De Rijswijkseweg is niet zomaar een verkeersader, maar een levend document van de stadsontwikkeling van Den Haag. Deze weg, die de verbinding vormt tussen de stad en het dorp Rijswijk, belichaamt een complexe geschiedenis die reikt van de middeleeuwen tot de moderne verstedelijking. Terwijl veel historische bestratingen in de stad zijn verdwenen, blijft de Rijswijkseweg een cruciale schakel in het begrip van hoe de infrastructuur van de stad is geëvolueerd. De geschiedenis van deze weg onthult niet alleen de ontwikkeling van verkeersstromen, maar ook de veranderende rol van de openbare ruimte, van een landelijke zandweg naar een druk verkeersplein en uiteindelijk naar een moderne verkeersader.
De weg staat bekend als het "portaal van de residentie", zoals journalist Johan Gram het in 1905 noemde. Het was de eerste indruk die reizigers kregen van Den Haag toen ze uit Rijswijk kwamen. De weg leidde via de Rijswijkseweg, langs het Wachtje (een accijnshuisje dat nog steeds bestaat), door de Haagweide en vervolgens naar het centrum. De geschiedenis van deze weg is echter complex en bevat veel misverstanden over wie er verantwoordelijk was voor de aanleg en bestrating.
De Mythologie en Werkelijkheid van de Aanleg
Een veelvoorkomend misverstand in de geschiedschrijving is de rol van Constantijn Huygens. Het is wijdverbreid dat Huygens het ontwerp voor de weg naar de zee (Zeestraet) heeft geleverd en dat de weg naar zijn aanwijzingen is aangelegd. Deze mening is echter onjuist. De werkelijkheid is dat Huygens weliswaar al in de jaren 1620 gegevens heeft verzameld over de Haagse invalswegen, waaronder die door de duinen, en in 1653 een gedetailleerd voorstel deed voor de bestrating van de bestaande weg. Dit voorstel was echter geheel tevergeefs.
De daadwerkelijke uitwerking, het bestek en de uitvoering van de straatweg werden verzorgd door de heren Nieupoort, Van der Does en vooral landmeter Johan van Swieten. Zij werkten op basis van een plan van Cornelis Soetens, de penningmeester van het hoogheemraadschap Delfland. Het was Soetens die bedacht om een nieuw tracé aan te leggen, direct in het verlengde van het Nachtegaalspad (tegenwoordig de Parkstraat), inclusief een kanaal. Pas later, door een uitgekiende public relations campagne, kreeg Huygens de eer voor het werk, wat resulteerde in het oprichten van een borstbeeld, een initiatief dat in 1897 door de organisatie "Die Haghe" werd genomen.
Middeleeuwse Oorsprong en Grafelijke Verantwoordelijkheid
De Rijswijkseweg is een van de oudste wegen in de regio, zij het dat de Loosduinseweg misschien iets ouder is. De oorsprong gaat terug naar het begin van de aanleg van de Trekvliet rond 1345. Toen men dit kanaal ging graven, werd op de Rijswijkseweg een tol ingesteld door de graaf om de kosten van het kanaal te financieren.
Deze weg was een grafelijke weg, wat betekent dat het onderhoud door aangewezen dorpen moest worden verzorgd. Dit was een gebruikelijke vorm van belastingheffing in die tijd. Net als dorpen bijdroegen aan het onderhoud van grafelijke kastelen voor de veiligheid van het graafschap, moesten ze ook bijdragen leveren aan het onderhoud van de weg. Dit systeem toont hoe infrastructuur direct gekoppeld was aan de politieke structuur en de belastingheffing van het graafschap.
De Overgang naar Gemeentelijk Beheer
Een cruciaal moment in de geschiedenis van de Rijswijkseweg was het Koninklijk Besluit van 20 november 1820. Op die dag hakte koning Willem I de knoop door en werd het beheer van de weg van de graaf overgedragen aan de gemeente Den Haag. Hoewel de weg toen nog over het grondgebied van de gemeente Rijswijk liep (een dorp dat in de 18e eeuw eveneens eigendom was van Den Haag), werd de verantwoordelijkheid nu volledig bij de stad gelegd. Deze overdracht markeerde de overgang van een feodaal naar een modern gemeentelijk beheer.
In de 19e eeuw veranderde het landschap rondom de weg drastisch. De aanleg van het station Hollandse Spoor en de opbouw van nieuwe wijken als de Rivierenbuurt, de Stationsbuurt en het Laakkwartier maakten de aanleg van nieuwe verkeerswegen noodzakelijk. Om het toegenomen verkeer op te vangen, werd het Rijswijkseplein vergroot en de Rijswijkseweg verbreed.
