Kiddy Rides en Omgevingsvergunningen: Regels voor Kleine Attracties in Nederland

Het plaatsen van speel- en attractietoestellen in de openbare ruimte of op private terreinen in Nederland wordt omringd door een complex netwerk van wetgeving, veiligheidseisen en gemeentelijke regelingen. Bij kleine attractietoestellen, vaak aangeduid als "kiddy rides" of kleine speelhuisjes, gelden specifieke uitzonderingen en regels die afwijken van de standaardprocedure voor grotere attracties. Een fundamenteel begrip van de onderscheidingen tussen speeltoestellen, attractietoestellen en gastouderopvang is essentieel voor iedereen die dit soort faciliteiten wil exploiteren, verhuren of installeren. De wetgeving onderscheidt niet alleen op basis van grootte, maar ook op basis van bestemming en locatie.

Het kernpunt van de discussie rondom kiddy rides is de vraag of er sprake is van een omgevingsvergunning. Dit hangt af van het lokale omgevingsplan, de hoogte van het toestel en de specifieke regels van de gemeente. Voor veel kleine toestellen geldt echter een uitzondering die de administratieve lasten verlaagt. Deze uitzonderingen gelden echter niet voor elke vorm van opvang of speeltoestel, aangezien de definitie van "klein" strikt is gedefinieerd in de wet.

Deze analyse biedt een diepgaande verkenning van de juridische en technische kaders die van toepassing zijn op kleine attractietoestellen, met name de interface tussen de Warenwet en lokale ruimtelijke beleidsregels. Het doel is om een helder beeld te schetsen van wat verhuurders, uitbaters en particulieren moeten weten over keuringen, vergunningen en de verplichtingen die hieraan verbonden zijn.

Definities en Uitzonderingen voor Kleine Toestellen

Om de regels voor een kiddy ride correct toe te passen, moet eerst de aard van het toestel worden vastgesteld. In de Nederlandse wetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen speeltoestellen en attractietoestellen, waarbij de schaal en het risico de doorslag geven voor de geldende eisen.

Kleine attractietoestellen die bedoeld zijn voor maximaal drie personen vallen onder een specifieke uitzondering. Deze categorie, vaak bekend als "kiddy rides" in supermarkten of evenementen, hoeft niet te voldoen aan de strenge veiligheidseisen van het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (WAS 2023). Dit betekent dat voor deze specifieke categorie geen verplichte keuring door een aangewezen keuringsinstelling (AKI) vereist is, tenzij er sprake is van een groter risico of een andere bestemming.

Eveneens gelden deze veiligheidseisen niet voor speeltoestellen die uitsluitend bij gastouderopvang worden gebruikt of voor speeltoestellen bij mensen thuis voor privégebruik. Dit is een cruciaal onderscheid. Als een klein attractietoestel echter gebruikt wordt in de openbare ruimte of voor commercieel doel buiten de context van een thuisomgeving, kunnen er toch regels gelden.

De wetgeving maakt ook een duidelijk onderscheid tussen de volgende vormen van kinderopvang, die allemaal onder de Wet Kinderopvang vallen: - Dagopvang: opvang in een kinderdagverblijf voor kinderen van nul tot vier jaar, gedurende dagdelen per week. - Buitenschoolse opvang (BSO): opvang voor kinderen in basisschoolleeftijd vóór en/of na schooltijd, tijdens vakanties en studiedagen. - Gastouderopvang: opvang in de woning van de gastouder of de vraagouder. - Peuterspeelzaalwerk: een specifieke vorm van opvang met eigen kwaliteitseisen.

Voor gastouderopvang geldt dat er maximaal zes kinderen (inclusief eigen kinderen onder de tien jaar) tegelijkertijd mogen worden opgevangen. Binnen deze setting is er geen verplichting tot een externe keuring van het speeltoestel, zolang het toestel niet als commercieel attractietoestel wordt beschouwd in de openbare ruimte.

De Rol van het Warenwetbesluit en Fabrikantverantwoordelijkheid

Voor fabrikanten, distributeurs en importeurs van speel- en attractietoestellen geldt een hoge verantwoordelijkheid voor productveiligheid. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023 (WAS 2023) legt de basis voor de veiligheidseisen. Als fabrikant is het noodzakelijk om het toestel te ontwerpen en te produceren volgens deze strenge regels.

De fabrikant moet een technisch dossier bijhouden dat gedetailleerde en volledige tekeningen, berekeningen, testresultaten en materiaalcertificaten bevat. Dit dossier moet tijdens de technische levensduur van het toestel bewaard worden. Bovendien moet er bij elk toestel een Nederlandstalige gebruiksaanwijzing worden geleverd en moeten de productgegevens onuitwisbaar op het toestel worden vermeld.

Deze verplichtingen gelden voor toestellen die niet onder de "kleine toestel"-uitzondering vallen. Voor toestellen die wel vallen onder de uitzondering, zoals kiddy rides voor maximaal drie personen, zijn deze specifieke eisen van het Warenwetbesluit niet van toepassing. Het is echter belangrijk op te merken dat het niet betekent dat er geen veiligheidseisen zijn; het betekent dat de specifieke administratieve lasten van een formele keuring en een uitgebreid technisch dossier niet van toepassing zijn, zolang de bestemming binnen de uitzondering blijft.

