De integratie van woonboten in het Nederlandse bouwklimaat vereist een gedetailleerde kennis van de wettelijke wijzigingen die hebben geleid tot een geïntegreerd vergunningenstelsel. Met de invoering van de Omgevingswet (voorheen de Wabo en Woningwet) is een fundamentele verschuiving gerealiseerd in de behandeling van drijvende bouwwerken. Waar woonboten lang als schepen werden gezien, worden deze nu, als ze niet primair voor het varen zijn bestemd, gelijkgesteld met bouwwerken. Deze jurisprudentiële verschuiving heeft direct gevolgen voor de vereiste vergunningen, de meetmethodieken en de handhavingsstrategieën van gemeenten. De kern van dit nieuwe stelsel ligt in de consolidatie van procedures: de omgevingsvergunning voor het bouwen en de ligplaatsvergunning kunnen thans in één procedure worden afgehandeld, waardoor administratieve dubbeling wordt voorkomen en juridische zekerheid wordt geboden aan eigenaren.
Een cruciaal aspect van dit proces is het concept van de "van rechtswege" verleende omgevingsvergunning. Voor woonboten waarvoor reeds een geldige ligplaatsvergunning bestond op de datum van invoering van de nieuwe wetgeving (1 januari 2018), wordt deze vergunning automatisch gelijkgesteld met een omgevingsvergunning. Dit betekent dat er geen nieuwe procedure hoeft te worden opgestart; de bestaande vergunning dient als juridisch bewijsstuk. Voor woonboten die geen geldige ligplaatsvergunning hadden op die datum, geldt dit overgangsrecht niet, wat leidt tot een noodzaak tot legalisatie of sanering. De juridische definitie van wat een "bouwwerk" is in dit verband, uitsluitend schepen waarvan de primaire functie varen is, valt buiten het bouwtoezicht. Dit onderscheid is essentieel voor het bepalen van de toepasselijkheid van het Bouwbesluit en de Woningwet op drijvende constructies.
De technische uitvoering en controle van woonboten geschieden door middel van specifieke meetinstructies die zijn ontwikkeld door het projectbureau "Wonen op het water". De meetinstructie "Meten is Weten" vormt de standaard voor het bepalen van de afmetingen van de woonboot ten opzichte van het bestemmingsplan en de ligplaatsvergunning. Deze instructie, die al sinds 2005 wordt gehanteerd, houdt in dat alles wat aard- en nagelvast zit aan de woonboot, inclusief extra voorzieningen en scheepsdetails, wordt meegenomen in de meting. Voor de ruimtelijke toetsing wordt echter een andere meetwijze gehanteerd op grond van het Paraplubestemmingsplan Drijvende Bouwwerken, waarbij de hoogte vanaf het waterpeil wordt gemeten. Voor de nautische toetsing wordt de hoogte gemeten vanaf de kruiplijn. Deze subtiele maar belangrijke verschillen bepalen of een woonboot conform is aan de regels.
Juridische Status en De Overgang naar Drijvende Bouwwerken
De rechtstreekse impact van de gewijzigde wetgeving op de status van woonboten is fundamenteel. Voorheen bestond er een scheiding tussen het bouwen van de constructie en het verlenen van een ligplaatsvergunning. Met de nieuwste wijzigingen in de Woningwet en de Omgevingswet (Wabo) is deze scheiding opgeheven. Het is nu mogelijk om de omgevingsvergunning voor het bouwen en de ligplaatsvergunning in één procedure te behandelen. Dit vereenvoudigt het proces aanzienlijk en zorgt voor een logische integratie van de regelgeving.
Een essentieel punt van aandacht is het concept van de "van rechtswege" verleende vergunning. Volgens de wetgeving worden de voorwaarden waaronder een eerdere (lokale) beschikking is verleend, automatisch voorschriften van de omgevingsvergunning. Dit betekent dat als een woonboot op 1 januari 2018 al een geldige ligplaatsvergunning bezat, deze vergunning voortaan als bewijs dient van de omgevingsvergunning. Er is geen nieuwe afweging noodzakelijk over het al dan niet verlenen van die vergunning, omdat eerdere beoordeling al had vastgesteld dat de veiligheidsaspecten voldeden aan de eisen.
