De wettelijke regeling rondom het afmeren en de ligging van schepen in Nederland is een complex samenspel tussen gemeentelijke vergunningen en provinciale natuurbeleid. Een actueel en controversieel voorbeeld hiervan is de ligging van het museumschip 'De Ark van Noach' in de gemeente Zeewolde, gelegen op het Tulpeiland. Deze situatie illustreert de kwetsbaarheid van tijdelijke vergunningen, de noodzaak van ecologisch onderzoek en de strikte termen voor het intrekken van omgevingsvergunningen bij uitblijven van werkzaamheden. Het geval van de Ark van Noach onthult een specifieke juridische situatie waarbij een omgevingsvergunning aanvankelijk werd aangevraagd, maar uiteindelijk 'buiten behandeling' werd gesteld vanwege de hoge kosten van het vereiste natuuronderzoek en de tijdelijke aard van de ligging.
Deze situatie roept vragen op over de geldigheid van de vergunning, de vereisten voor een 'Verklaring van Geen Bedenkingen' van de provincie Flevoland en de consequenties van het intrekkingsbeleid zoals vastgelegd in de lokale beleidsregels. De analyse focust op de mechanismen die bepalen wanneer een vergunning ingetrokken wordt, de rollen van de gemeente en de provincie in de toetsing van natuurwaarden, en de praktische implicaties voor initiatiefnemers die willen opereren in beschermde gebieden zoals Natura 2000. De case studie van de Ark van Noach dient als basis voor het begrijpen van de juridische en procedurele nuances binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
Juridische Complexiteit bij de Ligging van de Ark van Noach
De ligging van het museumschip 'De Ark van Noach' op het Tulpeiland in Zeewolde is een duidelijk voorbeeld van een situatie waarin de wettelijke vereisten niet volledig zijn ingevuld, wat leidt tot een status van 'feitelijk illegaal'. Dit wordt bevestigd door antwoorden van zowel de gemeente Zeewolde als de provincie Flevoland. De kern van het probleem ligt in de gebrekkige aanvraag en toelating volgens de Wet natuurbescherming (Wnb). De Ark maakte op 7 april 2022 zijn entree in Zeewolde en opende twee weken later de deuren aan het publiek. Hoewel er aanvankelijk sprake was van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij de gemeente, bleek later dat de noodzakelijke vergunning voor het afmeren in een Natura 2000-gebied niet was verleend door de provincie Flevoland.
Volgens Marloes Kolen, adviseur ecologie en Wet natuurbescherming bij de provincie, is voor de ligging van het schip een omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning wordt aangevraagd bij de gemeente, die vervolgens beoordeelt of er een vergunning volgens de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Als dit het geval is, zou de provincie een zogeheten VVGB (Verklaring van Geen Bedenkingen) moeten uitvaardigen, die als onderdeel dient voor de omgevingsvergunning. In het geval van de Ark van Noach is echter geen dergelijke vergunning verleend omdat deze ook niet is aangevraagd. De gemeente en de eigenaren kwamen tot de overeenkomst om het dure natuuronderzoek niet uit te voeren vanwege de hoge kosten en de tijdelijkheid van de ligging. Hierdoor werd de omgevingsvergunning 'buiten behandeling gesteld'.
Deze beslissing leidt tot de conclusie dat de ligging feitelijk illegaal is. De reden voor het niet uitvoeren van het onderzoek lag in het feit dat dit onderzoek alleen in bepaalde maanden van het jaar kan worden uitgevoerd, omdat in die periode de vogels aanwezig zijn. De kosten van dit onderzoek stonden niet in verhouding tot de tijdelijkheid van het project. Het toenmalige college nam een principebesluit voor een driejarige ligduur, maar een nieuw college heeft dit gewijzigd en besloot tijdens een vergadering op 26 juli 2022 dat het schip in principe tot uiterlijk 30 september 2023 op de huidige plek zou mogen blijven liggen. Desondanks ontbreekt de wettelijke basis van de Wet natuurbescherming, wat de juridische status van de ligging onzeker maakt.