Omgevingsvergunningen en Lokale Regels

De noodzaak van een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een speel- of attractietoestel is niet universeel, maar afhankelijk van lokale beleidsregels. Het omgevingsplan (voormalig bestemmingsplan) in de specifieke gemeente bepaalt of een vergunning vereist is. Ook de hoogte van het toestel speelt een rol; hogere constructies vragen vaak om vergunningen.

Voor het vinden van de juiste regels kan het Omgevingsloket worden geraadpleegd. Dit portaal toont welke regels gelden in de betreffende gemeente, provincie of waterschap. Het is mogelijk om direct een vergunning aan te vragen via dit systeem.

Daarnaast kunnen er aanvullende regels gelden uit de Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) of andere gemeentelijke verordeningen. Deze kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de inzet van beveiliging en EHBO'ers, of op de locatie van het toestel. Voorbeelden van situaties waarin een vergunning nodig kan zijn: - Het plaatsen van een toestel op een openbare plek. - Het verhuren van een toestel aan een derde partij. - Het gebruik van het toestel in een commerciële context die niet onder de particuliere uitzondering valt.

Het is essentieel om te verduidelijken dat de aanwezigheid van een toestel in een publieke ruimte, zelfs als het een klein toestel is, mogelijk toch een omgevingsvergunning vereist als het in strijd is met het lokale omgevingsplan of als het toestel bepaalde hoogte- of oppervlaktegrenzen overschrijdt.

Keuringen en Verantwoordelijkheden van Verhuurders

Voor verhuurders en uitbaters van attractietoestellen gelden strenge verplichtingen omtrent de veiligheid en het onderhoud. Attractietoestellen moeten regelmatig opnieuw worden gekeurd door een aangewezen keuringsinstelling (AKI). De frequentie van deze herkeuring staat vermeld op het Certificaat van Goedkeuring. Dit verschilt van speeltoestellen, die niet hoeven te worden hergekeurd zolang er geen grote veranderingen aan het toestel worden aangebracht.

Het is verplicht om het keuringsrapport van de eerste keuring de volledige levensduur van het toestel te bewaren. Voor verhuurders geldt daarnaast de plicht om een actueel dossier bij te houden voor elk toestel. In dit dossier moet worden vermeld wie het toestel heeft opgebouwd, hoe het onderhoud wordt uitgevoerd en welke maatregelen er zijn genomen om de veiligheid te waarborgen.

Bij het verhuren van een speel- of attractietoestel moeten er een aantal documenten beschikbaar zijn voor de huurder. De huurder moet deze documenten op de locatie van het toestel kunnen laten zien. Als verhuurder bent u verantwoordelijk ervoor dat het toestel op de juiste manier wordt opgebouwd en afgebouwd en dat het veilig is. Dit geldt zowel voor toestellen die in het buitenland zijn vervaardigd als voor die welke in Nederland zijn geproduceerd.

Voor toestellen uit het buitenland die in Nederland worden geëxploiteerd, verhuurd of verkocht, is een keuring door een Nederlandse AKI noodzakelijk. Is het toestel reeds goedgekeurd door een bevoegde instelling in een ander EER-land? Dan bekijkt de Nederlandse AKI die beoordeling en bepaalt of er extra onderzoek nodig is. Dit proces zorgt voor de harmonisatie van veiligheidsstandaarden binnen de Europese economische ruimte.

Ruimtelijke Beleidsregels en Gastouderopvang

De wetgeving rondom kinderopvang en speeltoestellen in een huishoudelijke context is nauw verbonden met de ruimtelijke beleidsregels. Deze regels fungeren als een toetsingskader voor nieuwe aanvragen en bestemmingsplannen. Het doel van deze beleidsregels is het faciliteren van kleinschalige kinderopvang, zoals gastouderopvang, binnen de gemeente.

Volgens de Wet Kinderopvang en Kwaliteitseisen Peuterspeelzalen zijn er specifieke eisen gesteld aan de ruimtelijke inrichting. Voor een gastouder geldt dat er binnen en buiten voldoende speelmogelijkheden moeten zijn, afgestemd op het aantal en de leeftijd van de kinderen. De gastouder mag maximaal zes kinderen tegelijkertijd onder de hoede nemen, inclusief eigen kinderen onder de tien jaar.

Het is mogelijk dat een gastouder op verschillende adressen kinderen opvangt, namelijk op het eigen woonadres of op het adres van een vraagouder. In beide gevallen moeten er voldoende speelmogelijkheden zijn. Belangrijk is dat de veiligheidseisen uit het Warenwetbesluit niet gelden voor speeltoestellen bij gastouderopvang. Dit betekent dat voor een speeltoestel in een gastouderopvang geen externe keuring vereist is, mits het toestel niet als commercieel attractietoestel in de openbare ruimte fungeert.