Er is een belangrijke uitzondering voor schepen waarvan de primaire functie varen is. Deze vallen niet onder de definitie van een bouwwerk en hoeven dus niet aan de bouwregels te voldoen. Dit scheelt administratieve lasten voor schepen die daadwerkelijk varen. Voor schepen die dienen als woningen, restaurants of musea, maar niet primair voor varen zijn bedoeld, geldt dat ze wel als bouwwerken worden beschouwd. Voor deze categorie geldt het Bouwbesluit, wat betekent dat er specifieke eisen gelden voor constructie, brandveiligheid en gebruik.
De toepassing van het Bouwbesluit op nieuw te bouwen drijvende bouwwerken impliceert dat specifieke voorschriften worden opgenomen of dat bepaalde voorschriften niet van toepassing worden verklaard. Bijvoorbeeld, voor particulier opdrachtgeverschap gelden er reeds meer vrijheden dan voor andere bouwwerken. Een drijvend bouwwerk hoeft bijvoorbeeld geen balkon, tuin, buitenberging of badkamer te hebben. Dit is een significant verschil met vastgebouwde woningen, waar deze elementen vaak verplicht zijn. De eisen voor nieuwbouw zijn in overeenstemming met de minimumeisen die ook gelden voor bestaande bouw.
Voor bestaande woonboten die geen geldige ligplaatsvergunning hadden op 1 januari 2018, geldt geen overgangsrecht. Dit betekent dat deze eigenaren een nieuwe vergunning moeten aanvragen of de situatie moeten legaliseren. De gemeente kan in zo'n geval een constateringsbrief sturen met het verzoek om de situatie te legaliseren. Dit proces vereist dat de feitelijke situatie voldoet aan het bestemmingsplan en de andere kaders. Als de situatie niet in orde is, moet er een maatwerkoplossing worden gezocht in overleg met de eigenaar.
De juridische zekerheid die hier wordt geboden, is essentieel voor de markt van drijvende bouwwerken. Het zorgt voor een duidelijk kader waarin eigenaren weten welke vergunningen ze nodig hebben en welke regels gelden. De integratie van de procedures in één omgevingsvergunning betekent ook dat de gemeente geen aparte omgevingsvergunning kan verlenen voor een woonboot als die reeds een geldige ligplaatsvergunning heeft; deze dient al als het bewijs van de omgevingsvergunning. Op verzoek kan de gemeente een kopie van de geanonimiseerde ligplaatsvergunning verstrekken als bewijsstuk van de van rechtswege ontstane omgevingsvergunning.
Meetmethodieken en Ruimtelijke Toetsing
De technische beoordeling van een woonboot draait om de nauwkeurige bepaling van de afmetingen. Hiervoor zijn twee verschillende meetinstructies in gebruik, afhankelijk van het doel van de toetsing. De meetinstructie "Meten is Weten" is de staande praktijk sinds 2005 en is ontwikkeld door het projectbureau "Wonen op het water". Deze instructie wordt voornamelijk gebruikt voor de nautische toetsing op grond van de Verordening omgevingsvergunning voor woonboten (Vob) en voor het bepalen van afwijkingen ten opzichte van het bestemmingsplan.
Volgens deze instructie wordt alles wat aard- en nagelvast zit aan de woonboot meegenomen in de meting. Dit omvat ook extra voorzieningen en scheepsdetails. De meting vindt plaats vanaf de kruiplijn voor de nautische toetsing. Voor de ruimtelijke toetsing wordt echter een andere meetwijze gehanteerd, gebaseerd op het Paraplubestemmingsplan Drijvende Bouwwerken. Dit plan is beleidsarm en geldt uitsluitend als in moederplannen geen wijze van meten is vermeld.
Het belangrijkste verschil tussen de twee methodes ligt in de manier waarop de hoogte wordt gemeten. Voor de ruimtelijke toetsing wordt de hoogte gemeten vanaf het waterpeil, terwijl voor de nautische toetsing de hoogte wordt gemeten vanaf de kruiplijn. Dit verschil is cruciaal bij het bepalen of een woonboot voldoet aan de regels voor het bestemmingsplan en de ligplaatsvergunning.