De Rol van Natuuronderzoek en Provinciale Toetsing
Een cruciaal onderdeel van de vergunningenprocedure in beschermde gebieden is het natuuronderzoek. Dit onderzoek is noodzakelijk om de impact van de ligging op de fauna en flora in het gebied te bepalen, vooral in Natura 2000-gebieden waar strenge beschermingsnormen gelden. In het geval van de Ark van Noach was het uitvoeren van dit onderzoek een grote belemmering. Een woordvoerder van de gemeente Zeewolde gaf aan dat er wel een omgevingsvergunning was aangevraagd, maar dat de noodzakelijke natuuronderzoek niet werd uitgevoerd vanwege de hoge kosten en de beperkte seizoensgebondenheid van de uitvoering.
Het onderzoek kan slechts in bepaalde maanden worden uitgevoerd, namelijk wanneer de vogels aanwezig zijn in het gebied. Dit maakt het proces tijdrovend en kostbaar. De gemeente en de eigenaren hebben besloten om dit onderzoek niet te doen, met als argument dat de kosten niet in verhouding staan tot de tijdelijke aard van de ligging. De beslissing om de omgevingsvergunning 'buiten behandeling' te stellen betekent dat er geen officiële vergunning is afgegeven die het afmeren van het schip wettelijk toestaat binnen het kader van de Wet natuurbescherming.
De provincie Flevoland speelt hierin een sleutelrol. De adviseur ecologie stelt dat de provincie alleen een vergunning kan verlenen als er een voldoende onderbouwd onderzoek is uitgevoerd. Zonder deze onderbouwing is de ligging wettelijk niet gedekt. Dit creëert een situatie waarin het schip feitelijk illegaal ligt, hoewel er in de praktijk wel toestemming was voor een beperkte periode. Het ontbreken van de 'Verklaring van Geen Bedenkingen' van de provincie maakt de vergunning onvolledig en juridisch niet standvast.
Het Beleidskader voor Intrekking van Omgevingsvergunningen
Naast de specifieke situatie rondom de Ark van Noach, is het essentieel om het bredere beleidskader te begrijpen dat geldt voor het intrekken van omgevingsvergunningen in Nederland. De gemeente Zeewolde hanteert een specifieke beleidsregel voor het intrekken van vergunningen, die is gebaseerd op artikel 3.15 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze regel schrijft voor dat als een vergunninghouder binnen een bepaalde termijn geen werkzaamheden start, de vergunning wordt ingetrokken.
Deze procedure is gericht op het voorkomen van 'slaapvergunningen', waarbij vergunningen worden aangevraagd maar niet gebruikt, wat leidt tot onnodige administratieve belasting en mogelijke risico's voor de omgeving. De beleidsregel definieert duidelijk de termen waarop een vergunning wordt ingetrokken als er geen begin van werken is.
Termijnen en Procedures voor Intrekking per Type Werkzaamheid
De beleidsregel voor intrekking van omgevingsvergunningen maakt onderscheid tussen verschillende typen activiteiten. Voor elk type geldt een specifieke termijn waarna de vergunning wordt ingetrokken als er geen actie is ondernomen. Deze termijnen zijn strikt gedefinieerd in de lokale regelgeving van de gemeente.
| Type Werkzaamheid | Termijn voor Intrekking | Actie bij Overschrijding |
|---|---|---|
| Bouwen (Art. 2.1.1.a Wabo) | 1 jaar | Schriftelijke informatieverstrekking |
| Uitvoeren van werkzaamheden (Art. 2.1.1.b) | 1 jaar | Schriftelijke informatieverstrekking |
| Sloopwerkzaamheden (Art. 2.1.1.g) | 1 jaar | Schriftelijke informatieverstrekking |
| Vellen van houtopstanden (Art. 2.2.1.g) | 1 jaar | Schriftelijke informatieverstrekking |
| Gebruiken van gronden in strijd met bestemmingsplan (Art. 2.1.1.c) | 2 jaar | Schriftelijke informatieverstrekking |
| Oprichten of veranderen van inrichting (Art. 2.1.1.e) | 2 jaar | Schriftelijke informatieverstrekking |
Voor de activiteiten 'bouwen', 'uitvoeren van werkzaamheden', 'sloopwerkzaamheden' en 'vellen van houtopstanden' geldt dat als een jaar is verstreken na het verlenen van de omgevingsvergunning en binnen deze termijn niet is begonnen met de werkzaamheden, de vergunninghouder schriftelijk wordt geïnformeerd over het intrekkingsbeleid. Dit betekent dat er een waarschuwing wordt verstuurd als de termijn wordt overschreden.
