Omgevingsvergunning en BIBOB: Integriteitscontrole voor Bouwprojecten in Haarlemmerliede en Velsen

De verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen is meer dan een formeel administratief traject. Het is een proces waarbij de overheid de integriteit van de aanvrager toetst aan de hand van de Wet BIBOB (Wet Bevordering Integriteit en Beperking Omvang Bedrijfsactiviteiten met georganiseerde criminaliteit). Voor projecten in het gebied van de voormalige gemeente Velsen, waar Haarlemmerliede onder valt, geldt dat bij grote bouwsommen het risico toeneemt dat vergunningen misbruikt worden voor witwassen. De gemeente past daarom een strikt instrumentarium toe op aanvragen voor bouwen in specifieke zones, zoals het havengebied, waar wetenschappelijke studies aantonen dat havens als knooppunten grote aantrekkingskracht hebben op georganiseerde criminaliteit. Dit artikel behandelt de procedure, de criteria voor weigering en de rol van het landelijk Bureau BIBOB binnen dit proces.

De context van integriteitsbeleid in het Noordoostelijk kanaalgebied

Het beleid rondom de omgevingsvergunning voor bouwen is sterk gekoppeld aan de specifieke risico's die in bepaalde gebieden aanwezig zijn. De wetenschappelijke studies van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie bevestigen dat havens, zoals die in het gebied van het Noordzeekanaal, een magnetische werking hebben op criminele netwerken. In het Veiligheidsbeeld Noordzeekanaalgebied 2008, opgesteld in opdracht van het bestuurlijk platform Havenveiligheid, wordt vastgesteld dat de economische activiteit in deze havens toeneemt. Als een soort wetmatigheid volgt hierop een toename van de criminaliteit.

In het gehele gebied van het Noordzeekanaal, dat grenst aan de voormalige gemeente Velsen (waar Haarlemmerliede deel van uitmaakt), zijn meer dan 10 criminele samenwerkingsverbanden actief. Deze feiten vormen de directe onderbouwing voor het toepassen van de Wet BIBOB op bouwactiviteiten in het havengebied. Het risico dat een bouwvergunning wordt misbruikt voor witwassen van geld (investeren in vastgoed) is significant hoger bij projecten met een hoge bouwsom dan bij kleinere projecten. Dit risico leidt ertoe dat het college van burgemeester en wethouders van Velsen het BIBOB-instrumentarium toepast op aanvragen voor omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen.

De Wet BIBOB, die op 1 juni 2003 in werking trad, stelt bestuursorganen in staat zich te beschermen tegen het risico dat bestuurlijke faciliteiten worden misbruikt voor criminele doeleinden. Het doel is om te voorkomen dat met behulp van vergunningen criminele activiteiten worden ontplooid en zwarte gelden worden gewitwassen. Hoewel de wet oorspronkelijk gericht was op diverse sectoren zoals horeca, prostitutie en speelautomaten, is het instrumentarium uitgebreid naar de bouwnijverheid, met name in gebieden met verhoogd risico.

De werkwijze van de integriteitstoets

De procedure voor het toepassen van de Wet BIBOB op een omgevingsvergunning voor bouwen volgt een gestructureerd traject. Dit traject bestaat uit een lichte toets en, indien nodig, een diepgaande toets. Het proces begint wanneer de aanvrager wordt verzocht om, naast de reguliere bescheiden, de specifieke vragenlijst BIBOB in te vullen. Deze lijst dient om inzicht te krijgen in de achtergrond en de financiële verhoudingen van de aanvrager.

Het proces wordt in de volgende stappen uitgevoerd:

