Deze casus laat zien hoe de overheid kan handelen om historisch erfgoed te behouden en te hergebruiken, zelfs als dit afwijkt van het bestemmingsplan. De rechtbank oordeelde dat de afwijking gerechtvaardigd was omdat het behoud van de bunker en de educatieve functie een bijdrage levert aan de ruimtelijke ordening en het culturele erfgoed van de gemeente Amstelveen.