De volgende tabel vat de belangrijkste verschillen samen tussen de diverse vormen van opvang en de geldende regels voor speeltoestellen:

Vorm van Opvang Maximaal aantal kinderen Locatie Keuring vereist? Vergunning vereist?
Gastouderopvang 6 (inclusief eigen kinderen) Woning gastouder of vraagouder Nee (uitzondering) Afhankelijk van locatie en hoogte
Peuterspeelzaalwerk Verschilt per regel Specifieke ruimte Ja (indien commercieel) Ja (vaak)
Kleinschalige opvang (BSO) Verschilt per regel Openbare of semi-openbare ruimte Ja Ja
Commercieel Attractietoestel Verschilt Openbare ruimte Ja (regulier) Ja (vaak)
Kiddy ride (max 3 p.) 3 Supermarkt / Evenement Nee (uitzondering) Afhankelijk van plan

Internationale Toestellen en Harmonisatie

De import en export van speel- en attractietoestellen brengt specifieke uitdagingen met zich mee. Als u een speel- of attractietoestel uit het buitenland wilt exploiteren, verhuren of verkopen in Nederland, moet het toestel eerst door een aangewezen keuringsinstelling (AKI) worden gekeurd. Dit geldt ook als het toestel al goedgekeurd is door een bevoegde instelling in een ander land binnen de Europese Economische Ruimte (EER).

De Nederlandse AKI zal de bestaande beoordeling analyseren en bepalen of er aanvullend onderzoek nodig is. Dit proces zorgt voor de veiligheid en conformiteit met de Nederlandse en Europese standaarden. Het is cruciaal dat deze procedure wordt gevolgd om juridische risico's te vermijden en de veiligheid van gebruikers te waarborgen.

Voor het melden van attractietoestellen die voor het eerst in Nederland worden opgebouwd, moet er een melding worden gedaan bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Deze meldingsplicht geldt niet voor kleine attractietoestellen voor maximaal drie personen en voor speeltoestellen die onder de uitzondering vallen. Het toestel moet ook worden afgeboekt als het niet meer in bezit is, bijvoorbeeld na verkoop of vernietiging.

Praktische Implementatie en Toezicht

Voor het uitvoeren van de verplichtingen is het noodzakelijk om contact op te nemen met de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente. De volgende manieren van contact zijn mogelijk: - Per telefoon: 088 – 54 50 001 (specifiek voor bouwwerken en toezicht). - Via een online formulier, waarna er zo spoedig mogelijk contact wordt opgenomen. - Via het algemene nummer 088 – 54 50 000, optie 1.

Deze afdeling kan helpen bij vragen over omgevingsvergunningen, inzien van bestemmingsplannen, vergunningsvrij bouwen of meldingen over illegaal bouwen. Voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas wordt deze dienst verstrekt door de ODMH. De gemeente Gouda heeft een eigen frontoffice.

Bij nadeelcompensatie gaat het om een vergoeding van schade die rechtmatig door de gemeente is veroorzaakt, bijvoorbeeld door het weigeren van een omgevingsvergunning of door regels in het omgevingsplan. Dit is een belangrijk mechanisme voor burgers die schade ondervinden als gevolg van overheidsbesluiten.

Het bijhouden van een actueel dossier is niet alleen een administratieve plicht, maar ook een essentiële veiligheidswaarborging. Dit dossier dient als bewijsmiddel dat het toestel voldoet aan alle eisen en veilig is voor gebruik. Voor verhuurders is het van belang dat de huurder deze documenten op locatie kan tonen.

Conclusie

De regulering van kiddy rides en kleine attractietoestellen in Nederland vereist een genuanceerd begrip van de onderscheidingen tussen toestellen die onder de uitzondering vallen en die welke onder de volledige wetgeving vallen. Terwijl kleine attractietoestellen voor maximaal drie personen en speeltoestellen bij gastouderopvang vrijgesteld zijn van de strenge veiligheidseisen van het Warenwetbesluit, blijft het noodzakelijk om de lokale omgevingsvergunningen en beleidsregels te controleren.

De combinatie van landelijke wetgeving, zoals de Wet Kinderopvang en het Warenwetbesluit, met lokale ruimtelijke beleidsregels, vormt een complex maar essentieel kader voor het veilig en legaal plaatsen van speel- en attractietoestellen. Of het nu gaat om een commercieel kiddy ride op een markt of een speeltoestel in een gastouderopvang, de naleving van de regels is cruciaal voor de veiligheid van de gebruikers en de juridische conformiteit van de uitbater.

Het is essentieel om te benadrukken dat de uitzonderingen niet een lege ruimte van regelgeving vormen; ze vereisen nog steeds zorgvuldig beheer en naleving van lokale plannen. Door de juiste procedures te volgen, inclusief het bijhouden van dossiers en het vragen van vergunningen waar nodig, kunnen uitbaters en ouders een veilige en wettelijke omgeving creëren voor kinderen.

Bronnen

  1. Regels voor speeltoestel en attractietoestel - Ondernemersplein
  2. Ruimtelijke beleidsregels kinderopvang - Lokale regelgeving
  3. Veelgestelde vragen - ODMH Bouwen & Wonen

Gerelateerde berichten