  • De aanvrager wordt verzocht de vragenlijst BIBOB in te vullen als aanvulling op de reguliere aanvraagbescheiden.
  • De ingevulde vragenlijst inclusief de bij te voegen bescheiden wordt globaal bekeken, wat bekendstaat als de "lichte toets".
  • Indien de aanvrager weigert de vragenlijst volledig in te vullen, kan dit aanleiding zijn om de aanvraag buiten behandeling te stellen. Het niet (volledig) invullen van de vragenlijst wordt in de regel gelijkgesteld met "ernstig gevaar" dat de vergunning misbruikt wordt voor criminele doeleinden.
  • Als er op basis van de lichte toets geen twijfels bestaan omtrent de integriteit van de aanvrager, dan wordt de vergunning verleend, mits voldaan is aan de overige vergunningvereisten.
  • Als er op basis van de lichte toets twijfels ontstaan, wordt een diepgaande toets uitgevoerd.
  • Bij de diepgaande toets worden open bronnen geraadpleegd, zoals de Kamer van Koophandel en het Kadaster, en kunnen eventueel aanvullende vragen worden gesteld aan de aanvrager.
  • Indien de gemeente na de diepgaande toets geen aanwijzingen heeft dat er sprake is van "ernstig gevaar" (zoals gedefinieerd in de Wet BIBOB), dan wordt de vergunning verleend, mits de overige eisen zijn vervuld.
  • Indien er genoeg aanwijzingen zijn om in redelijkheid te kunnen aantonen dat er sprake is van "ernstig gevaar", dan wordt de vergunning geweigerd.

De rol van het landelijk Bureau BIBOB

In situaties waarin na de diepgaande toets nog vragen blijven bestaan omtrent de integriteit van de aanvrager, schakelt de gemeente het landelijk Bureau BIBOB in. Dit gebeurt vaak als er twijfel overblijft die niet opgelost kan worden met de beschikbare openbare bronnen. In de gevallen waarin de officier van justitie adviseert dat er een advies moet worden aangevraagd, wordt eerst de diepgaande toets uitgevoerd, waarna, indien nodig, het advies wordt ingewonnen.

De beslissing tot verlening of weigering van de vergunning wordt uitsluitend genomen op basis van het advies van het landelijk Bureau BIBOB. Dit bureau fungeert als het centrale orgaan voor integriteitstoetsen en biedt de gemeente de nodige onderbouwing voor een juridisch houdbaar besluit. De wet stelt het weigeren van het invullen van de vragenlijst gelijk aan ernstig gevaar, wat betekent dat de aanvraag buiten behandeling kan worden gesteld op grond van artikel 4:5 lid 1 van de Algemene Wet Bestuursrecht. Tevens kan een reeds verleende vergunning ingetrokken worden op grond van artikel 4 van de Wet BIBOB als blijkt dat de aanvrager de eisen voor integriteit niet nakomt.

Toepassing op reeds verleende vergunningen

De wetgeving biedt de gemeente de mogelijkheid om ook bij reeds verleende omgevingsvergunningen de integriteit van de vergunninghouder te toetsen. Dit geldt ook als er geen nieuwe aanvraagprocedure is gestart. Het risico van misbruik van vergunningen voor witwassen blijft bestaan zolang de vergunning geldig is. Zonder dat er een nieuwe aanvraag is, biedt de Wet BIBOB de mogelijkheid om na te toetsen of de vergunninghouder nog steeds voldoet aan de eisen van integriteit. Als er ernstig gevaar wordt geconstateerd, kan de vergunning worden ingetrokken.

Deze faculteit is cruciaal voor het voorkomen dat criminele groepen zich verschuilen achter bestaande vergunningen. De toetsing kan worden opgestart op basis van nieuwe informatie of signalen van de politie of justitie. Dit zorgt ervoor dat de integriteit van de bouwnijverheid niet alleen bij de eerste aanvraag wordt geverifieerd, maar ook gedurende de levensduur van het project.

Bevoegdheid en procedurele kader

Het bevoegd gezag voor de beslisiging over de omgevingsvergunning ligt bij het college van burgemeester en wethouders, zoals geregeld in artikel 2.4, eerste lid, van de Wet Algemene Bestuurlijk Recht (Wabo). Dit geldt voor de meeste aanvragen. Uitzonderingen waarbij de provincie of de minister bevoegd zijn, zijn geregeld in hoofdstuk 3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor). De hier besproken beleidslijn heeft betrekking op de vergunningen waarvoor het college van burgemeester en wethouders bevoegd is.

De Wabo kent een limitatief-imperatief stelsel voor de omgevingsvergunning voor bouwen. Dit houdt in dat de vergunning verleend dient te worden als er geen sprake is van de wettelijke weigeringsgronden. Tegelijkertijd moet de vergunning worden geweigerd als één van de wettelijke weigeringsgronden van artikel 2.10 Wabo zich voordoet. De wet biedt geen ruimte voor discretionair handelen als de wettelijke eisen niet worden gehaald.