| Kenmerk | Ruimtelijke Toetsing | Nautische Toetsing |
|---|---|---|
| Meetbasis | Paraplubestemmingsplan Drijvende Bouwwerken | Verordening omgevingsvergunning voor woonboten (Vob) |
| Hoogtemeting | Vanaf het waterpeil | Vanaf de kruiplijn |
| Inclusie | Afhankelijk van het type voorziening | Alles wat aard- en nagelvast zit (Meten is Weten) |
| Doel | Toetsing t.o.v. bestemmingsplan | Toetsing van nautische veiligheid en gebruik |
De meetinstructie "Meten is Weten" is opgesteld door het projectbureau "Wonen op het water", dat in 2002 is opgericht om langlopende knelpunten rondom Amsterdamse woonboten op te lossen. Het bureau heeft geleid tot de zogenaamde gereedschapskist, die door de stuurgroep "Wonen op het water" is vastgesteld en aangeboden aan de stadsdelen. Alle stadsdelen hebben actief deelgenomen aan de diverse werkgroepen geïnitieerd door het projectbureau. Deze instrumenten helpen bij het systematisch bepalen van de afmetingen en het controleren van conformiteit.
Bij de nulmeting, die een belangrijke rol speelde in de inventarisatie van woonboten, werd deze meetinstructie gehanteerd. De nulmeting was gericht op het inventariseren van het aantal bouwwerken en het vaststellen van afwijkingen. Voor de ruimtelijke toetsing geldt dat als een woonboot op grond van de nulmeting in het bestemmingsplan past, dit over het algemeen ook geldt indien de woonboot volgens de wijze van meten uit het bestemmingsplan wordt gemeten. Dit zorgt voor consistentie in de beoordeling.
Inventarisatie en Handhavingsstrategie
De gemeente voert systematische inventarisaties uit om een helder beeld te krijgen van de bestaande situatie. De nulmeting, zoals uitgevoerd in Amsterdam, omvatte een grondig onderzoek naar de ligplaatsvergunningen en de maatvoering van de woonboten. Bij de start van deze inventarisatie is besloten om de meetinstructie "Meten is Weten" te hanteren. Naast het onderzoek naar het bezit van een ligplaatsvergunning, staat de maatvoering van de woonboten ten opzichte van de ligplaatsvergunning en het bestemmingsplan centraal.
Op basis van de resultaten worden de woonboten verdeeld in verschillende groepen, waarbij de ligplaatsvergunning en het bestemmingsplan als criterium dienen. Dit maakt het mogelijk om beredeneerde keuzes te maken over welke niet-vergunde woonboten met voorrang worden aangepakt. De aantallen zijn in afgeronde getallen aangegeven en hebben de peildatum 1 januari 2020. Het is belangrijk op te merken dat de totalen bij optelling niet precies kloppen, omdat een aantal gegevens ontbreekt of wordt aangeduid als 'onbekend' of 'lege ligplaats'.
De handhavingsstrategie is een richtlijn voor een doelgerichte afhandeling van vraagstukken in geval van het ontbreken van de ligplaatsvergunning en/of overtredingen op het gebied van maatvoering in relatie tot planologisch gebruik, welstand en nautische veiligheid. Deze strategie is aanvullend op het Handhavingsbeleid Wabo 2017-2018 van de gemeente Amsterdam en is van toepassing op alle woonboten en niet-varende bedrijfsvaartuigen.
Wanneer er afwijkingen worden gevonden, wordt er in overleg met de eigenaar/ gebruiker gezocht naar een maatwerkoplossing. De geconstateerde situatie en de gekozen oplossing worden schriftelijk vastgelegd. In veel gevallen ontbreken er tekeningen in het dossier. Ook dan kan worden beoordeeld of de woonboot in overeenstemming met de vergunning is uitgevoerd. Hiervoor kunnen andere bronnen worden gebruikt, zoals de vergunningstekst in combinatie met luchtfoto's, buurtonderzoek en informatie van ketenpartners zoals Waternet.
Wanneer de nulmeting geen uitsluitsel geeft, wordt er via de VTH-afdelingsmanager van het stadsdeel in overleg getreden met het lokale bestuur om de specifieke situatie te bespreken. Als de situatie legaliseerbaar is, dat wil zeggen dat de feitelijke situatie voldoet aan het bestemmingsplan en/of de gemeente wil meewerken aan een afwijking van het bestemmingsplan, wordt er een constateringsbrief verzonden met het verzoek om de situatie te legaliseren.
Voor de categorie (historische) varende schepen waarop wordt verbleven (wonen, restaurant, museum en dergelijke) is een uitzondering gemaakt in de wetgeving. Dit betekent dat deze schepen niet onder de definitie van bouwwerk vallen en dus niet aan de bouwregels hoeven te voldoen. Dit is een cruciaal onderscheid dat de administratieve lasten voor eigenaren van historische schepen beperkt.