Voor de activiteiten 'gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan' en 'oprichten, in werking hebben of veranderen van de werking van een inrichting' geldt dat er twee jaren zijn verstreken na het verlenen van de vergunning en gedurende deze termijn geen handelingen zijn verricht met gebruikmaking van de vergunning, de vergunninghouder schriftelijk wordt geïnformeerd over het intrekkingsbeleid.
Deze schriftelijke informatie dient als eerste stap in de procedure. Als de vergunninghouder binnen de aangegeven termijn geen zekerheid kan geven dat er op korte termijn zal worden gestart met de werkzaamheden, dan trekken burgemeester en wethouders de verleende vergunning in. De procedure voor de intrekking volgt dezelfde voorbereidingsprocedure als waarmee de vergunning tot stand is gekomen, conform artikel 3.15 van de Wabo.
Het Principe van Verlenging en De Rol van de Vergunninghouder
Een cruciaal element in het intrekkingsbeleid is de mogelijkheid tot verlenging van de termijn. Als de termijn wordt overschreden, wordt er eerst aan de vergunninghouder een voornemen van het intrekken van de omgevingsvergunning bekend gemaakt. Alleen als de vergunninghouder in zijn zienswijze de zekerheid kan geven dat er op korte termijn, maar uiterlijk binnen één jaar, zal worden gestart met de werkzaamheden, wordt de termijn met één jaar verlengd.
Dit mechanisme biedt een buffer voor projectinitiatiefnemers die om technische of financiële redenen vertragingen ondervinden. Echter, als de vergunninghouder niet de in het vorige lid vermelde zekerheid kan geven, dan trekken burgemeester en wethouders de verleende vergunning in. De beslissing tot intrekking is dus afhankelijk van de capaciteit van de vergunninghouder om een realistisch tijdschema te presenteren.
Voor de situatie van de Ark van Noach is deze regel van belang. Het nieuwe college van Zeewolde besloot tot een verlenging van de ligging tot uiterlijk 30 september 2023. Als er echter binnen deze termijn geen verdere stappen worden gezet en er geen zekerheid wordt gegeven voor de start van werkzaamheden, zou de vergunning ingetrokken kunnen worden volgens het vastgestelde beleid. De beslissing om het onderzoek niet uit te voeren leidt er echter toe dat de vergunning niet volledig geldig is, wat de vraag rijst of er sprake is van een ingetrokken vergunning of een vergunning die nooit volledig is verleend.
Praktische Implicaties voor Het Museumschip en De Gemeente
De situatie van de Ark van Noach benadrukt de kwetsbaarheid van tijdelijke vergunningen in beschermde gebieden. De gemeente Zeewolde en de provincie Flevoland hebben een specifieke rol in de toetsing van de wettigheid van de ligging. Het feit dat de Ark op 7 april weer open is voor publiek, ondanks de onvolledige juridische basis, toont aan dat er in de praktijk een compromis is gevonden tussen de wettelijke vereisten en de praktische noodzaak van het behoud van cultureel erfgoed.
De eigenaren van de Ark moesten een keuze maken tussen het uitvoeren van een duur en seizoensgebonden natuuronderzoek en de hoge kosten die niet in verhouding zijn met de tijdelijkheid van de ligging. De beslissing om dit onderzoek niet te doen en de omgevingsvergunning buiten behandeling te stellen, leidde tot de conclusie dat de ligging feitelijk illegaal is. Dit creëert een risico voor de gemeente, die mogelijk aansprakelijk wordt gesteld als er schade ontstaat aan de omgeving of als er een juridisch geschil ontstaat.
De gemeentelijke beleidsregel voor intrekking biedt een mechanisme om onbenutte vergunningen af te handhaven. Als een vergunninghouder niet binnen de gestelde termijn begint met de werkzaamheden en geen zekerheid kan geven voor een vervolg, wordt de vergunning ingetrokken. Dit voorkomt dat vergunningen 'slapen' en zorgt voor een efficiënte besturing van de ruimtelijke ontwikkeling.