Op prenten uit 1835 en 1858 is te zien hoe de omgeving veranderde. In 1835 was er nog geen sprake van een Rijswijkseplein; er lag alleen een zandweg en het gebied was bekend als de Haagweide, een veld dat eigendom was van Den Haag en verhuurd werd voor diverse doeleinden. Een verordening van 1614 wees de Haagweide aan als stortplaats voor puin en aarde. Later, in 1692, werd de Haagweide in erfpacht uitgegeven aan S. van Strijen voor de oprichting van een zaagmolen.
Het Rijswijkseplein: Het Drukste Verkeersplein
Het Rijswijkseplein is altijd een druk plein gebleven, en de verkeersdruk was en blijft een permanent probleem. Dit leidde er toe dat het plein een aantal keren opnieuw is ingericht. Het staat bekend als het drukste verkeersplein van Nederland. In 1905 beschreef journalist Johan Gram het plein als "het portaal der residentie". Hij prees het dat reizigers vanaf de Rijswijkseweg als eerste gebouw van Den Haag een gebouw zagen dat de gezondheid van de burgers nastreefde (verwijzend naar de kliniek of ziekenhuis), maar zweeg over de "berookte en vale muren der Pletterij, de losplaats voor goederen en de reusachtige stoomkraan" die de omgeving domineerden.
In 1835 zag het plein er anders uit. Rechts op de afbeelding stond de ijzergieterij van Maritz en Enthoven, op de plek waar nu de Rivierenbuurt ligt. De fabrieksgebouwen aan het water van de Trekvliet werden vervangen door de Pletterijkade. Tussen de fabriek en het witte tempeltje (het accijnshuisje of 'Wachtje') lag de weg Zieken. De hoofdweg van het verkeer kwam van achter de bomen waar de Bogt van Guinee (het huidige Huygenspark) lag. In 1858 kwam er een paardentram met een remise en paardenstallen aan de Rijswijkseweg. In 1907 kreeg het gedeelte tussen de Laak en de Broeksloot officieel de straatnaam Rijswijksche Weg.
Het Stedelijk Tapijt: Historische Bestrating
De geschiedenis van de Rijswijkseweg is onlosmakelijk verbonden met de evolutie van de bestrating, wat bekendstaat als het "stedelijk tapijt". Dit tapijt, bestaande uit historische materialen, verdwijnt in rap tempo en soms ongemerkt door vernieuwingsprojecten. Terwijl veel straten zijn vervangen door functionele betonstenen, blijven er nog restanten van historische bestrating over.
De oudste bestrating in de stad bestond uit natuursteen. Dit waren ruw gehakte natuurstenen keien (kinderkopjes) in lichtgrijs, roodachtig tot bijna zwart. Deze vormden gedurende lange tijd de basis van de bestrating. Later kwamen hier handgevormde gebakken straatklinkers bij in allerlei kleuren en afmetingen.
Een belangrijk type is het 'Waaltje', een klinker in rood of bruin, die veel voorkomt. Een kleiner type is de blauw gesmoorde Rijnklinker. Een aparte straatsteen is de blauwgrijze 'scoria brick', die gebakken is uit Britse afvalslakken. Deze stenen zijn karakteristiek en worden soms nog gebruikt in parkeervakken. Een mooi voorbeeld vindt men op de middenbermen van de Willem de Zwijgerlaan en het Monnikendamplein. Deze karakteristieke stenen worden inmiddels ook hergebruikt, onder andere rondom de watertoren en op het Lange Voorhout.
Op de stoepen lagen vaak de zwarte 'iron bricks', ook wel 'droptegels' genoemd, naar de ruitvormige zoute droppen. Dit zijn zwarte koperslakkeien, een 'kunstmatig' gevormde steen. Deze zijn nog te vinden op de voormalige Groothandelsmarkt: ze liggen hier in de parkeervakken en in een deel van de Televisiestraat. In andere delen van de stad vind je nog plekken met originele droptegels, zoals op de stoepen van de Nieboerweg, gedeelten van de Suezkade en de Van Boetzelaerlaan.
Een apart type bestrating zijn de betonnen 'stelconplaten', grote vierkante vlakken met een stalen rand. Deze vormen een meer industriële bestrating die afwijkt van de traditionele natuursteen en klinkers.
Historische bestrating is vaak herkenbaar aan een klassiek legpatroon. De keien of klinkers zijn op het rijvlak in een afwijkend patroon gelegd ten opzichte van de rest van de bestrating. Een wegdek met historische stenen is vaak ook herkenbaar doordat alles er wat 'rommelig' bij ligt, wat wijst op de ouderdom en de natuurlijke variatie in de stenen.
Vindplaatsen van historische bestrating zijn schaars geworden. Grootse stukken weg met natuurstenen keien zijn nog terug te vinden in de Scheveningen-Haven. In de Binckhorst zijn er diverse locaties waar de vernieuwing nog niet heeft toegeslagen. De Pompstationsweg bij de Scheveningse watertoren, een lange weg met natuurstenen keien, is helaas al jaren geleden vervangen door functionele maar saaie betonstenen. Dit illustreert de snelle verandering in het straatbeeld.