Specifieke Voorschriften voor Nieuwbouw en Particulier Opdrachtgeverschap
Voor nieuw te bouwen drijvende bouwwerken geldt ingevolge artikel 1b van de Woningwet het Bouwbesluit. In het Bouwbesluit worden waar nodig specifieke voorschriften opgenomen voor drijvende bouwwerken, of worden bepaalde voorschriften niet van toepassing verklaard. Voor wat betreft het buiten toepassing verklaren van Bouwbesluitvoorschriften wordt gedacht aan het uitbreiden van de uitzonderingen voor particulier opdrachtgeverschap naar de andere gebruiksfuncties.
De eisen voor woningen gebouwd in particulier opdrachtgeverschap gelden reeds sinds 1 juli 2015 ook voor drijvende woningen gebouwd in particulier opdrachtgeverschap. Deze eisen geven op dit moment reeds meer vrijheden dan voor andere bouwwerken gelden. Bij een drijvend bouwwerk hoeft er dan bijvoorbeeld geen balkon/tuin, buitenberging of badkamer aanwezig te zijn. Dit is een significant voordeel voor particuliere opdrachtgevers die hun woonboot zelf bouwen of laten bouwen.
Daarnaast zullen voor bepaalde onderwerpen voor nieuwbouw dezelfde minimumeisen gelden als voor bestaande bouw. Dit zorgt voor een gelijke behandeling van bestaande en nieuwe bouwwerken, waarbij de minimumeisen voor veiligheid en gebruik worden gegarandeerd. Voor wat betreft het buiten toepassing verklaren van Bouwbesluitvoorschriften wordt gedacht aan het uitbreiden van de uitzonderingen voor particulier opdrachtgeverschap naar de andere gebruiksfuncties.
De wetgeving biedt dus een duidelijk kader voor de bouw van nieuwe woonboten, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van drijvende bouwwerken. De vrijheden die gelden voor particulier opdrachtgeverschap zorgen ervoor dat de eisen minder stringent zijn dan voor commerciële projecten. Dit moedigt particulieren aan om zelf te bouwen of te laten bouwen binnen de kaders van de wet.
Conclusie
De juridische en technische kaders rondom woonboten zijn geëvolueerd van een gefragmenteerd systeem naar een geïntegreerd stelsel dat bouwwerk en ligplaatsvergunning combineert. De invoering van de Omgevingswet en de wijzigingen in de Woningwet hebben geleid tot een helderder proces waarbij de omgevingsvergunning en de ligplaatsvergunning in één procedure kunnen worden afgehandeld. Voor bestaande woonboten met een geldige ligplaatsvergunning op 1 januari 2018 geldt een overgangsrecht waarbij deze vergunning van rechtswege als omgevingsvergunning fungeert.
De technische toetsing van woonboten geschiedt via de meetinstructie "Meten is Weten", die al sinds 2005 wordt gehanteerd voor ligplaatsvergunningen. Voor de ruimtelijke toetsing wordt een andere meetwijze gehanteerd, met name wat betreft de meetpunt voor de hoogte: waterpeil versus kruiplijn. Dit verschil is essentieel voor het bepalen van conformiteit met het bestemmingsplan en de nautische veiligheid.
De inventarisatie en handhavingsstrategie zijn gericht op het identificeren van niet-vergunde woonboten en het bieden van een legalisatieprocedure. Wanneer afwijkingen worden gevonden, wordt er in overleg met de eigenaar een maatwerkoplossing gezocht. Voor nieuwbouw geldt het Bouwbesluit, met specifieke uitzonderingen voor particulier opdrachtgeverschap die meer vrijheden bieden, zoals het ontbreken van verplichte buitenruimten of badkamers.
Deze ontwikkeling markeert een belangrijk moment in de geschiedenis van het wonen op water, waarbij de wetgeving aansluit bij de specifieke kenmerken van drijvende bouwwerken. Het systeem biedt zowel juridische zekerheid voor eigenaren als een duidelijk kader voor gemeenten bij het hanteren van handhaving en vergunningverlening. De focus ligt op het creëren van een evenwicht tussen veiligheid, planologische eisen en de behoud van de unieke kenmerken van woonboten als drijvende constructies.