De Verbinding tussen Lokale En Provinciale Regelgeving
De wettelijke structuur van de omgevingsvergunning vereist een nauwe samenwerking tussen de gemeente en de provincie. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanvraag van de omgevingsvergunning en het beoordelen van de noodzaak van een vergunning volgens de Wet natuurbescherming. De provincie, via de adviseur ecologie, moet een 'Verklaring van Geen Bedenkingen' uitvaardigen als er een vergunning volgens de Wet natuurbescherming noodzakelijk is.
In het geval van de Ark van Noach is deze samenwerking niet volledig gerealiseerd. De provincie heeft geen vergunning verleend omdat het natuuronderzoek niet is uitgevoerd. Dit resulteert in een situatie waarin de ligging van het schip niet wettelijk gedekt is. De gemeente heeft besloten om de omgevingsvergunning buiten behandeling te stellen, wat betekent dat er geen officiële vergunning is afgegeven die het afmeren van het schip toestaat binnen het kader van de Wet natuurbescherming.
Deze situatie benadrukt de noodzaak van een volledige samenwerking tussen de overheden en de initiatiefnemer. Als er geen natuuronderzoek wordt uitgevoerd, kan er geen wettelijke vergunning worden verleend. Dit geldt ook voor andere projecten in beschermde gebieden. De beslissing van de gemeente en de eigenaren om het onderzoek niet uit te voeren, heeft geleid tot een situatie waarin de ligging feitelijk illegaal is, ondanks de praktische opening van het museum.
De Rol van Het College van Burgemeester en Wethouders
Het college van burgemeester en wethouders speelt een centrale rol in het besluiten van de ligging van de Ark van Noach. Het toenmalige college nam een principebesluit voor een driejarige ligduur, maar het nieuwe college heeft dit gewijzigd. Tijdens een vergadering van 26 juli 2022 besloot het nieuwe college dat het schip in principe tot uiterlijk 30 september 2023 op de huidige plek zou mogen blijven liggen.
Deze beslissing is echter gebaseerd op een compromis en niet op een volledige wettelijke basis. De afwezigheid van de vergunning van de provincie betekent dat de ligging feitelijk illegaal is, ondanks de beslissing van het college. Het college kan de vergunning niet verlenen zonder de vereiste natuuronderzoek en de goedkeuring van de provincie.
De rol van het college is dus beperkt tot het nemen van een tijdelijk besluit, maar zonder de noodzakelijke wettelijke vergunningen blijft de ligging onwettelijk. Dit benadrukt de noodzaak van volledige naleving van de regelgeving en de belangrijke rol van de provincie in de toetsing van natuurwaarden.
Conclusie
De ligging van het museumschip 'De Ark van Noach' in Zeewolde illustreert de complexiteit van de wettelijke vereisten voor het afmeren van schepen in beschermde gebieden. De situatie onthult een gebrek aan volledige naleving van de Wet natuurbescherming en de noodzaak van een natuuronderzoek. Ondanks de praktische beslissingen van het college van Zeewolde om de ligging toe te staan tot een bepaalde datum, blijft de ligging feitelijk illegaal vanwege het ontbreken van de vereiste vergunning van de provincie.
Het intrekkingsbeleid van de gemeente voor omgevingsvergunningen biedt een mechanisme om onbenutte vergunningen af te handhaven. Als een vergunninghouder niet binnen de gestelde termijn begint met de werkzaamheden en geen zekerheid kan geven voor een vervolg, wordt de vergunning ingetrokken. Dit voorkomt dat vergunningen 'slapen' en zorgt voor een efficiënte besturing van de ruimtelijke ontwikkeling.
De situatie van de Ark van Noach benadrukt de noodzaak van volledige naleving van de regelgeving en de belangrijke rol van de provincie in de toetsing van natuurwaarden. Zonder het vereiste natuuronderzoek en de goedkeuring van de provincie kan er geen volledige omgevingsvergunning worden verleend, wat leidt tot een situatie waarin de ligging feitelijk illegaal is. Dit geval dient als waarschuwing voor andere projecten die in beschermde gebieden willen opereren en benadrukt de noodzaak van volledige samenwerking tussen de overheden en de initiatiefnemer.