Recente projecten hebben echter geprobeerd het historische erfgoed te behouden of te herstellen. Enige jaren geleden is het monumentale Papaverhof voorzien van droptegels, afkomstig van een deel van de Nieboerweg. Ook onlangs is op de stoepen van de recent gerenoveerde Willemsparkbrug (één van de bruggen over het water van de Mauritskade) de originele bestrating zorgvuldig teruggebracht. Hier liggen als voorheen zwarte 'droptegels'. Het formaat van deze tegels is overigens afwijkend van de droptegels elders in de stad, en daarmee voor Den Haag extra zeldzaam.
Tabel: Vergelijking van Historische Bestratingsmaterialen
Om de diversiteit van het "stedelijk tapijt" duidelijk te maken, is hieronder een overzicht van de belangrijkste materialen en hun kenmerken.
| Type Materiaal | Oorsprong / Fabricage | Kleur en Kenmerken | Lokatie / Voorbeelden in Den Haag |
|---|---|---|---|
| Natuursteen (Keien) | Gewonnen uit natuurstenen, ruw gehakt. | Lichtgrijs, roodachtig tot zwart. Ruw oppervlak. | Scheveningen-Haven, oorspronkelijk Rijswijkseweg. |
| Waaltje | Gebakken klinker. | Rood of bruin. Meest voorkomend type. | Algemeen in historische straten. |
| Rijnklinker | Gebakken, blauw gesmoord. | Blauw. Kleiner formaat dan het Waaltje. | Tobias Asserlaan (recent aangebracht). |
| Scoria Brick | Gebakken uit Britse afvalslakken. | Blauwgrijs. Industriële afvalproducten. | Middenbermen Willem de Zwijgerlaan, Monnikendamplein. |
| Droptegel (Iron Brick) | Gebakken ijzerslak. | Zwart. Ruitvormige zoute droppen. | Nieboerweg, Suezkade, Van Boetzelaerlaan, Willemsparkbrug. |
| Stelconplaten | Betonnen platen met stalen rand. | Grijs, geperst beton. Industriële uitstraling. | Modernere vervanging van oude wegen. |
De Verandering van het Straatbeeld
Het stedelijk tapijt ondergaat continue veranderingen. Terwijl de historische bestrating in bijna de hele stad helaas verdwenen is, zijn er nog restanten te vinden. Het is belangrijk om te weten dat de gemeente Den Haag omgaat met dit erfgoed. De vraag blijft hoe zorgvuldig er om wordt gegaan met het Haagse 'stedelijk tapijt'.
De geschiedenis van de Rijswijkseweg en de daarmee samenhangende bestrating toont hoe de fysieke infrastructuur een getuige is van de economische en maatschappelijke ontwikkeling. Van de grafelijke tolwegen van de middeleeuwen tot de industriële fabrieken en spoorlijnen van de 19e eeuw, en tot de moderne verkeersstromen van de 20e eeuw. De weg was niet slechts een doorgaansweg, maar het hart van de ontwikkeling van de stad.
De aanwezigheid van de Trekvliet, de aanleg van de spoorweg en de introductie van de paardentram hebben allemaal bijgedragen aan de vorming van het Rijswijkseplein en de Rijswijkseweg als een van de drukste verkeersknooppunten van Nederland. De transformatie van de weg van een zandweg naar een verharde, bestrate weg, met een mix van klinkers, keien en beton, weerspiegelt de technologische vooruitgang van de stad.
Conclusie
De geschiedenis van de Rijswijkseweg en de daarmee verbonden bestrating biedt een diepgaande blik op de evolutie van de stad Den Haag. Van de misvattingen over de rol van Constantijn Huygens tot de daadwerkelijke bijdrage van Cornelis Soetens en zijn collega's, en van de middeleeuwse tolheffing tot de moderne verkeersdruk op het Rijswijkseplein, deze weg is een levend archief.
Het "stedelijk tapijt" van historische bestrating, bestaande uit natuursteen, klinkers, scoria bricks en droptegels, vormt een cruciaal onderdeel van het stadsbeeld. Hoewel veel ervan verdwenen is, blijft de zoektocht naar de overblijfsels van deze historische materialen een belangrijk onderdeel van het behoud van de stadsidentiteit. De zorgvuldige hergebruik van deze stenen, zoals op het Papaverhof en de Willemsparkbrug, toont de intentie om het historische karakter van de stad te behouden ondanks de moderne ontwikkelingen.
De Rijswijkseweg is meer dan alleen een weg; het is een getuige van eeuwen van verandering, van een grafelijke weg naar een druk verkeersplein, en van natuurlijke keien naar industriële bestrating. Het behoud van deze geschiedenis en de daarmee samenhangende materialen is essentieel voor het begrip van de identiteit van Den Haag.