Er zijn uitzonderingen op het algemene bouwverbod geregeld in artikel 2 en 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om dakkapellen, bouwwerken op het achtererf en erfafscheidingen die aan bepaalde eisen voldoen. Deze kleine bouwwerken vallen vaak buiten het bereik van de volledige BIBOB-toetsing, tenzij er specifieke risico's aanwezig zijn die de toetsing noodzakelijk maken.

Praktische aspecten van de aanvraag in Haarlem en Velsen

Voor inwoners van Haarlemmerliede en de omgeving is het belangrijk om te weten dat de gemeente Haarlem specifieke procedures hantert voor het aanvragen en vernieuwen van vergunningen. Hoewel de specifieke beleidslijn hier besproken is voor Velsen, zijn de principes van de Wet BIBOB nationaal van toepassing. In de context van Haarlemmerliede, als onderdeel van de gemeente Haarlem, gelden vergelijkbare regels omtrent het aanvragen van een bouwvergunning, kap- en splitsvergunning, en het gebruik van gemeentegrond.

De gemeente Haarlem biedt informatie over bestemmingsplannen, bouwtekeningen en bodeminformatie voor bouwers. Het is cruciaal dat bouwers en hun vertegenwoordigers de integriteit van hun project kunnen garanderen. Als een project in het havengebied of in gebieden met verhoogd risico valt, wordt de lichte en diepgaande toets uitgevoerd.

Een overzicht van de mogelijke uitkomsten van de integriteitstoets is hieronder weergegeven in een tabel om de procedure helder te maken voor aanvragers en professionals.

Stap in het proces Actie Mogelijke uitkomst
Aanvraag Inleveren reguliere bescheiden en vragenlijst BIBOB Start van de procedure
Lichte toets Globale beoordeling van de ingeleverde vragenlijst Geen twijfel -> Verlening
Twijfel -> Diepgaande toets
Weigering invullen Aanvrager weigert de lijst in te vullen Aanvraag buiten behandeling
Diepgaande toets Onderzoek naar open bronnen (KvK, Kadaster) Geen ernstig gevaar -> Verlening
Ernstig gevaar -> Weigering
Advies Bureau BIBOB Indien twijfel blijft bestaan Besluit op basis van advies
Reeds verleende vergunning Toetsing tijdens de geldigheidsduur Mogelijkheid tot intrekking

De relatie tussen havens en criminaliteit

De wetenschappelijke onderbouwing voor de strikte toepassing van de Wet BIBOB in specifieke gebieden is essentieel voor het begrip van het beleid. Havens fungeeren als knooppunten waar goederen, personen en geld samenkomen. Dit maakt ze kwetsbaar voor misbruik door georganiseerde criminaliteit. In het Veiligheidsbeeld Noordzeekanaalgebied 2008 wordt geconstateerd dat de economische activiteit in de havens toeneemt en dat hierbij, als een soort wetmatigheid, ook de criminaliteit toeneemt.

Onderzoek heeft aangetoond dat meer dan 10 criminele samenwerkingsverbanden actief zijn in het gebied rond het Noordzeekanaal. Dit maakt de toepassing van de Wet BIBOB in dit specifieke gebied noodzakelijk. Het risico op witwassen is hier significant hoger dan in andere, minder gevaarlijke gebieden. De gemeente Velsen heeft dit risico erkend en heeft daarom een specifieke beleidslijn opgesteld om dit aan te pakken.

Conclusie

De verlening van een omgevingsvergunning voor bouwen in gebieden als Haarlemmerliede en het havengebied van Velsen is onderworpen aan strikte integriteitstests via de Wet BIBOB. Het proces begint met een lichte toets van de ingevulde vragenlijst en kan escaleren naar een diepgaande toets en advies van het landelijk Bureau BIBOB. De wet bepaalt dat weigering van het invullen van de vragenlijst gelijkstaat aan ernstig gevaar, wat leidt tot het buiten behandeling stellen van de aanvraag of intrekking van reeds verleende vergunningen. De aanwezigheid van georganiseerde criminaliteit in het havengebied, bevestigd door studies van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum, vormt de directe aanleiding voor dit strenge beleid. Voor bouwers en professionals is het van cruciaal belang om de procedures nauwkeurig te volgen en de vragenlijst volledig in te vullen om vertragingen of weigering te voorkomen.

Bronnen

  1. Beleidslijn BIBOB voor omgevingsvergunning bouwen - Lokale regelgeving
  2. Gemeente Haarlem - Home

Gerelateerde berichten